dieet Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/dieet/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Thu, 11 Feb 2021 17:00:33 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png dieet Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/dieet/ 32 32 136391722 Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/#respond Sat, 23 Jan 2021 15:47:28 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1793

Rijke Grieken konden goed hun geld en roem verdienen met muziek, terwijl andere types muzikanten in Ptolemaeïsch en Romeins Egypte minder kans hadden om hun talenten in de verf te zetten, zoals de provinciale muzikanten. Dankzij bewaarde papyri is het toch mogelijk om een analyse te maken van het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte.

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Heel wat onderzoekers bogen zich de laatste decennia over muziek en muzikanten in de Oudheid, waarbij ze voornamelijk focusten op muzikanten in het antieke Griekenland en Rome. De faraonische periode in Egypte wordt in mindere mate bestudeerd, en Ptolemaeïsch en Romeins Egypte (Grieks-Romeins Egypte) zit al helemaal in het verdomhoekje. Nochtans bevatten een aantal Griekse papyri uit die periode informatie over de Oudheid die elders niet voorhanden is. Een studie naar muzikanten in Grieks-Romeins Egypte kan daarom onze kennis over de Griekse wereld aanvullen, maar is an sich ook een boeiend onderwerp.

Muzikanten vormden een specifieke beroepscategorie in Grieks-Romeins Egypte. De grote diversiteit in muzikanten en instrumenten in die periode wijst erop dat muziek alomtegenwoordig was in verschillende domeinen en lagen van de antieke samenleving. Zo werden offers voor de goden gebracht onder muzikale begeleiding, marcheerden infanteriesoldaten op het ritme van fluitmuziek, verlichtten andere muzikanten het werk van plukkers tijdens de druivenoogst, enzovoort. Muziek, vaak in combinatie met dans, kwam je uiteraard ook tegen op de talrijke dorpsfestivals in de Egyptische chora.

Scène uit een Romeinse mozaïek met twee druivenpletters en een fluitspeler (rechts) uit de 3de eeuw n.C.

Muziek in Ptolemaeïsch Egypte

Bepaalde mannelijke leden van de rijke Griekse elite lieten zich in Ptolemaeïsch Egypte in met muziek. Dat gebeurde al van kindsbeen af (ca. 12 jaar of jonger) en op een intensieve manier. Dergelijke jongens deden de “muziekmicrobe” waarschijnlijk op tijdens hun algemene vorming in de gymnasia, want dit vormde een belangrijk onderdeel van hun basisopleiding. Nadien zochten ze een muziekmeester (hoogstwaarschijnlijk zelf een ex-muzikant) die hen tijdens de vele trainingsuren kon begeleiden. Die vroege voorbereiding had als doel om op latere leeftijd uit te blinken op (inter)nationale muziekwedstrijden tijdens sacrale festivals in de toenmalige Griekse wereld. Muzikanten die schitterden tijdens die wedstrijden konden in sommige gevallen genieten van een grote naambekendheid in (een deel van) de antieke Griekse wereld, belastingprivileges verkrijgen en een fortuin verwerven.

De bekendste wedstrijden speelden zich af in Griekenland, met de Pythische Spelen in Delphi als absolute topper voor muzikanten. Koning Ptolemaios II riep in Egypte soortgelijke festivals in het leven (onder meer de Ptolemaia en Basileia) die gemodelleerd waren naar de oude Griekse festivals met sport- en muziekwedstrijden. Hij noemde ze ‘isolympische spelen’ en stuurde boodschappers naar verschillende Griekse steden om zijn spelen te promoten. De steden werden gevraagd om hun potentiële winnaars op dezelfde wijze te belonen en te behandelen als winnaars van de Olympische Spelen (in CID 4.40 [TM 813992]). Toch evenaarden de Ptolemaia nooit de grote Griekse spelen en zijn ze in Egypte voor de laatste keer in 211-210 v.C. geattesteerd.

Om de diversiteit tussen verschillende types muzikanten aan te tonen volgen hieronder twee casestudy’s. Ten eerste staan we even stil bij het leven van Herakleotes, een jonge Griekse kitharôde. Hij staat model voor het leven van een wedstrijdmuzikant die uit een rijker, Grieks milieu kwam. Dergelijke artiesten hadden soms een jarenlange voorbereiding achter de kiezen om zich klaar te stomen voor een belangrijke wedstrijd. Het niveau van professionalisering lag hoogstwaarschijnlijk bijzonder hoog. Het bestaan van ‘provinciale muzikanten’ toont aan dat het beroep muzikant niet enkel was weggelegd voor welgestelden in Romeins Egypte. Dit type muzikanten verenigde zich in groepen en bood entertainment aan op lokale dorpsfestivals in plaats van op te treden op grote muziekwedstrijden.

Herakleotes: tonnen ambitie, maar geen middelen

Roodfigurige vaas met afbeelding van een jongeman die de kithara bespeelt (ca. 490 v.C.)

In het bekende papyrusarchief van Zenon, komen drie teksten voor die een Griekse jongeman uit de 3de eeuw v.C. schreef (P. Cairo Zen. 3 59440 [TM 1080], PSI 9 1011 [TM 2448] en P. Lond. 7 2017 [TM 1579]). Zijn naam was Herakleotes en hij was een van de Griekse inwoners van het dorpje Philadelpheia in de Fajoem. Uit de drie verzoekschriften (hypomnèmata of memoranda) die hij richtte aan Zenon, zijn we deels ingelicht over de moeilijke situatie waarin hij verkeerde. Herakleotes zat namelijk midden in zijn opleiding tot professionele kitharôde (κιθαρῳδός) – een type muzikant dat liederen zong en zichzelf daarbij begeleidde op de kithara (κιθάρα), een hoogwaardig snaarinstrument – toen het noodlot voor hem toesloeg. Zijn muziekleerkracht Demeas, tevens hoofd van het lokale gymnasion, overleed terwijl hij Herakleotes nog twee jaar had moeten opleiden. Dat de band tussen leerling en leerkracht sterk was (misschien was Herakleotes zelfs geadopteerd door zijn muziekleerkracht), bewees Demeas’ testament waarin de jongeman opgenomen was. Het maakte van Herakleotes de erfgenaam van Demeas’ muziekinstrument, hoogstwaarschijnlijk een kithara van uitmuntende kwaliteit. In zijn memoranda kaartte de jonge muzikant aan dat hij als rechtmatige erfgenaam nog steeds niets gezien had van zijn beloofde erfenis. Sterker nog, de kithara was zelfs niet opgenomen in een inventaris van Demeas’ spullen die na zijn dood was opgesteld en leek dus spoorloos verdwenen. Herakleotes achterhaalde voor het schrijven van een volgend memorandum dat Demeas’ kithara zich bij een zekere Hiëron bevond. Het instrument diende als onderpand met een waarde van 105 drachmen. Daaruit kan afgeleid worden dat de kostprijs van een nieuwe kithara veel hoger lag en dus uitsluitend aangekocht kon worden door rijke Grieken uit de elite. Bijgevolg waren alleen de rijkste (Griekse) inwoners van Ptolemaeïsch Egypte, die de financiële middelen hadden, in staat om zich te professionaliseren op een hoogstaand niveau.

Hieronder volgt de vertaling van een van de drie memoranda (P. Lond. 7 2017 [TM 1579]) die Herakleotes aan zijn voogden Zenon en Nestos schreef en waarin hij op een beleefde, maar wel wanhopige toon, beterschap voor zijn toestand hoopte te verkrijgen.

Memorandum van Herakleotes aan Zenon en Nestos, mijn aangewezen voogden.
Ik heb u al drie memoranda bezorgd met de volgende vraag: mijn leraar Demeas heeft bij testament voor mij bepaald dat voor mijn onderhoud moet worden gezorgd en dat ik alles moet krijgen wat een gentleman (vrij man) nodig heeft om zich te oefenen in het citherspel, totdat ik kan optreden in de wedstrijd. U geeft me elke maand drie drachmen en vier en een halve obool voor vlees, drie drachmen en drie chalkoi voor olie, twee drachmen en een halve obool voor vis, zeven en een halve chous wijn. Ik heb u gezegd dat dit niet voldoende is voor mij om te oefenen en u gevraagd mij omwille van Demeas en uit eerlijkheid, een maandelijkse uitkering te geven van zeven drachmen en drie obolen voor vlees, zes drachmen en zes chalkoi voor olie, zeven drachmen en drie obolen voor vis en vijftien choës wijn. Maar u hebt helemaal niet gereageerd op mijn memoranda.
Daarom vraag ik u nog een keer om mijn instrument terug te geven, dat me bij testament werd nagelaten en dat nu in het bezit is van Hiëron, of om een ander evenwaardig instrument te kopen en het mij te geven. Zo zal ik kunnen oefenen en deelnemen aan de wedstrijd, anders zal ik achterstand oplopen omdat ik geen instrument heb. En ik vraag u ook mij al het nodige te geven, zoals ik het schrijf in mijn memorandum en zoals het testament bepaalt, tot ik kan optreden in de wedstrijd. Als u dat niet wilt doen, vraag ik u mij voor twee jaar de overeenkomstige maandelijkse som te geven, zodat ik voor mezelf kan zorgen, een manager kan vinden en kan deelnemen aan de wedstrijden die de koning uitschrijft. Zo zal ik hier niet verkommeren, maar in staat zijn mezelf te helpen.
Vaarwel. Jaar 6 van de maand […]

(CLARYSSE, W. en VANDORPE, K., Zenon: Grieks manager in de schaduw van de piramiden, Leuven, 1990, p. 60-61).

Dit verzoekschrift behandelt opnieuw de vraag naar Demeas’ instrument, maar toont daarnaast aan dat Herakleotes maandelijkse voedseltoelagen ontving, maar er niet tevreden mee was. Het geld zou volgens de papyrus besteed worden aan olie, wijn, vlees en vis. Achter de keuze voor die specifieke voedingswaren kunnen we waarschijnlijk meer afleiden dan enkel het lievelingseten van de jonge Griek. Zo is geweten uit literaire bronnen dat bepaalde muzikanten in de Griekse wereld er een specifiek dieet op nahielden, omdat ze geloofden dat sommige voedingswaren een positief effect hadden op hun muziekspel. Zo komen vis (paling) en vlees bijvoorbeeld terug in de werken van Athenaeus van Naukratis (Deipnosophistae, 14.623C) en Plutarchus (De gloria Atheniensium, 6) als middeltjes die de adem konden versterken en de stem krachtiger konden maken. Uiteraard kwam dat goed van pas als kitharôde in opleiding. Dit memorandum is dus mogelijk de enige documentaire bron die dat gebruik uit literaire bronnen kan bevestigen.

De Romeinse geschiedschrijver Suetonius geeft in zijn keizersbiografieën een ander voorbeeld van een strikt dieet voor artiesten. In zijn beschrijving van keizer Nero vermeldde hij hoe Nero zelf de ambitie koesterde om een bekend artiest te worden en wat hij er voor over had om die droom te laten uitkomen. Hij zou zichzelf allerlei voedingsvoorschriften opgelegd hebben, dronk cocktails die het braken stimuleerden en liep een hele tijd rond met loden borstplaten die zijn longinhoud en zangstem moesten versterken (De vita Caesarum, Nero 20).

Hoewel Herakleotes met zijn acht drachmen en vijf obolen per maand over een groter budget beschikte om te spenderen aan voedsel dan toenmalige landarbeiders, hoopte hij via zijn verzoekschriften het maandelijkse bedrag ruim te verdubbelen.

Voeding

Gekregen toelage

Gewenste toelage

Vlees

3 drachmen, 4 obolen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Olie

[3] drachmen & 3 chalkoi

6 drachmen & 6 chalkoi

Ὄψον (vis)

2 drachmen & 4 chalkoi

7 drachmen & 3 obolen

Wijn

7,5 choës

15 choës

TOTAAL

8 drachmen, 5 obolen, 3 chalkoi & 7,5 choës

21 drachmen, 6 chalkoi & 15 choës

Tabel met overzicht van de maandelijkse toelagen van Herakleotes en zijn gewenste toelage voor vlees, olie, vis en wijn.

De reden waarom Herakleotes telkens opnieuw hamerde op het terugkrijgen van het instrument (of een nieuw instrument van dezelfde goede kwaliteit) en zichzelf hoogstwaarschijnlijk voedde met stemversterkende middeltjes lezen we in de voorlaatste regel van het verzoekschrift: “Zodat hij zou kunnen deelnemen aan de wedstrijd die de koning had uitgeschreven”. De jonge kitharôde was dus van plan om binnen twee jaar deel te nemen aan een grote muziekwedstrijd op een sacraal festival in Egypte. Het is helaas onduidelijk of het om de Basileia of Ptolemaia ging. Een van zijn grootste angsten lezen we ook in de papyrus, namelijk dat hij een achterstand zou oplopen op de andere deelnemers omdat hij niet beschikte over een instrument waarop hij dagelijks kon oefenen. Zijn dossier toont aan dat de voorbereidingen voor een dergelijke muziekwedstrijd al zeer vroeg aanvatten en verduidelijkt opnieuw het professionalisme dat door de artiesten aan de dag werd gelegd.

De afloop van het verhaal van de jonge muzikant is helaas niet overgeleverd. Of hij ooit uitgroeide tot een succesvol kitharôde en fortuin verwierf, weten we evenmin. Zijn verhaal is waarschijnlijk wel exemplarisch voor de inspanningen die jonge Grieken in Egypte moesten leveren om het te schoppen tot professionele muzikant. Ze hadden een flinke portie motivatie (om dagelijks te trainen), discipline (zich houden aan de juiste voedingsvoorwaarden), begeleiding (een goede leermeester die hen de kneepjes van het vak moest bijbrengen en een mentorfunctie vervulde) en vooral een groot budget nodig (om het dure concertinstrument, de levensmiddelen en het loon van hun trainer te financieren).

Provinciale muzikanten in Romeins Egypte

Niet alle muzikanten in Grieks-Romeins Egypte hadden de mogelijkheid om zich evenzeer te professionaliseren als de rijke Griekse elite en deel te nemen aan muziekwedstrijden. Dat wil daarom niet zeggen dat enkel rijke personen het beroep van muzikant konden uitoefenen. Het werd uitgeoefend door mensen uit verschillende sociale lagen van de antieke samenleving. Zo bestond er bijvoorbeeld een middenklasse onder de muzikanten waarover meerdere details bekend zijn. Die informatie hebben we te danken aan een twintigtal (deels) bewaarde juridische documentaire bronnen (contracten) die de muzikanten afsloten met particulieren (bijvoorbeeld P. Oxy. 10 1275 [TM 31729], P. Oxy. 74 5014 [TM 128320], P. L. Bat. 6 54 [TM 10761], P. Flor. 1 74 [TM 23578]).

Daarnaast bestaan er nog enkele gelijkaardige contracten die afgesloten werden door dansers of danseressen of andere types van artiesten (bijvoorbeeld P. Corn. 9 [TM 10609] en BGU 7 1648 [TM 27600]). De documenten laten zien dat bepaalde muzikanten zich verenigden in ensembles en rondtrokken in hun eigen gouw of provincie om lokale dorpsfestivals tegen betaling op te vrolijken met hun muziek. Dat gebeurde voornamelijk in de Romeinse periode, hoewel er mogelijk precedenten waren in de Ptolemaeïsche periode (P. Hib. 1 54 [TM 8204], P. Oxy. 4 731 [TM 20431] en CPR 18 1 [TM 7760]). Hun beperkte actieradius (voornamelijk binnen hun eigen gouw/provincie) leverde hen de bijnaam ‘provinciale muzikanten’ in het huidige onderzoek op.

De contracten bieden informatie over de werkgevers, de muzikanten zelf (auleten waren muzikanten die de aulos bespeelden, een typisch Grieks blaasinstrument, en dat type muzikanten komt in papyri het vaakst voor) en de interne hiërarchie, de duur van de voorziene arbeid, de uitbetaling van de artiesten (een krotalistria was bijvoorbeeld een vrouwelijke danseres die een soort castagnetten hanteerde terwijl ze danste), de regeling van hun transport naar het dorp, hun bezittingen, enzovoort. Onderstaande vertaling van een 3de-eeuwse papyrus uit Oxyrhynchus (P. Oxy. 34 2721 [TM 16593]) kan dienen als pars pro toto wegens de grote uniformiteit van de contracten:

Zijn onderling overeengekomen, Aurelios Ptollion, zoon van Barbaros, en Heras, zoon van Heras, beiden burgemeester van de mannen die feest vieren in het dorp Nesmeimis, en anderzijds Antinoos, zoon van Hermias, eerste auleet en aan het hoofd geplaatst van drie auleten en een krotalistria:
Ptollion en de anderen huurden Antinoos in met zijn volledige compagnie om op te treden voor de mannen die feesten op een festival van vier dagen vanaf de elfde van de volgende maand van Hathyr van dit jaar, voor een dagelijks salaris van 50 drachmen, 12 paren brood, twee kotylai radijsolie, behalve degene die voor verlichting dient, en een rantsoen, en de gebruikelijke diensten, en, voor alle dagen een keramion wijn, alle waren zijn puur.
In verband met hun salaris. Antinoos krijgt hier als voorschot 20 drachmen, en ze (Aurelios en Heras) zullen hem en de anderen transporteren met drie ezels, behalve bij overmacht, van de Oxyrhynchitische gouw. Ze zullen hen brengen naar het dorp en hen een veilige en stille accommodatie aanbieden, en na de vier dagen, nadat ze tevreden zijn met hun salarissen en de fooien, in totaal en verplicht, zullen ze hen transporteren op de vijftiende naar dezelfde Oxyrhynchites met eenzelfde aantal ezels, drie, gezond en wel.
Antinoos van zijn kant stemt in met alle vastgestelde bepalingen hierboven. De wederzijdse overeenkomst, opgemaakt in twee exemplaren is geldig.
Het veertiende jaar van de keizer Marcus Aurelius Severus Alexander, Pius, Felix, Augustus, de dertiende Phaophi.

Deze juridische documenten laten zien dat het contract vaak onderhandeld werd tussen twee partijen. De eerste partij was die van de werkgever, die de muzikanten inhuurde. In sommige gevallen was dat een van de prostatai (προστάται: dorpsautoriteiten) van de kleine kômai (κῶμαι: dorpjes) op het Egyptische platteland. Toch konden het ook gewoon (rijke) particulieren of leden van een lokale dorpsvereniging zijn die een beroep deden op de kunsten van de muzikanten. De andere partij in de contracten, die de muzikanten of artiesten vertegenwoordigde, was vaak de prôtaulès (πρωταύλης: eerste auleet of fluitspeler, hoofdauleet) en/of proestôs (προεστώς: leidinggevende of letterlijk “aan het hoofd geplaatste”). In sommige papyri ontving de hoofdauleet ook een voorschot, dat hij waarschijnlijk volledig in eigen zak kon steken.

Roodfigurige vaas met afbeelding van een vrouwelijke auleet (ca. 480 v.C.)

De betaling voor het hele orkest was steeds tweeledig. Naast een goed salaris, uitbetaald in drachmen, ontvingen ze levensmiddelen (olie, wijn en brood) voor de tijd die ze spendeerden in het dorp. Vaak kregen ze daar ook een verblijfplaats aangeboden. Helaas zwijgen de papyri over hoe het geld nadien verdeeld werd. Kregen alle leden van de compagnie hetzelfde salaris, of hadden bepaalde muzikanten recht op meer vergoeding dan anderen? Een aparte clausule in het contract toont dat de werkgevers ezels (en waarschijnlijk een soort escorte) ter beschikking stelden om de muzikanten te helpen met hun transport (van en) naar het dorp. Dat was geen overbodige luxe, want de dure instrumenten en de goede uitbetaling van hun loon maakten hen hoogstwaarschijnlijk tot een geliefd doelwit voor dieven.

Helaas roepen de contracten meer vragen op dan dat ze ons antwoorden verschaffen. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de rekrutering van dergelijke artiesten gebeurde en of ze een formele opleiding hadden genoten. Daarnaast is er het hierboven besproken probleem van de betaling. Wie kreeg welk deel van de uitbetaling en verdeelde de prôtaulès het geld? De ambulante ensembles leken dus op korte termijn heel wat geld te kunnen verdienen, maar het is onduidelijk of dit een fulltime bezigheid was.

Lees meer

Bélis, A., ‘Les termes grecs et latins désignant des spécialités musicales’, Revue de Philologie de Litterature et d’Histoire anciennes 62 (1988), p. 227-250.
Bélis, A., Les musiciens dans l’antiquité, Parijs, 1999.
Bélis, A., ‘Contrats et engagements de musiciens et d’artistes transmis par des papyrus grecs’, p. 149-157 in Emerit (ed.), Le statut du musician dans la méditerranée ancienne: Égypte, Mésopotamie, Grèce, Rome, Parijs, 2013.
Manniche, L., Music and musicians in ancient Egypt, Londen, 1991.
Power, T., The culture of kitharôidia, Cambridge, Massachusetts en Londen, 2010.
Vandoni, M., Feste pubbliche e private nei documenti greci, Milaan, 1964, n° 14-27.

Coverafbeelding: adaptatie van de flyer van de tentoonstelling ‘Sounds of Roman Egypt’ in het UCL Petrie Museum (22 januari-22 april 2019) (CC BY-SA 3.0)

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Het bericht Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte van Andrés Rea verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2021/eerste-viool-spelen-of-toch-maar-een-toontje-lager-zingen-het-beroep-van-muzikant-in-de-maatschappij-van-grieks-romeins-egypte/feed/ 0 1793
‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/ https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/#respond Mon, 18 Feb 2019 14:53:12 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1257 Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe "anders" dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun "vreemde" gewoonten. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus’.

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Obesus Etruscus

Weinig culturen uit de Oudheid spreken zo tot de verbeelding als de Etruskische. De inwoners van Etrurië vormden een rijk en machtig volk in het 1ste millennium v.C., maar moesten uiteindelijk het onderspit delven tegen de Romeinen. Ze spraken en schreven een taal die niet verwant is met de vele Italische talen die hun buren spraken, en die tot op vandaag nog steeds niet helemaal ontcijferd is. We kennen de Etrusken dan ook vooral via de geschriften van de Grieken en de Romeinen over hen. De klassieke auteurs, die vaak pas eeuwen later schreven, benadrukten graag hoe “anders” dit volk was dan zij, en met veel genoegen beschreven ze hun “vreemde” gewoonten. Dit alles maakt dat er een zweem van mysterie over de Etrusken hangt, die aanleiding geeft tot fascinatie enerzijds, maar ook vele vergezochte theorieën en misverstanden anderzijds. Een van die hardnekkige stereotypes is dat van de decadente ‘obesus Etruscus‘.

De Etrusken

De 6de-eeuwse ‘sarcofaag van de echtgenoten’: de Etrusken op het hoogtepunt van hun macht

De Etrusken bewoonden stadstaten in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Ze vormden een culturele, maar niet altijd een politieke eenheid. Over de oorsprong van de Etrusken bestond er al in de oudheid veel discussie: omwille van hun vreemde taal en de duidelijk zichtbare oosterse invloeden konden sommigen maar moeilijk geloven dat het volk autochtoon was. De meest invloedrijke theorie was die van Herodotus, die schreef dat de Etrusken oorspronkelijk geëmigreerde Lydiërs waren. Ook sommige moderne onderzoekers hangen deze these aan. Andere hypotheses noemen de Alpen, Centraal-Europa of Thessalië (of aliens, in bepaalde, liever te vermijden, regionen van het wereldwijde web). Al verschillende keren trachtten wetenschappers de kwestie op te lossen via DNA-onderzoek, maar de resultaten wijzen telkens in een andere richting (maar nooit naar aliens).

Wat er ook van zij, de Etrusken waren eeuwenlang een macht om rekening mee te houden in het Middellandse Zeegebied. In het bijzonder van de 7de tot de eerste helft van de 5de eeuw v.C. kenden de steden een grote bloei. Vernieuwingen in de landbouw, ontginning van bodemrijkdommen en de resulterende ambachtelijke productie maakten op hun beurt een intensieve lange-afstandshandel mogelijk, waar de Etrusken gretig van profiteerden. Hun welvaart werd in latere tijden legendarisch. Tot de slag bij Cumae (474 v.C.) beheersten de Etrusken en hun Carthaagse bondgenoten de westelijke Middellandse Zee, en ook over land deden de stadstaten aan expansie. Vanaf de 4de eeuw botsten ze echter op de territoriale aspiraties van het groeiende Rome, waaraan ze in de loop van de volgende anderhalve eeuw een voor een ten prooi vielen. Langzaamaan verdween ook de Etruskische cultuur, en de inwoners van Etrurië assimileerden met de Romeinen.

Notoire feestvierders

De fabelachtige rijkdom van de Etrusken leverde hen ook de reputatie van feestvarkens op. Volgens Diodorus Siculus waren de oogsten in Etrurië zo overvloedig, dat de Etrusken niet een-, maar tweemaal daags een overdadig banket konden organiseren. Aangezien de Etrusken ook grote handelaars waren, kwamen er naast de lokale landbouwproducten ook allerlei exotische spijzen op tafel. Theopompus geeft een levendige beschrijving van hoe het er volgens hem aan toeging bij zo’n luxueus banket: er werden grote hoeveelheden wijn geconsumeerd – niet alleen door de mannen, maar ook door de vrouwen! -, waarop het geheel ontaardde in een orgie waarbij de Etrusken het met iedereen deden: hun vrouwen, prostituees, maar het liefst van al met jongemannen, en dat “terwijl de lampen nog aan waren”!

Een typische banketscène uit de Tomba della Nave: de slaven zijn weliswaar naakt, maar de vrouwen kunnen bezwaarlijk losbandig genoemd worden

Schilderingen in Etruskische graven beelden ook zulke banketten af, evenwel zonder de seksuele escapades, die misschien wel het resultaat waren van de levendige verbeelding van Theopompus of zijn informanten. Wel komen we wel degelijk vrouwen tegen in deze banketscènes, een groot contrast met de Griekse wereld, waar het leven van de elitevrouw zich grotendeels in het vrouwenvertrek afspeelde. Deze relatieve vrijheid leverde de Etruskische vrouw een slechte reputatie op bij de Grieken en de Romeinen. Entertainment kon tijdens de maaltijd natuurlijk ook niet ontbreken, en de Etrusken staan bekend om hun voorliefde voor muziek. Veel afbeeldingen van banketten tonen dansers en muzikanten: vooral blazers, maar ook snaarinstrumenten en percussie zijn vertegenwoordigd. Sommige muurschilderingen tonen ook het typisch Griekse drankspel kottabos.

Muzikanten begeleiden een banket in de Tomba della Leopardi

De ‘obesus etruscus’

De sarcofaag van Lars Pulena, een voorname inwoner van Tarquinia

 

In de ogen van de Romeinen, die steeds op hun hoede waren voor luxuria, kon er uit zulke schranspartijen natuurlijk niets goeds voortkomen. De echte of vermeende Etruskische hang naar luxe en de daaruit voortkomende decadentie zorgde voor een beeld van een zwak, ‘ontmand’ volk. Tegen de 1ste eeuw v.C. kwam daar nog een gerelateerd stereotype bij: dat van de zwaarlijvige Etrusk. Catullus voert in zijn 39ste Ode, waarin hij het sociale gedrag van een Romeinse man hekelt, de ‘obesus Etruscus’ op. Vergilius heeft het op zijn beurt dan weer over de ‘pinguis Tyrrhenus’, de vette Tyrrheen (een andere benaming voor de Etrusken). De context is echter niet per se negatief: hij beschrijft een religieuze ceremonie, waar de Etrusken beroemd om waren, en later in hetzelfde gedicht wordt ook de vruchtbare bodem als pinguis omschreven. Het is Vergilius dus eerder te doen om de overvloed van het Italiaanse land.

De zogenaamde ‘sarcofago dell’obeso’ in het Museo Archeologico Nazionale di Firenze

20ste-eeuwse historici verbonden deze opmerkingen met bepaalde Etruskische sarcofagen, waarop de overledene eerder corpulent afgebeeld werd. Deze beelden dateren echter van het einde van de vierde tot het midden van de 2de eeuw, honderd jaar voor Catullus en Vergilius actief waren. De sculpturen worden vaak gecontrasteerd met de klassieke Grieks-Romeinse kunst, die eerder afkerig stond tegenover het afbeelden van imperfecties. Het gaat altijd om mannen, vaak van middelbare leeftijd en voormalige magistraten of priesters. De twee poëtische Romeinse passages, die uit een heel andere tijd en context stammen, worden vaak gecombineerd met deze objecten om het beeld te creëren van de ongezonde, decadante Etrusk: zo verwijst men bijvoorbeeld naar deze sarcofaag als de ‘Sarcofago dell’Obeso’, naar de opmerking van Catullus.

De Etruskische levensstijl

Zijn er redenen om aan te nemen dat de Etrusken er een ongezonde levensstijl op nahielden? Archeologische en iconografische bronnen tonen inderdaad de ontwikkeling van een banketcultuur als deel van de identiteit van de opkomende aristocratie vanaf de zogenaamde oriëntaliserende periode (700-575 v.C.). De elite benadrukte op deze manier haar rijkdom en economische macht, wat in het Engels mooi omschreven wordt als ‘conspicuous consumption’. Tijdens zulke banketten werd er volop vlees en wijn geconsumeerd, en de aristocraten die eraan deelnamen, letten daarbij allicht niet al te veel op hun lijn. Zij waren echter zeker niet representatief voor de Etruskische bevolking als geheel. Bovendien werden ook lang niet alle Etruskische aristocraten uit de Hellenistische periode op een mollige manier vereeuwigd. In andere kunstvormen werden Etrusken evenmin als zwaarlijvig voorgesteld.

Mannen en vrouwen liggen samen aan in deze banketscène uit de Tomba dei Leopardi

Het dieet van de gemiddelde Etrusk zag er naar alle waarschijnlijkheid heel anders uit dan de beroemde aristocratische exploten. Archeologisch onderzoek bevestigt de belangrijke rol van graanproducten, en ook peulvruchten als bonen en linzen werden regelmatig gegeten. Net als in de rest van het Middellandse zeegebied, speelde de olijf eveneens een belangrijke rol in het Etruskische dieet. Er zijn ook sporen van veeteelt gevonden, en in de loop van het eerste millennium v.C. werd met name het fokken van varkens en het houden van pluimvee alsmaar belangrijker. Analyse van beenderen en tanden toont echter aan dat de meeste Etrusken grotendeels vegetarisch aten. Het nuttigen van vlees bleef voor hen waarschijnlijk beperkt tot religieuze en andere ceremonies. In de kuststeden behoorden uiteraard ook vis en schaaldieren tot het dieet.

Dit reliëf uit het graf met de toepasselijke naam Tomba della Caccia e Pesca beeldt onder andere vissers af

Sarcofagen: ideologie en artistieke trends

Octodrachme van Ptolemaios III

De iconografische voorstellingen van ‘obese’ Etrusken zijn dus al bij al beperkt: het gaat enkel om mannen, afgebeeld op sarcofagen en urnes tijdens de Hellenistische periode. Veel van deze werken vertonen stilistische gelijkenissen die suggereren dat ze in een beperkt aantal werkplaatsen gemaakt werden, bijvoorbeeld in Chiusi. Eerdere monumenten uit dezelfde stad beeldden daarentegen sterk geïdealiseerde lichamen af. Het is weinig waarschijnlijk dat de inwoners van Chiusi doorheen de tijd plots massaal bijkwamen. De afbeelding van het Etruskische lichaam had dus meer te maken met culturele conventies. De link met de ‘conspicuous consumption’ en de overvloeds-ideologie van de Etruskische elite is dan snel gelegd. Aangezien deze monumenten typisch zijn voor de Hellenistische periode, zien sommige onderzoekers een verband met de afbeelding van de Ptolemaeïsche koningen uit Egypte (305-30 v.C.), in wier ideologie overvloed eveneens een grote rol speelde. De eerste Etruskische voorbeelden dateren echter al uit de late 4de eeuw. Het gaat om kostelijke kunstwerken, met veel oog voor detail vervaardigd in opdracht van vooraanstaande families; mogelijk gaat het hierbij om een waarheidsgetrouwe afbeelding van deze prominente personen, voor wie een corpulent lichaam welvaart en gezondheid uitstraalde. Vanaf de 3de eeuw werden zulke afbeeldingen dan een echte trend.

Romeinse stereotypes

Een Romein die dezelfde beelden zag, interpreteerde de signalen waarschijnlijk heel anders dan de Etrusken zelf. Maar de oorsprong van de Romeinse conceptie van de ‘vette Etrusk’ hangt eerder samen met het algemene beeld van decadentie dat de Romeinse auteurs van de Etrusken ophangen. Zo schrijft Posidonius dat de Etrusken vroeger een mannelijk en krijgshaftig volk waren, maar de Etrusken van zijn tijd hun dagen doorbrachten met drinken en ‘onmannelijk’ vermaak. De Etrusken van de 1ste eeuw v.C. waren inderdaad niet meer zo machtig als hun voorouders. Voor de Romeinen lag de oorzaak daarvan in de rijkdom van de oorspronkelijke Etrusken, die hen week en decadent maakte, en uiteindelijk tot hun verval leidde. Deze schrijvers wilden Rome behoeden voor hetzelfde lot. Ze problematiseerden aldus gewoontes die onwenselijk zijn in een Romeinse context, zoals de ongetwijfeld overvloedige banketten. Voor de Etruskische elite was dit echter een manier om sociale banden aan te halen binnen en buiten de gemeenschap. Zelfs tussen deze buurvolkeren was interculturele communicatie dus niet vanzelfsprekend. De Romeinse bronnen vertellen ons tot op zekere hoogte iets over de Etruskische realiteit, maar weerspiegelen vooral de waarden van de Romeinse elite. De moraliserende schrijvers waren overigens niet bijzonder succesvol in hun missie: vandaag associëren we vooral de Romeinen met overvloedige banketten en orgieën!

Lees meer

Becker, H., ‘Luxuria prolapso est: Etruscan Wealth and Decadence’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 293-304.
Briquel, D., La civilsation étrusque, Parijs, 1999. (In het bijzonder de sectie ‘Usages scandaleux aux yeux des Grecs’)
Colivicchi, F., ‘Banqueting and Food’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 207-220.
Kistler, E., ‘Feasts. Wine and Society in the eight-sixth centuries BCE’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 195-206.
Korenjak, M., ‘The Etruscans in Ancient Literature’, in A. Naso (ed.), Etruscology, Berlijn, 2017, 35-52.
Turfa, J. M., ’The Obesus Etruscus: Can the Trope be True?’, in S. Bell and A. Carpino (eds.), A Companion to the Etruscans, Hoboken, 2015, 321-336.

Wie niet genoeg kan krijgen van de fascinerende Etruskische beschaving, kan vanaf dinsdag 19 februari terecht bij de collegereeks georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond (NKV) Vlaams-Brabant. Meer informatie via Nico Dogaer of op Facebook.

Coverfoto: foto van sculptuur van een Etruskische sarcofaag van een ‘obesus Etruscus’ uit het Boston Museum of Fine Arts (Public Domain)

Het bericht ‘Obesus Etruscus’: het goede leven in het oude Italië? van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/18/02/2019/obesus-etruscus-het-goede-leven-in-het-oude-italie/feed/ 0 1257