bier Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/bier/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png bier Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/bier/ 32 32 136391722 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/#respond Sun, 12 Jul 2026 16:53:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2841 Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte!

Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele ‘pink tax’: economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft ook vandaag een actueel thema. Minder bekend is de rol van belastingen in dat verhaal, zowel nu als in het verleden. Aan de hand van fiscale documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte laat deze bijdrage zien hoe economisch actieve vrouwen in de Oudheid belast werden en welke inzichten dat biedt in hun economische positie.

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Van het glazen plafond over de loonkloof tot de informele “pink tax” is er duidelijk nog een hele weg te gaan voor de economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Minder bekend is de rol van belastingen in dit verband, pas vrij recent het onderwerp van onderzoek. Deze blogpost zal dieper ingaan op de verschillende ontwikkelingen van taksen die ook door vrouwen die economisch actief waren in de Oudheid werden betaald, met een focus op Egypte.

Fresco van een jonge vrouw uit Pompeï

Hoewel hedendaagse belastingregels zelden expliciet één geslacht bevoordelen, leiden de toepassing van de regels en hun wisselwerking met de bredere socio-economische realiteit vaak wel tot verschillen. Bijvoorbeeld, de gezamenlijke belastingaangifte van gehuwden – enkel wettelijk verplicht in België en de Democratische Republiek Congo – leidt weliswaar vaak tot een lagere totale belastingdruk, maar doorgaans ten koste van een hoger gemiddeld tarief voor de “secundaire” verdiener, in veel gevallen de echtgenote. Dit is niet alleen relevant voor de gendergelijkheid, maar ook voor de economische productiviteit, aangezien het vrouwen kan ontmoedigen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Zulke kwesties zijn ook relevant voor de Oudheid, en fiscale teksten zijn een belangrijke maar onderbenutte bron voor het bestuderen van de economische activiteiten van antieke vrouwen. Hieronder gebeurt dit aan de hand van zulke documenten uit (vooral Hellenistisch) Egypte, vaak beschouwd als één van de betere plaatsen om een vrouw te zijn in de Oudheid.

Vrouwen in Hellenistisch Egypte

Mummieportret van een vrouw uit Hawara

Die relatief goede positie hadden de Egyptische vrouwen vooral te danken aan hun sterke juridische status. Vrouwen genoten volledige eigendomsrechten over hun roerende en onroerende goederen, mannen en vrouwen erfden op gelijke voet (met uitzondering van de oudste zoon, die een groter deel ontving dan zowel zijn broers als zijn zussen), vrouwen konden petities indienen bij de autoriteiten, en ze konden zelf de scheiding aanvragen. Anderzijds werd het beheer van het gezinsvermogen na het huwelijk vaak aan de echtgenoot toevertrouwd. Bovendien hadden vrouwen geen toegang tot militaire en bestuurlijke functies, met uitzondering van de Ptolemaeïsche koninginnen die bekend stonden om hun actieve politieke en economische rol.

Er waren natuurlijk ook aanzienlijke verschillen in de situatie van individuele vrouwen, die te maken hadden met rijkdom, klasse, leeftijd en andere factoren. Dit hing onder meer samen met het dubbele rechtssysteem: Egyptische vrouwen handelden volledig onafhankelijk, maar Griekse vrouwen hadden voor juridische transacties een voogd (kyrios) nodig, meestal haar echtgenoot of een mannelijk familielid. Paradoxaal genoeg betekent dit dat Egyptische vrouwen die zich introuwden in een Griekse familie er sociaal gezien op vooruitgingen, terwijl haar situatie er naar onze moderne maatstaven op achteruitging. Helaas geven de fiscale teksten zelden inzicht in de exacte positie van de betrokken vrouwen.

Vrouwen van tel: de hoofdelijke belasting

De basis voor het heffen van belastingen in Egypte was de census, waarin het (meestal mannelijke) gezinshoofd een centrale rol speelde. Door de bevolking te tellen, verzamelden de Ptolemaeën de nodige gegevens voor het heffen van de zoutbelasting, een algemene hoofdelijke taks die door het grootste deel van de bevolking betaald moest worden (en die dus niets met de zoutsector te maken had). Ook vrouwen waren deze belasting verschuldigd, aan de helft van het bedrag dat mannen moesten betalen. Het betalen van zo’n belasting kon gezien worden als een graadmeter voor het behoren tot de gemeenschap.

In de late Hellenistische en in de Romeinse periode werd de voornaamste hoofdelijke belasting enkel door mannen betaald, wat gepaard ging met een verslechtering van de juridische positie van vrouwen. Bewijsmateriaal voor de voorafgaande Perzische periode is beperkter, maar er is een hoofdbelastingachtige bijdrage aan de tempel van Jahweh in Elephantine bekend, waarvoor vrouwen hetzelfde bedrag betaalden als mannen [TM 48746]. In dit geval zou de ogenschijnlijke gelijkheid echter door de specifieke Joodse context verklaard kunnen worden: het boek Exodus vermeldt een kopgeld dat door elk individu betaald diende te worden als afkoop voor hun leven.

Register met betalingen voor de zouttaks [TM 44391]

Verkoopstaksen

Als we de antieke auteurs moeten geloven, was de plaats van de vrouw aan de haard, maar in werkelijkheid werkten vele vrouwen buitenshuis. In dit verband merkt Herodotus op dat in Egypte “vrouwen naar de markt gaan en handeldrijven, terwijl mannen thuisblijven en weven”. Deze opmerkelijke bewering wordt in zekere mate bevestigd door het fiscale bewijsmateriaal: de weversbelasting werd doorgaans door mannen betaald, terwijl vrouwelijke betalers van de beroepsbelasting vaak verkoopsters waren. De belangrijkste bron voor die beroepsbelasting vermeldt betalingen door een kaasverkoopster en een broodverkoopster, naast een koeienhoedster [TM 5804]. De gerelateerde belasting voor de bewaking van werkplaatsen werd bovendien betaald door een groenteverkoopster, die dus haar eigen winkel had [TM 7771].

We vinden vooral veel vrouwen onder de bierverkopers die de bierbelasting betaalden. Er is wel eens gesuggereerd dat dit verband hield met bordelen, maar onze voornaamste bron voor deze belasting beschrijft slechts één van de dertien vrouwen als prostituee, en dergelijke beweringen zijn een voorbeeld van de problematische seksualisering van vrouwelijke arbeid [TM 1894]. De betrokkenheid van vrouwen bij de handel strekte zich bovendien uit tot de lucratieve olie-industrie. Olie was onder de Ptolemaeën een “staatsmonopolie” en de verkoop ervan was onderworpen aan competitieve overheidscontracten. Vooral in stedelijke contexten komen we veel vrouwen tegen: in de hoofdstad van de Arsinoïtische gouw waren 32 van de 48 bekende olieverkopers vrouwen [TM 7514].

Marktscène uit het graf van Ipy

Ook vandaag vinden we in het globale Zuiden bovenmatig veel vrouwen onder de marktkramers. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke activiteiten vaak zwaarder worden belast dan andere ondernemingen, omdat lokale overheden bij gebrek aan betrouwbare gegevens gebruikmaken van een vereenvoudigd belastingstelsel dat uitgaat van een “verondersteld inkomen”.

Beeld van de brouwster InpusheshiNico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Beeld van de brouwster Inpusheshi

Het is best mogelijk dat het Egyptische systeem op een gelijkaardige manier functioneerde, maar gegevens hierover ontbreken. Hoewel we in veel beroepen occasioneel vrouwen aantreffen (bijvoorbeeld als schoenmakers, bakkers, badhuisbeheerders, wevers, artiesten, balsemers, enz.), werden ze wel degelijk geconfronteerd met structurele hindernissen. Dit komt het duidelijkst tot uiting in het lidmaatschap van beroepsverenigingen, die grotendeels uit mannen bestonden. Anderzijds aarzelde de staat niet om vrouwen in te schakelen als tussenpersonen voor de inning van belastingen in sectoren waar zij een bijzonder belangrijke rol speelden. Zo bestaat het archief van de brouwster Taembes uit bankbetalingen namens haar door verscheidene mannen, wat erop wijst dat zij de pachter was van de dorpsbierbelasting [TM archive 371]. Dit zou haar autoriteit hebben verleend over haar mannelijke collega’s.

De wolbelasting: de dunne grens tussen huishouden en commercie

De voor ons meest interessante taks is de zogenaamde “wolbelasting”, die tegen een laag vast tarief werd betaald, enkel door vrouwen, maar niet door alle vrouwen. Ongeveer één op de drie was eraan onderhevig, hoogstwaarschijnlijk omdat ze sponnen. Het spinnen van garen om aan de vraag voor de antieke textielindustrie te voldoen vereiste een enorme hoeveelheid arbeid. Het grootste deel hiervan werd verricht door vrouwen die deeltijds thuis sponnen, aangezien spinnen gemakkelijk te combineren viel met huishoudelijke taken. Zulke taken zijn belangrijk als economische activiteit op zich en als vereiste voor andere vormen van productie, maar komen zelden terug in fiscale en andere officiële statistieken. Het feit dat de Ptolemaeën ervoor kozen om het spinnen binnen het huishouden in geld te belasten, impliceert dat de vrouwen een zeker inkomen uit dit werk haalden. Met andere woorden, hoewel dit werk thuis werd verricht, werd het garen niet (alleen) gebruikt voor de productie van kleding voor het huishouden. We moeten dus voorzichtig zijn om geen al te scherp onderscheid te maken tussen “huishoudelijke” en “commerciële” activiteiten.

3D-weergave van een Griekse vaas met spinnende vrouwen (Metropolitan Museum of Art)

Belastingen op het vermogen van vrouwen

Een laatste categorie belastingen verraadt de misschien wel belangrijkste economische rol van vrouwen: het bezit van onroerend goed. We vinden vrouwen terug onder de betalers van overdrachtsbelasting, successierechten en eigendomsbelasting. De eigendommen waarvoor zij betaalden, bestonden voornamelijk uit huizen en grond, maar omvatten ook uiteenlopende zaken als duivenhokken.

Maquette van een portiek en tuin

Kwantitatieve gegevens zijn schaars, maar in één huis-aan-huisregister was 16% van de woningen in het bezit van een vrouw. In beter gedocumenteerde Romeins-Egyptische dorpen lag het percentage vrouwelijk eigendom tussen de 20 en 30%. Opvallend genoeg worden vrouwen zelden genoemd als betalers van de oogstbelasting op de velden die zij bezaten. Dit kan erop wijzen dat hun echtgenoten het beheer van de eigendommen op zich namen, maar het zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat de meeste van de kwitanties afkomstig zijn uit Opper-Egypte, waar de pachters en niet de eigenaars van de grond verantwoordelijk waren voor de betaling van deze bijdrage. Dit suggereert wel dat vrouwen zelden de belangrijkste verrichters van landbouwwerk waren. Vrouwen haalden vaak inkomsten uit hun eigendom door het aanbieden van leningen. Dit weten we niet uit fiscale documenten, maar uit leenovereenkomsten, aangezien de rente die zij ontvingen niet werd belast, behalve in het geval van registratiekosten voor contracten wanneer de bedragen bijzonder hoog waren.

Een mannenwereld … met mogelijkheden voor vrouwen

Uit de papyri blijkt duidelijk dat Hellenistisch Egypte een patriarchale samenleving was, maar vrouwen waren geenszins veroordeeld tot een leven binnenshuis. Vooral voor vrouwen aan de lagere kant van het sociale spectrum zou dit sowieso nauwelijks haalbaar zijn geweest. We zien dat ze werkzaam waren als handelaars en in mindere mate als ambachtsvrouwen, en ze betaalden belastingen net als hun mannelijke collega’s. In sectoren waar ze bijzonder goed vertegenwoordigd waren, met name de bierindustrie, konden ze bovendien optreden als belastingpachters. Tot een derde van de vrouwen haalde een aanvullend inkomen uit het spinnen van garen en betaalde de wolbelasting, die alleen aan vrouwen werd opgelegd. Vrouwen uit de midden- en hogere klasse bezaten een niet te verwaarlozen deel van het Egyptische onroerend goed en haalden inkomsten uit het uitlenen van geld en graan. Het is dus duidelijk dat Hellenistisch Egypte kansen bood aan vrouwen die bereid en in staat waren deze te grijpen.

Lees meer

Clarysse, W. and Thompson, D.J., Counting the People in Hellenistic Egypt, Cambridge, 2006.

Dogaer, N., ‘Spun and Fleeced? Spinning, the Wool Tax, and Gendered Labour in the Ptolemaic Textile Industry’, Archiv für Papyrusforschung und verwandte Gebiete 69.2 (2023), 353–370.

Joshi, A., Kangave, J. and van den Boogaard, V., ‘Furthering a Feminist Fiscal Agenda: Engendering Tax and Development’, Development Policy Review 43.3 (2025) (https://doi.org/10.1111/dpr.70005).

OECD, Tax Policy and Gender Equality: A Stocktake of Country Approaches, Paris, 2022.

Schentuleit, M., ‘Gender Issues: Women to the Fore’, in K. Vandorpe (ed.), A Companion to Greco-Roman and Late Antique Egypt, Hoboken NJ, 2019, 347–360.

Coverfoto: adaptatie van de 2D-weergave van een afbeelding op een vaas, een ‘Terracotta lekythos (oil flask)’, uit de collectie van The Metropolitan Museum of Art (Public Domain).

[Een Engelstalige versie van deze blogpost werd eerder gepubliceerd op de website van het project FARE (FiscAl Reform in Egypt: From the Achaemenids to the Ptolemies)]

Het bericht Belastingen, een mannenzaak? Niet in Hellenistisch Egypte! van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/07/2026/belastingen-een-mannenzaak-niet-in-hellenistisch-egypte/feed/ 0 2841
Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/#respond Thu, 30 May 2019 14:50:07 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1316

Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, werd Egypte in de Oudheid meer met bier geassocieerd. Nadat de Ptolemaeïsche koningen Egypte hadden veroverd en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie, onder andere door het opleggen van een bier- of brouwersbelasting.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De Egyptenaren drinken wijn gemaakt van gerst, want zij kennen de wijnstok niet. (Herodotus, Historiai II, 77).

Hoewel Herodotus het gevarieerde Egyptische alcoholassortiment hier oneer aandoet, maakt zijn opvatting wel duidelijk hoezeer Egypte in de Oudheid met bier geassocieerd werd. Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, was de nationale drank van het oude Egypte het gerstenat dat ook in onze contreien zo geliefd was, en nog steeds is. Die voorliefde werd duidelijk niet gedeeld door de klassieke auteurs. Volgens Plinius de Oudere was bier weliswaar zeer geschikt als gelaatsbehandeling, maar zeker niet voor consumptie. De latere keizer Julianus Apostata verkoos duidelijk ook wijn: in een gedicht prijst hij de druivendrank als ‘nectar-geurend’, terwijl bier wordt afgedaan als ‘naar geiten ruikend’. Geld, daarentegen, stinkt niet, moeten de Ptolemaeïsche koningen gedacht hebben, want nadat zij Egypte veroverden en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie. 

Een drank voor goden, levenden en doden

Het belang van bier voor de Egyptische cultuur, maatschappij en economie kan nauwelijks onderschat worden. In feite was er in Egypte al grootschalige bierproductie voor er farao’s waren: de eerste grote brouwinstallaties dateren uit het 4de millennium v.C. Zo werd in Hierakonpolis een pre-dynastische brouwerij ontdekt die minstens 400 liter bier per keer kon verwerken. Ook in Egyptische offers en rituelen speelde bier een cruciale rol. Meer nog, in de Egyptische mythologie had de mensheid er zelfs haar voortbestaan aan te danken. Op een dag wantrouwde de zonnegod Ra het menselijke geslacht namelijk zozeer dat hij besloot om zijn dochter Sechmet dan wel Hathor – afhankelijk van de versie – op strafexpeditie te sturen. De godin ging echter zo fel te keer dat Ra vreesde dat er geen mensen meer zouden overblijven. Hij besliste dan om de aarde te bedekken met een rood bier. Hathor/Sechmet verwarde het bier met bloed, werd dronken en viel in slaap; de mensheid was gered. Ieder jaar werd deze verlossing in Egypte gevierd met het ‘festival van de dronkenschap’, waarbij de bevolking zich op eenzelfde wijze tegoed deed aan copieuze hoeveelheden bier en wijn, op kosten van de staat. Vooral Hathor werd met bier geassocieerd, als de uitvindster ervan en als ‘meesteres van de dronkenschap’, maar ze deelde deze bevoegdheid met tal van andere mindere godinnen, zoals Menqet en Tenenet.

De antieke Egyptenaren hielden wel van een feestje, getuige deze scène uit het graf van Nebamun

Ook op gewone dagen deden Egyptische stervelingen zich maar al te graag tegoed aan het alcoholhoudende brouwsel. Mensen van alle geslachten en leeftijden dronken bier, van ’s morgens tot ’s avonds. Zo weten we uit rekeningen op papyrus dat bier ook deel uitmaakte van het ontbijt. Het Egyptische bier was dan ook voedzaam en calorierijk, minder gefilterd en steriel dan het heldere commerciële drankje waar wij aan gewend zijn. Daarnaast was het zonder twijfel veiliger om te drinken dan water dat rechtstreeks uit de Nijl gehaald werd, en komen we bier eveneens tegen als ingrediënt in medische recepten. Naast de levenden, hadden ook de doden behoefte aan bier. De drank was steevast deel van de offers die gebracht werden aan de overledenen. Het buitengewoon interessante graf van de hogepriester Petosiris uit Hermopolis toont een scène waarin de overledene een spel speelt met een vriend “totdat hij zichzelf verfrist in de bierkamer”, aldus de legende.

Deze Syrische huurling hield zoveel van het Egyptische bier dat hij zich al drinkend op zijn grafstèle liet afbeelden

Overdaad schaadt

In deze vermaningsbrief wordt een beambte met de toepasselijke naam Dionysios terechtgewezen door zijn superieur. Op het einde lezen we “Als je denkt dat het leuk is om de dronkaard uit te hangen en tegelijk bescherming te genieten, dan heb je nog niet aan morgen gedacht!”

In het dagelijkse leven werd er weliswaar veel bier geconsumeerd, maar dronkenschap werd niet op prijs gesteld. Demotische wijsheidsteksten waarschuwen voor de gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Ook wetten hielden hier rekening mee: in Alexandrië was gedronken hebben een verzwarende omstandigheid bij een misdaad. In de papyri wordt er ook wel eens geklaagd over de gevolgen van dronkenschap. Zo verhaalt een amusante petitie hoe een beneveld gezelschap trachtte in te breken in een kroeg, teneinde zich verder tegoed te doen aan de alcoholvoorraad van de uitbater. In het bijzonder staatsbeambten werd vaak overmatig alcoholgebruik aangewreven. Vooral lagere ambtenaren worden door hun oversten gewezen op de gevolgen van hun drankgebruik, maar ook de hooggeplaatste strategos, de provinciegouverneur, werd ervan beticht zijn werkbezoek aan een tempel al drinkend door te brengen. Dat deze beschuldigingen niet uit de lucht gegrepen zijn, leert ons een rekening voor een goederentransport, waarin er een budget voorzien is voor “bier voor de douanebeambten”.

De Ptolemaeïsche bierindustrie

Met de komst van de Grieken verloor Egypte dus geenszins zijn voorliefde voor bier, en de bierindustrie bleef dan ook een bloeiende economische sector. De basiselementen van het brouwproces waren dezelfde als vandaag: gerst werd eerst gemout, waarop de bekomen suikers door fermentatie met behulp van gist werden omgezet in alcohol. Het grootste verschil met hedendaags bier was de afwezigheid van hop. Dit beïnvloedde niet alleen de smaak, maar vooral ook de houdbaarheid: Egyptisch bier kon hooguit een week bewaard worden. In de papyri vinden we tal van variëteiten, gaande van bekend in de oren klinkend ‘zoet bier’ of ‘donker bier’ tot het mysterieuze ‘ijzeren bier’ en het dure ‘Siutbier’ (een bijzondere lokale variëteit, de Ptolemaeïsche Westvleteren?). De god Ptah  – of eerder: zijn priesters – gaf dan weer de voorkeur aan ‘zwaar bier’.

In afbeeldingen werd het brouwen van bier vaak geassocieerd met het bakken van brood, waarvoor ook graan en gist gebruikt werd

Aangezien gerst vrij beschikbaar was in Egypte, en er behalve aardewerken potten voor de rest niets nodig was, konden mensen allicht thuis bier brouwen. Desalniettemin had bijna elk Egyptisch dorp zijn eigen professionele brouwers, in tegenstelling tot wijnverkopers, die we enkel in de grote centra tegenkomen. Deze brouwers waren verenigd in beroepsassociaties, zoals de ambachten en gilden uit latere tijden. In de bierindustrie waren opvallend veel vrouwen actief, meer dan in andere traditioneel vrouwelijke beroepen zoals textielproductie. Het beroep van brouwer werd ook vaak doorgegeven van de ouders aan hun kinderen. Brouwers verkochten hun bier vaak zelf, en het Griekse woord voor brouwerij, zytopolion (ζυτοπώλιον), betekent letterlijk ‘bierwinkel’. Het gerstenat werd echter ook op tal van andere plaatsen verkocht: naast bars, schonken bijvoorbeeld ook de baden en bordelen van Ptolemaeïsch Egypte bier.

Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vrouwen speelden een belangrijke rol in de Egyptische bierindustrie. Links zien we hoe het bier gefilterd wordt; rechts plaatst een man een lemen stop op een bierkruik

De bierbelasting

Zo’n lucratieve branche ontsnapte uiteraard niet aan de aandacht van de Ptolemaeïsche administratie. Brouwers en bierverkopers waren onderworpen aan de zutera (ζυτηρά). Uit takslijsten weten we dat deze belasting tot de meest significante staatsinkomsten op dorpsniveau behoorde. Zoals de meeste belastingen werd ook de bierbelasting verpacht aan private ondernemers (zie ook de inkomsten uit het zogenaamde ‘oliemonopolie‘). Elk jaar vond er een veiling plaats, waar mensen konden bieden op de staatsinkomsten uit de bierindustrie van het dorp. Als de uiteindelijke inkomsten hoger bleken dan het gedane bod, maakte de pachter winst. In het tegengestelde geval moest hij of zij het verschil bijpassen.

Omwille van de lage kostprijs van bier betaalden de brouwers hun belasting grotendeels in brons, eerder dan in het meer kostbare zilver

In de praktijk was de pachter van de Ptolemaeïsche bierbelasting vaak zelf brouwer. Vanuit ons modern perspectief lijkt zo’n situatie de deur wagenwijd open te zetten voor misbruik en fraude. Vanuit het standpunt van de oudheid is het echter een perfect logische evolutie: het waren net de mensen die werkzaam waren in de bierindustrie die over de nodige informatie beschikten om de belastinginning vlot te laten verlopen. Er traden dan ook vooral problemen op wanneer een buitenstaander het contract pachtte. De machtige ‘ambachtsgilden’ waren niet gesteld op inmenging van buitenaf. Natuurlijk oefende ook de staat controle uit: de eigenlijke inning van de belastingen gebeurde door staatsbeambten, en van de pachters werd verwacht dat ze borgen stelden, mensen die beloofden om de staat te vergoeden indien de pachters hun verantwoordelijkheden niet nakwamen. Dat gebeurde ook regelmatig, en dit kon nare gevolgen hebben voor de borgen: in sommige gevallen werd hun huis openbaar verkocht.

Staatsgraan voor de brouwers

Ptolemaeïsche belastingpachters hadden niet alleen een financiële verantwoordelijkheid, maar waren ook betrokken bij de supervisie van de sectoren die onderworpen waren aan ‘hun’ belasting. In het geval van de bierindustrie hielden ze zich bezig met het verdelen van staatsgraan aan de brouwers. Dat zit zo: traditioneel werden ambachtslieden in Egypte door de overheid of door andere grote instellingen zoals tempels of grote landerijen van grondstoffen voorzien. De ambachtsman was zo verzekerd van zijn levensonderhoud, en kon in de tijd die overbleef voor eigen rekening werken.

In eerdere periodes werd Egyptisch bier ook van emmertarwe gemaakt, maar in de Ptolemaeïsche periode vinden we enkel gerst

De Ptolemaeën behielden een deel van dat systeem: de staatsgraanschuren leverden op maandelijkse basis gerst aan de brouwers. In tegenstelling tot vroegere tijden moeten we dat echter niet zien als een vorm van staatssubsidie. De Ptolemaeën lieten de brouwers immers betalen voor hun gerst!

Het systeem was voor de staat een handige manier om een deel van haar inkomen in natura – de oogstbelasting werd in graan betaald – om te zetten in cash. Maar ook de brouwers hadden voordeel bij deze werkwijze: zij waren immers verzekerd van een stabiele graanvoorziening. Hoewel er een vrije markt was voor gerst, functioneerde die in de Oudheid uiteraard niet zo vlot als vandaag, en het zou de brouwers behoorlijk wat tijd en geld kosten om tot overeenkomsten met individuele boeren te komen. En geld, dat hadden ze natuurlijk al nodig om hun belastingen te betalen!

Coverfoto: adaptatie van een foto van het object ‘Painted wooden model group: four figures preparing food and beer’ in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

Meer lezen?

Clarysse, W., ‘Use and Abuse of Beer and Wine in Graeco-Roman Egypt’, in K. Geus and K. Zimmerman (eds.), Studia Phoenicia XVI. Punica – Lybica –Ptolemaica. Festschrift für W. Huß (Orientalia Lovaniensia analecta 104), Leuven, Paris and Sterling, 2001, 159-166.

Drexhage, H.-J., ‘Bierproduzenten und Bierhändler in der papyrologischen Überlieferung’, MBAH 16.2 (1997), 32-39.

Geller, J., ‘From prehistory to history: beer in Egypt’, in R. Friedman and B. Adams (eds), The followers of Horus: studies dedicated to Michael Allen Hoffman, Oxford, 1992, 19-26.

Leitz, C., ‘Das Menu-Lied: eine Anleitung zum Bierbrauen für Hathor in 18 Schritten’, in R. Jasnow and G. Widmer (eds.), Illuminating Osiris: Egyptological studies in honor of Mark Smith, Atlanta, 2017, 221-237.

Samuel, D., ‘Brewing and Baking’, in P. T. Nicholson and I. Shaw (eds.), Ancient Egyptian materials and technology, Cambridge, 2000, 537-576,

Thompson, D. J., ‘The Ptolemaic Ethnos’, in V. Gabrielsen and C. A. Thomsen (eds.), Private Associations and the Public Sphere. Proceedings of a Symposium heldat the Royal Danish Academy of Sciences and Letters, 9-11 September 2010 (Scientia Danica. Series H, Humanistica, 8 vol. 9), Copenhagen, 2015, 301-313.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 1316