belasting Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/belasting/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 11 Jul 2026 23:36:23 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1.1 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png belasting Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/belasting/ 32 32 136391722 Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/#respond Sun, 12 Oct 2025 14:02:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2718 De bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten

Ook in de Oudheid konden belastingbetalers zich beroepen op bewijsmateriaal: uit duizenden papyri en ostraca uit Grieks-Romeins Egypte blijkt dat belastingkwitanties een belangrijk middel vormden om burgers te beschermen tegen fraude en misbruik. Ze tonen aan dat onderdanen niet louter passieve slachtoffers waren van een zwaar belastingsysteem, maar ook rechten konden laten gelden. In dit artikel wordt geschetst hoe deze kwitanties functioneerden, van Ptolemaeïsch Egypte tot zelfs Bactrië en Babylonië, en wat ze onthullen over administratieve continuïteit en de ideologie van redelijkheid bij antieke heersers. Zelfs in een wereld zonder digitale archieven gold: wie zijn bonnetje bijhield, stond sterker.

Het bericht Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
De zomer brengt in België niet enkel vakantie, maar ook het moment waarop de belastingaangifte ingediend moest worden. Traditioneel gaat dat gepaard met heel wat papierwerk, wat al eens tot frustratie kan leiden. Maar die bureaucratie heeft ook een positieve kant: het papierwerk kan namelijk gebruikt worden om aan te tonen dat aan alle verplichtingen voldaan is. In de Oudheid was dat niet anders. We stellen ons de onderdanen van de antieke heersers al te makkelijk voor als hulpeloze slachtoffers van scrupuleuze belastinginners, die gebukt gingen onder zware fiscale verplichtingen. Dit was echter niet noodzakelijk het geval. Zeker, onze bronnen tonen dat ambtsmisbruik geen uitzondering was, maar er was op zijn minst een ideologie die de nadruk legde op redelijkheid, en individuen stonden niet machteloos. Het meest directe bewijs hiervoor wordt geleverd door de papyri en ostraca uit Grieks-Romeins Egypte. In het bijzonder de belastingkwitanties die aan de betalers werden uitgedeeld, wijzen op een zekere mate van bescherming.

Antieke belastingbetalers: onderdrukt en overbelast?

De Romeinse keizer Tiberius op een zilveren denarius

We moeten ons uiteraard geen illusies maken over de zwaarte van belastingen in de Oudheid, maar het blijft niettemin onduidelijk wat de belastingdruk was in antieke samenlevingen. In ieder geval erkenden de heersers over het algemeen het feit dat overdreven zware belastingen op lange termijn contraproductief werkten. Het bekendste voorbeeld zijn de woorden die Suetonius toeschrijft aan Tiberius. De keizer vermaande enkele van zijn gouverneurs als volgt: “een goede herder moet zijn schapen scheren, niet villen.” Meer dan een millennium eerder vinden we de redenering nog explicieter terug in Egypte, in de zogenaamde Loyalist Teaching:

Overweldig de boer niet met belastingen, laat hem het goed hebben en hij zal er het volgende jaar nog steeds voor je zijn.

Soortgelijke opvattingen zijn overal in de antieke wereld terug te vinden, van Babylonische wijsheidsliteratuur tot de Arthashâstra in het India van de 4de eeuw v.C. Dat dit niet alleen theoretische overwegingen waren, blijkt het duidelijkst uit de documentaire teksten uit Egypte, inclusief edicten en officiële correspondentie waarin werd vastgelegd wie wat moest bijdragen en waarin ambtenaren die misbruik maakten van hun positie met straffen werden bedreigd.

Belastingkwitanties als bescherming van betalers in Hellenistisch Egypte

Op 25 artabas na heeft Ptolemaios zoon van Harpsalis ons niets toegerekend voor de half-artaba belasting, omdat jij geen kwitantie genomen hebt, aangezien je niks serieus neemt. [P. Tebt. 3 768; TM 7848]

Misstanden tegenover belastingbetalers kwamen wel degelijk voor in Egypte, maar de situatie kon verholpen worden, althans als de betaler eraan gedacht had om een kwitantie mee naar huis te nemen. Met meer dan 2000 gepubliceerde exemplaren vormen belastingkwitanties het meest voorkomende type tekst uit de Ptolemaeïsche periode, en dat aantal neemt nog toe onder de Romeinen. De Ptolemaeïsche kwitanties komen grotendeels uit Opper-Egypte, waar ze op ostraca geschreven werden.

Andere teksten maken echter duidelijk dat het om een algemeen gebruik ging; ook elders in Egypte deelden de autoriteiten zulke bewijsstukken uit. Aangezien er soms verschillende kwitanties op hetzelfde object aangebracht werden, was het waarschijnlijk de betaler zelf die een ostracon, papyrus of houten tabletje meebracht. De meeste betalers waren onderworpen aan een hele reeks belastingen, en in het gemiddelde huishouden zouden er dus verschillende kwitanties terug te vinden geweest zijn, wat interessante vragen oproept over de geletterdheid van de Egyptische bevolking.

Ptolemaeïsche kwitantie voor de belasting op wijngaarden

Kwitantie voor de oogstbelasting uit de 6de eeuw v.C.

Hoewel ze pas vanaf de Ptolemaeïsche periode in grote aantallen bewaard gebleven zijn, kende men in Egypte al eerder belastingkwitanties, ten laatste vanaf de 7de eeuw v.C. De Ptolemaeën namen in dit geval dus een bestaande praktijk over en ze breidden het gebruik ervan uit. Dit hoeft niet te verbazen: contact met de belastingbetalers was een zaak van de lokale administratie, en op dit niveau was de continuïteit het grootst. Kwitanties uit een archief dat toebehoorde aan een zekere Teos (een Thebaanse dodenpriester of choachiet) en diens vrouw Thabis, daterend uit de overgangsperiode tussen de Perzen en de Ptolemaeën (4de eeuw v.C.), tonen bovendien vormelijke continuïteit met de vorige periodes. Na verloop van tijd ontwikkelde zich een specifieke Ptolemaeïsche vorm van belastingkwitanties, waaronder ook exemplaren die in het Grieks waren opgesteld.

Documenten ten dienste van de bevolking

Het citaat in de vorige sectie toonde reeds dat de kwitanties door de belastingbetalers werden bijgehouden als bewijsstukken. Zonder konden gewetenloze beambten hen twee keer laten betalen. Er zijn meerdere gevallen bekend waarin zulke functionarissen kwitanties aan de betalers probeerden te ontfutselen, hetzij onder valse voorwendselen, hetzij door ze gewoon te stelen, om zo meer geld af te kunnen troggelen van hun slachtoffers.

Takskwitantie in het Demotisch en het Aramees

Gelukkig schetsen andere teksten een positiever beeld van het gebruik van kwitanties. Eén betaler uit de vroeg-Romeinse periode verwijst nog terug naar kwitanties uit de tijd van Cleopatra VII, decennia eerder, en de kwitanties bleven dus zelfs geldig over de regimewissel heen. De meeste Ptolemaeïsche kwitanties werden geschreven in het Demotisch of het Grieks, maar er zijn ook een handvol Aramese exemplaren bewaard. Dit toont nog maar eens aan dat ze bedoeld waren om de belastingbetalers van dienst te zijn, aangezien het Aramees geen officiële taal was van de Ptolemaeïsche staat, maar een minderheidstaal van bepaalde gemeenschappen.

De Ptolemaeën boden deze dienst gratis aan, in tegenstelling tot de Romeinen, die de bevolking lieten betalen – mensen laten betalen voor het betalen van hun belastingen kan misschien nog een creatieve manier zijn om het gat in de begroting te verkleinen – voor hun belastingkwitanties.

Bescherming van belastingbetalers elders in de Hellenistische wereld

Het feit dat Ptolemaeïsche belastingkwitanties verder bouwden op een bestaand gebruik betekent daarom niet dat het om een exclusief Egyptisch fenomeen ging. Wel is het zo dat alledaagse documenten zoals kwitanties over het algemeen op vergankelijke materialen geschreven werden, die we voornamelijk nog in Egypte terugvinden, dankzij de bijzondere klimatologische omstandigheden.  Maar bij toeval is er een kwitantie uit de 2de eeuw v.C. op dierenhuid bewaard gebleven uit Bactrië, in het huidige Afghanistan. Verschillende van de vermelde formules en ambtenaren zijn ook bekend in Egypte, een illustratie van de verwevenheid van de Hellenistische wereld.

Bactrische belastingskwitantie op dierenhuid uit de 2de eeuw v.C.

Uit het Hellenistische Babylonië zijn weliswaar geen kwitanties bewaard gebleven, maar er zijn wel grote hoeveelheden zegels gevonden met daarop vermeldingen van belastingen. De documenten waaraan ze ooit waren bevestigd, zijn verloren gegaan. Sommige daarvan waren mogelijk belastingkwitanties, en net als in Egypte zijn er voorbeelden van zulke teksten bekend uit de Neobabylonische en Perzische periodes, maar dit is geenszins zeker. In ieder geval dienden de zegels op zichzelf ook als bewijs van de vervulling van bepaalde verplichtingen. Dit illustreert dat er in verschillende antieke samenlevingen verschillende methoden konden worden gebruikt om belastingbetalers te beschermen. Die laatsten waren dus geenszins passieve en uitgebuite onderdanen die weerloos waren tegen misbruik door staatsambtenaren.

Lees meer

Depauw, M., The Archive of Teos and Thabis from Early Ptolemaic Thebes, Turnhout, 2000.
Muhs, B., Tax Receipts, Taxpayers and Taxes in Early Ptolemaic Thebes, Chicago, 2005.
Jakobsson, J. and Glenn, S., ‘New Research on the Bactrian Tax-receipt’, Ancient History Bulletin 32 (2018), 61–71.
van Oppen de Ruiter, B. F. and Wallenfels, R. (eds.), Hellenistic Sealings & Archives: Proceedings of the Edfu Connection, an International Conference, Turnhout, 2021.

Coverafbeelding: adaptatie van een beschilderd tafereel van een veekeuring door Nebamoen (een klerk en graanteller in het befaamde tempelcomplex van Thebe rond 1350 v.C.) uit diens grafcomplex, bewaard in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

[Een Engelstalige versie van deze blogpost werd eerder gepubliceerd op de website van het project FARE (FiscAl Reform in Egypt: From the Achaemenids to the Ptolemies)]

Het bericht Niet vergeten een bonnetje te vragen: de bescherming van belastingbetalers in Hellenistisch Egypte en daarbuiten  van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/10/2025/niet-vergeten-een-bonnetje-te-vragen-de-bescherming-van-belastingbetalers-in-hellenistisch-egypte-en-daarbuiten/feed/ 0 2718
Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/#respond Thu, 30 May 2019 14:50:07 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1316

Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, werd Egypte in de Oudheid meer met bier geassocieerd. Nadat de Ptolemaeïsche koningen Egypte hadden veroverd en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie, onder andere door het opleggen van een bier- of brouwersbelasting.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

De Egyptenaren drinken wijn gemaakt van gerst, want zij kennen de wijnstok niet. (Herodotus, Historiai II, 77).

Hoewel Herodotus het gevarieerde Egyptische alcoholassortiment hier oneer aandoet, maakt zijn opvatting wel duidelijk hoezeer Egypte in de Oudheid met bier geassocieerd werd. Waar de Grieken en de Romeinen hun keel liefst met wijn smeerden, was de nationale drank van het oude Egypte het gerstenat dat ook in onze contreien zo geliefd was, en nog steeds is. Die voorliefde werd duidelijk niet gedeeld door de klassieke auteurs. Volgens Plinius de Oudere was bier weliswaar zeer geschikt als gelaatsbehandeling, maar zeker niet voor consumptie. De latere keizer Julianus Apostata verkoos duidelijk ook wijn: in een gedicht prijst hij de druivendrank als ‘nectar-geurend’, terwijl bier wordt afgedaan als ‘naar geiten ruikend’. Geld, daarentegen, stinkt niet, moeten de Ptolemaeïsche koningen gedacht hebben, want nadat zij Egypte veroverden en er een Griekse bureaucratie introduceerden, tornden zij niet aan de dominante positie van bier. Integendeel, ze stimuleerden en sloegen op velerlei wijze munt uit de Egyptische bierindustrie. 

Een drank voor goden, levenden en doden

Het belang van bier voor de Egyptische cultuur, maatschappij en economie kan nauwelijks onderschat worden. In feite was er in Egypte al grootschalige bierproductie voor er farao’s waren: de eerste grote brouwinstallaties dateren uit het 4de millennium v.C. Zo werd in Hierakonpolis een pre-dynastische brouwerij ontdekt die minstens 400 liter bier per keer kon verwerken. Ook in Egyptische offers en rituelen speelde bier een cruciale rol. Meer nog, in de Egyptische mythologie had de mensheid er zelfs haar voortbestaan aan te danken. Op een dag wantrouwde de zonnegod Ra het menselijke geslacht namelijk zozeer dat hij besloot om zijn dochter Sechmet dan wel Hathor – afhankelijk van de versie – op strafexpeditie te sturen. De godin ging echter zo fel te keer dat Ra vreesde dat er geen mensen meer zouden overblijven. Hij besliste dan om de aarde te bedekken met een rood bier. Hathor/Sechmet verwarde het bier met bloed, werd dronken en viel in slaap; de mensheid was gered. Ieder jaar werd deze verlossing in Egypte gevierd met het ‘festival van de dronkenschap’, waarbij de bevolking zich op eenzelfde wijze tegoed deed aan copieuze hoeveelheden bier en wijn, op kosten van de staat. Vooral Hathor werd met bier geassocieerd, als de uitvindster ervan en als ‘meesteres van de dronkenschap’, maar ze deelde deze bevoegdheid met tal van andere mindere godinnen, zoals Menqet en Tenenet.

De antieke Egyptenaren hielden wel van een feestje, getuige deze scène uit het graf van Nebamun

Ook op gewone dagen deden Egyptische stervelingen zich maar al te graag tegoed aan het alcoholhoudende brouwsel. Mensen van alle geslachten en leeftijden dronken bier, van ’s morgens tot ’s avonds. Zo weten we uit rekeningen op papyrus dat bier ook deel uitmaakte van het ontbijt. Het Egyptische bier was dan ook voedzaam en calorierijk, minder gefilterd en steriel dan het heldere commerciële drankje waar wij aan gewend zijn. Daarnaast was het zonder twijfel veiliger om te drinken dan water dat rechtstreeks uit de Nijl gehaald werd, en komen we bier eveneens tegen als ingrediënt in medische recepten. Naast de levenden, hadden ook de doden behoefte aan bier. De drank was steevast deel van de offers die gebracht werden aan de overledenen. Het buitengewoon interessante graf van de hogepriester Petosiris uit Hermopolis toont een scène waarin de overledene een spel speelt met een vriend “totdat hij zichzelf verfrist in de bierkamer”, aldus de legende.

Deze Syrische huurling hield zoveel van het Egyptische bier dat hij zich al drinkend op zijn grafstèle liet afbeelden

Overdaad schaadt

In deze vermaningsbrief wordt een beambte met de toepasselijke naam Dionysios terechtgewezen door zijn superieur. Op het einde lezen we “Als je denkt dat het leuk is om de dronkaard uit te hangen en tegelijk bescherming te genieten, dan heb je nog niet aan morgen gedacht!”

In het dagelijkse leven werd er weliswaar veel bier geconsumeerd, maar dronkenschap werd niet op prijs gesteld. Demotische wijsheidsteksten waarschuwen voor de gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Ook wetten hielden hier rekening mee: in Alexandrië was gedronken hebben een verzwarende omstandigheid bij een misdaad. In de papyri wordt er ook wel eens geklaagd over de gevolgen van dronkenschap. Zo verhaalt een amusante petitie hoe een beneveld gezelschap trachtte in te breken in een kroeg, teneinde zich verder tegoed te doen aan de alcoholvoorraad van de uitbater. In het bijzonder staatsbeambten werd vaak overmatig alcoholgebruik aangewreven. Vooral lagere ambtenaren worden door hun oversten gewezen op de gevolgen van hun drankgebruik, maar ook de hooggeplaatste strategos, de provinciegouverneur, werd ervan beticht zijn werkbezoek aan een tempel al drinkend door te brengen. Dat deze beschuldigingen niet uit de lucht gegrepen zijn, leert ons een rekening voor een goederentransport, waarin er een budget voorzien is voor “bier voor de douanebeambten”.

De Ptolemaeïsche bierindustrie

Met de komst van de Grieken verloor Egypte dus geenszins zijn voorliefde voor bier, en de bierindustrie bleef dan ook een bloeiende economische sector. De basiselementen van het brouwproces waren dezelfde als vandaag: gerst werd eerst gemout, waarop de bekomen suikers door fermentatie met behulp van gist werden omgezet in alcohol. Het grootste verschil met hedendaags bier was de afwezigheid van hop. Dit beïnvloedde niet alleen de smaak, maar vooral ook de houdbaarheid: Egyptisch bier kon hooguit een week bewaard worden. In de papyri vinden we tal van variëteiten, gaande van bekend in de oren klinkend ‘zoet bier’ of ‘donker bier’ tot het mysterieuze ‘ijzeren bier’ en het dure ‘Siutbier’ (een bijzondere lokale variëteit, de Ptolemaeïsche Westvleteren?). De god Ptah  – of eerder: zijn priesters – gaf dan weer de voorkeur aan ‘zwaar bier’.

In afbeeldingen werd het brouwen van bier vaak geassocieerd met het bakken van brood, waarvoor ook graan en gist gebruikt werd

Aangezien gerst vrij beschikbaar was in Egypte, en er behalve aardewerken potten voor de rest niets nodig was, konden mensen allicht thuis bier brouwen. Desalniettemin had bijna elk Egyptisch dorp zijn eigen professionele brouwers, in tegenstelling tot wijnverkopers, die we enkel in de grote centra tegenkomen. Deze brouwers waren verenigd in beroepsassociaties, zoals de ambachten en gilden uit latere tijden. In de bierindustrie waren opvallend veel vrouwen actief, meer dan in andere traditioneel vrouwelijke beroepen zoals textielproductie. Het beroep van brouwer werd ook vaak doorgegeven van de ouders aan hun kinderen. Brouwers verkochten hun bier vaak zelf, en het Griekse woord voor brouwerij, zytopolion (ζυτοπώλιον), betekent letterlijk ‘bierwinkel’. Het gerstenat werd echter ook op tal van andere plaatsen verkocht: naast bars, schonken bijvoorbeeld ook de baden en bordelen van Ptolemaeïsch Egypte bier.

Nico Dogaer | OUDE GESCHIEDENIS

Vrouwen speelden een belangrijke rol in de Egyptische bierindustrie. Links zien we hoe het bier gefilterd wordt; rechts plaatst een man een lemen stop op een bierkruik

De bierbelasting

Zo’n lucratieve branche ontsnapte uiteraard niet aan de aandacht van de Ptolemaeïsche administratie. Brouwers en bierverkopers waren onderworpen aan de zutera (ζυτηρά). Uit takslijsten weten we dat deze belasting tot de meest significante staatsinkomsten op dorpsniveau behoorde. Zoals de meeste belastingen werd ook de bierbelasting verpacht aan private ondernemers (zie ook de inkomsten uit het zogenaamde ‘oliemonopolie‘). Elk jaar vond er een veiling plaats, waar mensen konden bieden op de staatsinkomsten uit de bierindustrie van het dorp. Als de uiteindelijke inkomsten hoger bleken dan het gedane bod, maakte de pachter winst. In het tegengestelde geval moest hij of zij het verschil bijpassen.

Omwille van de lage kostprijs van bier betaalden de brouwers hun belasting grotendeels in brons, eerder dan in het meer kostbare zilver

In de praktijk was de pachter van de Ptolemaeïsche bierbelasting vaak zelf brouwer. Vanuit ons modern perspectief lijkt zo’n situatie de deur wagenwijd open te zetten voor misbruik en fraude. Vanuit het standpunt van de oudheid is het echter een perfect logische evolutie: het waren net de mensen die werkzaam waren in de bierindustrie die over de nodige informatie beschikten om de belastinginning vlot te laten verlopen. Er traden dan ook vooral problemen op wanneer een buitenstaander het contract pachtte. De machtige ‘ambachtsgilden’ waren niet gesteld op inmenging van buitenaf. Natuurlijk oefende ook de staat controle uit: de eigenlijke inning van de belastingen gebeurde door staatsbeambten, en van de pachters werd verwacht dat ze borgen stelden, mensen die beloofden om de staat te vergoeden indien de pachters hun verantwoordelijkheden niet nakwamen. Dat gebeurde ook regelmatig, en dit kon nare gevolgen hebben voor de borgen: in sommige gevallen werd hun huis openbaar verkocht.

Staatsgraan voor de brouwers

Ptolemaeïsche belastingpachters hadden niet alleen een financiële verantwoordelijkheid, maar waren ook betrokken bij de supervisie van de sectoren die onderworpen waren aan ‘hun’ belasting. In het geval van de bierindustrie hielden ze zich bezig met het verdelen van staatsgraan aan de brouwers. Dat zit zo: traditioneel werden ambachtslieden in Egypte door de overheid of door andere grote instellingen zoals tempels of grote landerijen van grondstoffen voorzien. De ambachtsman was zo verzekerd van zijn levensonderhoud, en kon in de tijd die overbleef voor eigen rekening werken.

In eerdere periodes werd Egyptisch bier ook van emmertarwe gemaakt, maar in de Ptolemaeïsche periode vinden we enkel gerst

De Ptolemaeën behielden een deel van dat systeem: de staatsgraanschuren leverden op maandelijkse basis gerst aan de brouwers. In tegenstelling tot vroegere tijden moeten we dat echter niet zien als een vorm van staatssubsidie. De Ptolemaeën lieten de brouwers immers betalen voor hun gerst!

Het systeem was voor de staat een handige manier om een deel van haar inkomen in natura – de oogstbelasting werd in graan betaald – om te zetten in cash. Maar ook de brouwers hadden voordeel bij deze werkwijze: zij waren immers verzekerd van een stabiele graanvoorziening. Hoewel er een vrije markt was voor gerst, functioneerde die in de Oudheid uiteraard niet zo vlot als vandaag, en het zou de brouwers behoorlijk wat tijd en geld kosten om tot overeenkomsten met individuele boeren te komen. En geld, dat hadden ze natuurlijk al nodig om hun belastingen te betalen!

Coverfoto: adaptatie van een foto van het object ‘Painted wooden model group: four figures preparing food and beer’ in het British Museum (CC BY-NC-SA 4.0)

Meer lezen?

Clarysse, W., ‘Use and Abuse of Beer and Wine in Graeco-Roman Egypt’, in K. Geus and K. Zimmerman (eds.), Studia Phoenicia XVI. Punica – Lybica –Ptolemaica. Festschrift für W. Huß (Orientalia Lovaniensia analecta 104), Leuven, Paris and Sterling, 2001, 159-166.

Drexhage, H.-J., ‘Bierproduzenten und Bierhändler in der papyrologischen Überlieferung’, MBAH 16.2 (1997), 32-39.

Geller, J., ‘From prehistory to history: beer in Egypt’, in R. Friedman and B. Adams (eds), The followers of Horus: studies dedicated to Michael Allen Hoffman, Oxford, 1992, 19-26.

Leitz, C., ‘Das Menu-Lied: eine Anleitung zum Bierbrauen für Hathor in 18 Schritten’, in R. Jasnow and G. Widmer (eds.), Illuminating Osiris: Egyptological studies in honor of Mark Smith, Atlanta, 2017, 221-237.

Samuel, D., ‘Brewing and Baking’, in P. T. Nicholson and I. Shaw (eds.), Ancient Egyptian materials and technology, Cambridge, 2000, 537-576,

Thompson, D. J., ‘The Ptolemaic Ethnos’, in V. Gabrielsen and C. A. Thomsen (eds.), Private Associations and the Public Sphere. Proceedings of a Symposium heldat the Royal Danish Academy of Sciences and Letters, 9-11 September 2010 (Scientia Danica. Series H, Humanistica, 8 vol. 9), Copenhagen, 2015, 301-313.

Het bericht Over aangeschoten ambtenaren en de brouwersbelasting: bier en de staat in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/30/05/2019/over-aangeschoten-ambtenaren-en-de-brouwersbelasting-bier-en-de-staat-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 0 1316
Geschopt, geslagen en gepluimd: de onfortuinlijke oliehandelaar Apollodoros https://www.oudegeschiedenis.be/21/08/2018/geschopt-geslagen-en-gepluimd-de-onfortuinlijke-oliehandelaar-apollodoros/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/08/2018/geschopt-geslagen-en-gepluimd-de-onfortuinlijke-oliehandelaar-apollodoros/#comments Tue, 21 Aug 2018 14:51:31 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1000 olielampen

De onfortuinlijke Apollodoros, een oliehandelaar in het Egyptische dorp Kerkeosiris, is bij ons bekend dankzij enkele overgeleverde papyri. De olie in kwestie was geen petroleum, maar plantaardige olie, vooral gewonnen uit het zaad van de sesam- en de castorplant. In een tijd zonder elektriciteit waren deze oliën van levensbelang voor verlichting, en ook in de keuken waren ze onontbeerlijk. De vele overgeleverde papyri over olie bieden ons belangrijke informatie over de economie van Egypte in de Oudheid, en in sommige gevallen geven ze ons ook een inkijk in het dagelijkse dorpsleven.

Het bericht Geschopt, geslagen en gepluimd: de onfortuinlijke oliehandelaar Apollodoros van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
olielampen

“Ze wierpen zich op ons en overmanden ons. Met de knuppels die ze bij zich hadden, rosten ze ons af. Niet alleen ik, maar ook mijn vrouw werd verwond, en mijn zaak leed hierdoor een verlies van 10 bronzen talenten.” Geen passage uit een misdaadroman, maar een citaat uit een papyrus uit het jaar 114 v.C. De auteur van deze aangifte was de onfortuinlijke Apollodoros, die van de staat een contract geleaset had om olie te verkopen in het Egyptische dorp Kerkeosiris. De olie in kwestie was geen petroleum, maar plantaardige olie, vooral gewonnen uit het zaad van de sesam- en de castorplant. In een tijd zonder elektriciteit waren deze oliën van levensbelang voor verlichting, en ook in de keuken waren ze onontbeerlijk. De vele overgeleverde papyri over olie bieden ons belangrijke informatie over de economie van Egypte in de Oudheid, en in sommige gevallen geven ze ons ook een inkijk in het dagelijkse dorpsleven. Helemaal geweldig wordt het wanneer meerdere papyri over dezelfde persoon bewaard gebleven zijn, zoals in het geval van Apollodoros, wiens lotgevallen we over een langere periode kunnen volgen.

Olieverkoper, een gevaarlijk beroep

Papyrus waarin Apollodoros het relaas van een aanval door oliesmokkelaars doet

We ontmoeten Apollodoros voor het eerst laat in 114 v.C., wanneer hij een aangifte doet bij de komogrammateus of dorpsschrijver Menches over het onrecht dat hem aangedaan werd. Niet alleen waren er illegale olieverkopers actief die zijn exclusieve concessie probeerden te omzeilen, maar deze heren bleken ook nog eens bijzonder agressief. Zijn relaas (P. Tebt. I 39) gaat als volgt:

“Ik vond gesmokkelde olie in het huis van Sisois. Onmiddellijk wendde ik me tot de bevoegde beambte en nam hem mee naar het huis in kwestie. Daarop vielen de genoemde Sisois en zijn vrouw Tausiris ons aan en ze brachten me vele slagen toe. Ze dreven ons uit het huis en sloegen de deur achter ons dicht.”

Apollodoros was echter niet geneigd om snel op te geven, en enkele dagen later probeerde hij opnieuw:

“Ik kwam Sisois tegen bij de tempel van Zeus en probeerde hem te arresteren, in het bijzijn van de bevoegde beambte en een ‘zwaarddrager’. Maar Pausiris, de broer van Sisois, en enkele anderen wierpen zich op ons en overmanden ons. Met de knuppels die ze bijhadden, rosten ze ons af. Niet alleen ik, maar ook mijn vrouw werd verwond, en mijn zaak leed hierdoor een verlies van 10 bronzen talenten.”

Ondanks zijn gewapende escorte haalden de pogingen van die arme Apollodoros dus niets uit.

Het “oliemonopolie”

Castor- of wonderbonen, waaruit olie wordt geperst

De achtergrond waartegen het verhaal van Apollodoros zich afspeelt, is het zogenaamde staatsmonopolie in de Ptolemaeïsche oliesector. De Ptolemaeïsche staat oefende een uitzonderlijk grote controle uit over het kweken van oliehoudende gewassen, over de productie van olie in door de staat bevoorrade olieslagerijen en over de verkoop van het eindproduct door geconcessioneerde olieverkopers. Hiervoor werd intensief samengewerkt met privépersonen die via een veiling het recht op de inkomsten uit de oliesector verwierven, en op die manier het geld voorschoten aan de staat en het risico op zich namen. Als de inkomsten hoger uitvielen dan zijn of haar bod, maakte deze persoon winst, anders moest hij of zij het verlies bijpassen. De staat legde ook de prijzen van de verschillende soorten olie vast en beschermde de inkomsten van de private partners via hoge invoerheffingen op buitenlandse (olijf)olie. Illegale productie en verkoop werden bijzonder zwaar bestraft, met boetes tot 30 000 drachmen, wat voor een gewone Ptolemaeïsche dagloner 300 jaar werk betekende. Zelfs de verkoop van dierlijk vet, een mogelijke vervanger voor olie, werd aan banden gelegd. Dit was tenminste de theorie. In de praktijk bleken zulke uitgebreide regelingen zeer moeilijk af te dwingen door een antieke staat, die veel beperktere mogelijkheden had dan onze moderne regeringen.

De Thraciër

Papyrus met daarop onder andere een petitie waarin Apollodoros zijn ontdekking van oliesmokkel meedeelt

Dit wordt pijnlijk duidelijk in het geval van Apollodoros. Zijn verkooprecht, dat in theorie exclusief was, bleek namelijk zo lek als een zeef. Uit het voorjaar van 113 v.C. kennen we een tweede papyrus (P. Tebtunis I 38) die over gesmokkelde olie in Kerkeosiris handelt:

“Vanwege Apollodoros, de verantwoordelijke voor de distributie van en belasting op olie in Kerkeosiris voor het vierde jaar. Mijn onderneming is een complete mislukking geworden door de smokkel en illegale verkoop van sesam- en castorolie in het dorp. Vandaar dat, wanneer het nieuws me bereikte dat een zekere Thraciër wiens naam ik niet ken, olie smokkelde naar het huis van Petesouchos de leerverkoper en deze verkocht, ik de burgemeester en de vertegenwoordiger van de politiecommissaris meenam naar het huis, waar ik weliswaar de Thraciër aantrof, maar de gesmokkelde goederen waren al verwijderd. Na een zoektocht vond ik de olie toch, verstopt in huiden en schapenvellen van de leerverkoper. De Thraciër kon echter ontkomen…”

Apollodoros de tollenaar?

Uit de voorgaande petitie leren we niet alleen dat het zoeken naar smokkelaars een voltijdse job was voor Apollodoros, maar ook dat hij naast de concessie voor olieverkoop een belasting op olie pachtte. Belastingpacht was een praktijk die heel vaak werd toegepast in de Oudheid, zowel bij de klassieke Grieken, als bij de Romeinen, als in de hellenistische koninkrijken. Het principe is hetzelfde als voor de inkomsten uit de oliesector: de pachter doet een bod en garandeert de staat een bepaalde som. Zijn inkomsten hangen dan af van hoeveel belastingen er effectief geïnd werden. Deze pachters waren soms heuse financiële ondernemers, die tegelijkertijd belastingen in uiteenlopende sectoren pachtten. Andere, meer bescheiden, pachters kwamen vaak uit de sector zelf die belast werd. Zulke personen hadden immers kostbare informatie die nuttig was voor de staat. Het lijkt erop dat Apollodoros een voorbeeld van dat laatste fenomeen was. Uit onder meer het Nieuwe Testament weten we dat zulke pachters of ‘tollenaars’ heel onpopulair waren bij de plaatselijke bevolking. Misschien verklaart dit ook wel waarom Apollodoros niet bepaald vriendelijk bejegend werd…

Zacheüs, de Joodse oppertollenaar van Jericho ten tijde van Jezus (naar een schilderij van James Tissot)

Smokkel: een terugkerend probleem

Hoe dan ook, Apollodoros’ lijdensweg was nog niet ten einde. In een derde en laatste papyrus klaagt hij tegenover de dorpsschrijver dat hij “in buitengewone armoede” terechtgekomen is door degenen die illegaal olie smokkelen en verkopen. Apollodoros was niet de enige wiens contract met de staat schade ondervond door smokkel. De papyri verhalen over tal van gevallen van oliesmokkel. Ongeveer een eeuw voor de avonturen van Apollodoros werd er in het dorp Oxyrhyncha zelfs een informant vermoord. Dit hoeft niet te verbazen, gezien er grof geld verdiend kon worden, de boetes zeer hoog waren, en de smokkelnetwerken soms de indruk van georganiseerde misdaad geven. Ook in andere sectoren was de staat nauw betrokken, en waren er vormen van privaat-publieke samenwerking die aanleiding gaven tot “illegale” activiteiten en smokkel. Zo horen we onder meer over illegaal zout, gesmokkelde ezelhuiden, jeneverbesextract en linnen.

Een nieuw hoofdstuk

Een scarabee of mestkever

De drie papyri die ons het verhaal van Apollodoros leren kennen, zijn reeds 100 jaar gepubliceerd en bekend bij onderzoekers. Historisch onderzoek staat echter niet stil, en er duiken voortdurend nieuwe teksten op die ons dwingen om het heersende beeld bij te stellen. In het geval van Apollodoros is er nog een vierde, weliswaar fragmentarische, ongepubliceerde papyrus die ons meer leert over zijn oliehandel. Deze tekst wordt momenteel bestudeerd en klaargemaakt voor publicatie door ondergetekende, dus speciaal voor onze lezers volgt hier een sneak peek van lopend Leuvens onderzoek. De tekst dateert van 2 augustus 113 v.C., en is dus jonger dan de tot nu toe bekende papyri. Uit het document blijkt dat Apollodoros’ problemen nog niet ten einde waren. Ditmaal speelt de vuilnisbelt van het dorp Kerkeosiris een prominente rol. De tekst leert ons dat er iets verstopt is op de vuilnisbelt, maar het is niet duidelijk wat. Illegale olie? Smokkelaars? Of toch nog iets helemaal anders? Wordt vervolgd…

Coverfoto: adaptatie van foto ‘AncienLamps’ door Combirom2 op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Geschopt, geslagen en gepluimd: de onfortuinlijke oliehandelaar Apollodoros van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/08/2018/geschopt-geslagen-en-gepluimd-de-onfortuinlijke-oliehandelaar-apollodoros/feed/ 1 1000
Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/#comments Tue, 21 Nov 2017 14:41:22 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=387 cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de 'assassins' uit de titel. Lees hier onze review.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar ons geliefde Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de ‘assassins‘ uit de titel. In dit spel bestuurt de speler Bayek, een Egyptenaar uit Siwa die op zijn zoektocht naar wraak verwikkeld geraakt in de samenzwering van de ‘Orde van de antieken’ (in ‘Assassin’s Creed’-termen: de proto-tempeliers). Deze groepering bespeelt achter de schermen de Ptolemaeïsche dynastie en tracht Egypte in haar macht te krijgen. En passant mengt Bayek zich zo in de burgeroorlog tussen Cleopatra VII (dé Cleopatra) en haar broer Ptolemaios XIII. Voer dus voor een spectaculair verhaal rond historische personages, inclusief Romeinse publiekslievelingen Pompeius en Caesar, tegen de achtergrond van de nadagen van Ptolemaeïsch Egypte.

Visuele pracht

Het moet gezegd worden dat ontwikkelaar Ubisoft dat Egypte op een prachtige manier in beeld gebracht heeft. De game is een ware lust voor het oog en bij het verkennen van de enorme speelwereld is het moeilijk om soms niet even stil te blijven staan om al dat moois in je op te nemen. Bij het exploreren van de talrijke tombes werpt Bayeks toorts indrukwekkende schaduwen, de Nijl produceert prachtige reflecties en het stof waait mooi op bij het doorkruisen van de woestijn. De makers hebben de wereld met een groot oog voor detail gereconstrueerd, gaande van de vele gebouwen en papyri die voorzien zijn van geloofwaardig uitziende (maar niet altijd betekenisvolle) Griekse of Egyptische tekst, tot het typische gebruik van littekens in persoonsbeschrijvingen.

De wereld leeft ook. Er is voortdurend bedrijvigheid: mensen wandelen over straat, bakken brood, maken standbeelden, oogsten graan, weven kleding, enzovoort. In de tempels worden rituelen uitgevoerd en in de necropolen zijn mummificeerders aan het werk. Spelers zijn getuige van mooie scènes uit het alledaagse Egypte, van religieuze processies tot symposia, vaak geheel onverwacht. Het spel kent ook een dag-en-nacht-cyclus, die belangrijke implicaties heeft. Zo is het verstandiger om moeilijke missies uit te stellen tot na zonsondergang, omdat wachters en rovers dan slapen.

Visuele pracht: het meer van Mareotis bij nacht

Ptolemaeïsch Egypte

Het Oude Egypte is altijd een populaire periode geweest voor schrijvers, filmmakers en andere entertainers, wat soms tot een stereotiep en statisch beeld van Egypte leidt, doorspekt met fantasierijke elementen. Gelukkig zijn de makers van Assassin’s Creed niet in deze val getrapt: het Egypte dat we te zien krijgen is duidelijk Ptolemaeïsch. De Griekse invloed is sterk aanwezig, van de staatsbeambten en architectuur tot de kleding en de geteelde gewassen. Mythologische passages komen weliswaar voor (zoals de heroïsche strijd met Apophis vanop de zonnebark van Ra), maar worden goed gekaderd als droom of hallucinatie. Het spel toont ook een besef van de ouderdom en de gelaagdheid van de Egyptische geschiedenis. Het hoofdpersonage geeft bijvoorbeeld aan bepaalde hiëroglyfische teksten niet te kunnen lezen omdat ze te oud zijn.

Het einde van de Egyptische beschaving: Letopolis verdwijnt onder het zand

De 1ste eeuw v.C. wordt duidelijk neergezet als de laatste fase en de ondergang van deze grote beschaving. Dit is merkbaar in de verhalen die verteld worden. In één van de eerste side quests, die te maken heeft met de verkoop van valse kattenmummies aan toeristen, wordt er bijvoorbeeld gealludeerd op de spanning tussen het behouden van religieuze tradities en de nood aan financiële middelen. Anderzijds wordt deze sfeer ook visueel opgewekt: Egypte is bezaaid met ruïnes, steden zijn al deels opgeslokt door het woestijnzand of liggen onder water, en ook de piramides, symbolen van de luister van weleer, beginnen reeds tekenen van verval te vertonen.

Memphis, gedomineerd door de centrale tempel van Ptah

Het spel speelt zich grotendeels af in Neder-Egypte, het noordelijke deel van het land dat gedomineerd wordt door de Nijldelta. Enerzijds zou het technisch moeilijk zijn om ook het grotere Opper-Egypte op te nemen, aangezien de hele spelwereld te doorkruisen valt zonder ooit één laadscherm tegen te komen, anderzijds houdt dit ook inhoudelijk steek. Het zuiden, en in het bijzonder Thebe, had namelijk erg geleden onder de onlusten in het begin van de 1ste eeuw v.C., en de belangrijkste politiek-militaire gebeurtenissen speelden zich in deze periode in het noorden af. De kaart is natuurlijk erg gecomprimeerd -je kan van in Alexandrië de piramides zien liggen-, maar de voornaamste Neder-Egyptische plaatsen zijn vertegenwoordigd.

Alexandrië: een Griekse stad

Sommige van deze plaatsen, in het bijzonder Alexandrië, zijn slecht gedocumenteerd en niet of nauwelijks opgegraven. Dit geeft de makers van het spel de nodige vrijheid, en hoewel ze zich wel in grote lijnen baseren op de wetenschappelijke kennis, hebben ze die vrijheid ook aangewend om de plaatsen een duidelijk eigen karakter te geven. Het contrast tussen de nieuwe hoofdstad Alexandrië en het oude centrum Memphis is bijvoorbeeld groot. Waar Alexandrië duidelijk een Griekse stad is, aangelegd op basis van een rasterpatroon en bijna volledig gehuld in marmer, maakt Memphis, dat gedomineerd wordt door de tempel van Ptah en het oude paleis van Apries, een veel sterkere Egyptische indruk. In het geval van de Fayoum-oase is het het bekende meer dat uitvergroot wordt en het landschap van de regio bepaalt. Ook de beroemde Ptolemaeïsche gebouwen zijn vertegenwoordigd. Zo kan je in Alexandrië de bibliotheek bezoeken of de pharos beklimmen, en in Memphis een blik werpen op de Apis-stier.

Bayek, de laatste Medjay

Het hoofdpersonage Bayek is een zogenaamde ‘Medjay’. Historisch gezien waren dit een soort paramilitaire elitetroepen die oorspronkelijk uit Nubië kwamen en ten tijde van het Nieuwe Rijk (ca. 1550 – 1070 v.C.) eerst als huurlingen dienstdeden, en later evolueerden naar een soort politiemacht. In deze hoedanigheid voerden ze verkenningsmissies uit, patrouilleerden ze langs de woestijnroutes, en stonden ze in voor de bewaking van plaatsen die strategisch belangrijk waren voor de farao. Na het Nieuwe Rijk verdwijnen deze troepen in de plooien van de geschiedenis. Ubisoft heeft ze echter opnieuw opgevist en er een totaal nieuwe invulling aan gegeven: Bayek is een soort sheriff, die verantwoordelijk is voor de openbare orde in Egypte en het welzijn van haar inwoners.

Historisch gezien slaat dit nergens op, maar het werkt wel als protagonist, want plots heeft heel Egypte een reden om Bayek ter hulp te roepen. Dit biedt een kader voor veel van de traditionele side quests die Assassin’s Creed rijk is. Veel van deze problemen zouden zo uit de talrijk bewaarde Ptolemaeïsche petities kunnen komen: dieren die problemen veroorzaken op de akkers, inhalige belastinginners, corrupte priesters, soldaten die zich misdragen, enzovoort. Andere missies zijn unieker en verhalen minder bekende maar daarom niet minder interessante episodes uit die tijd. Een mooi voorbeeld is het dispuut tussen Eudoros en Aristo over een werk over de Nijl, mogelijk ’s werelds eerste plagiaatzaak. Of Bayek deze moeilijkheden aanpakt als een Ptolemaeïsche Rambo of voor een iets subtielere oplossing kiest, wordt geheel aan de speler overgelaten.

Bayek van Siwa: sluipmoordenaar en kattenliefhebber

De Ptolemaeën: genadeloze despoten

Het Egypte van ‘Assassin’s Creed: Origins’ is geen leuke plaats om in te leven. Het beleid van Ptolemaios XIII, de 13-jarige kind-koning, wordt als zeer repressief voorgesteld. Militair machtsvertoon en -misbruik zijn schering en inslag en Ptolemaios’ belastingen zuigen iedereen tot de laatste drachme uit. Een reeks missies rond Sais draait bijvoorbeeld rond overijverige belastinginners die de regio terroriseren. De oplossing voor dit probleem is uiteraard -wat had u dan verwacht?- om de heren ambtenaren een kopje kleiner te maken. Het gros van deze belastingen moet in het spel door Egyptenaren betaald worden, maar in realiteit was er geen sprake van zulke structurele discriminatie door de overheid.

Het treurige lot van Mefkat

‘Assassin’s Creed: Origins’ is een donkerdere game dan zijn voorgangers. Moord en geweld hebben altijd centraal gestaan in de reeks en de tempeliers waren in het verleden ook bepaald geen lieverdjes, maar in dit spel maken ze het wel erg bont. Vrouwen en kinderen worden niet gespaard. Door het veelvuldige gebruik van humor wordt het echter geen al te zware ervaring. Ptolemaeïsch Egypte had het ook effectief moeilijk te verduren in de 1ste eeuw v.C., het was een tijd van interne strijd en de druk van het opdrukkende Rome werd alsmaar voelbaarder. Maar het spel gaat soms wel erg ver, zoals in het geval van het dorp Mefkat, dat helemaal platgebrand werd en waarvan de inwoners gekruisigd werden. In videospellen is er natuurlijk minder ruimte voor nuance en het Ptolemaeïsche regime levert overtuigende bad guys.

Bekender dan Ptolemaios is zijn koninklijke zus/echtgenote/rivale Cleopatra VII. Als een van de meest tot de verbeelding sprekende figuren uit de oudheid is zij al talloze malen afgebeeld. Helaas behoort ‘Assassin’s Creeds’-versie van haar niet tot de betere. Wanneer Bayek voor het eerst aan Cleopatra wordt voorgesteld, maakt ze een zeer oriëntaals-despotische indruk: hij wordt geïnstrueerd te buigen en haar vooral niet in de ogen te kijken. Deze Cleopatra is immer schaars gekleed, houdt van feesten, en verklaart dat ze met eenieder wil slapen, als die maar akkoord gaat om de volgende ochtend geëxecuteerd te worden. Als kers op de taart vraagt ze vervolgens naar de opiumpijp (die pas veel later werd uitgevonden). Dit beeld is gebaseerd op latere karakteriseringen die voortgingen op lasterlijke Romeinse bronnen. Er is geen reden om aan te nemen dat ze zo’n losbandig leven leidde, al zorgt dat natuurlijk wel voor een extravagant personage. Er wordt ook wel gealludeerd op haar politiek talent en haar talenkennis. Hoewel het spel haar Griekse achtergrond erkent, wordt er toch gekozen voor een sterk Egyptische iconografie: ze draagt de typisch Egyptische regalia in plaats van de Griekse diadeem.

Cleopatra, een oriëntaalse verschijning

Waarheidsgetrouwe speelwereld

Over het algemeen hebben de ontwikkelaars van het spel echter hun best gedaan om Egypte authentiek te laten overkomen, en globaal gezien zijn ze daar ook in geslaagd. De dialogen zijn in het Engels, maar af en toe worden er Egyptische woorden gebruikt: ‘seni’ (broer, ook metaforisch), ‘neb’ (meester) en ‘nek’ (door Bayek gebruikt in plaats van ‘fuck’). In Alexandrië en Karanis kan je zelfs hele gesprekken in het Grieks opvangen, en in sommige dorpen kan je Egyptisch horen. Ook de kleding van de mensen is overtuigend weergegeven, gaande van eenvoudige linnen kledingstukken op het platteland tot geverfde wollen outfits in Alexandrië. De kleren die het hoofdpersonage tot zijn beschikking heeft, zijn uiteraard bewust anachronistisch of exotisch; hetzelfde geldt voor zijn wapens.

Niet alleen de mensen, maar ook de Egyptische fauna en flora zijn accuraat gereconstrueerd. Wie een duik wil nemen in de Nijl tussen de lotussen en het papyrusriet kan maar beter uitkijken voor de krokodillen en de nijlpaarden. Een betere optie vormen de typisch Egyptische rieten boten die overal te vinden zijn. Op het land kan je jagen op intussen uitgestorven soorten als de gazelle en de oryx, tussen de dadelpalmen, tamarisken en acacia’s, bomen die echt in Egypte terug te vinden waren. De gewassen die op de akkers groeien, vooral graan, vlas en sla, zou je in de Ptolemaeïsche tijd ook kunnen tegenkomen, net als de wijn- en de olijfgaarden. Wie goed zoekt, vindt papaver, dat in Egypte op beperkte schaal verbouwd werd voor de productie van olie en opium.

Deze gewassen zijn ook terug te vinden op de vele markten die de steden en dorpen in ‘Assassin’s Creed: Origins’ rijk zijn. Het dieet van de gemiddelde Griek en Egyptenaar bestond inderdaad vooral uit groenten, brood en vis, zoals de game het afbeeldt. De meeste van de producten die je op de markt vindt, zou je ook in Ptolemaeïsch Egypte kunnen aantreffen: sla, komkommers, dadels, druiven, perziken, allerlei soorten peulvruchten, honing, brood, vis, olie, papyrus, keramiek, textiel, en zelfs vlees. Appels, peren en citrusvruchten zijn dan weer meer iets van de Romeinse tijd, en in het bijzonder mango’s en oranje wortels zijn toch wel erg anachronistisch.

Ook de gebouwen zouden niet misstaan in de echte Ptolemaeëntijd: de huizen zijn veelal van ongebakken kleisteen, en die van de hogere klassen zijn geschilderd in hellenistische stijl. Deze versieringen zijn geïnspireerd op bewaarde voorbeelden uit de oudheid. Wie bijvoorbeeld de ‘Vault of Splendors’ vindt, herkent onmiddellijk de erotische fresco’s uit Pompeï. Hetzelfde geldt voor de talrijk aanwezige standbeelden en de mummieportretten. Tempels zijn doorgaans gebaseerd op nog bestaande structuren of andere historische informatie, en ze zijn volledig in kleur weergegeven. Het landschap is bezaaid met typisch Egyptische infrastructuur als de sjadoefs (een soort hefboom die gebruikt werd voor irrigatie) en de kegelvormige duiventillen. Duiven werden in Egypte niet alleen gehouden voor hun vlees, maar vooral voor de mest die ze produceren.

Karakteristieke bouwwerken: Egyptische duiventillen

Onvermijdelijk kruipen er in een spel van deze schaal ook wat schoonheidsfoutjes. De uitrusting van de Ptolemaeïsche soldaten is bijvoorbeeld een mengelmoes van Griekse en Romeinse elementen, de nomarches wordt voorgesteld als een belangrijke beambte terwijl diens rol in de Ptolemaeïsche periode eigenlijk overgenomen was door de strategos, en ook met namen gebeuren er soms vreemde dingen. Zo worden Griekse namen soms verlatijnst (Apollodorus in plaats van Apollodoros) en Latijnse namen als Grieks voorgesteld (een Griek die Klaudios heet, wat eigenlijk het Latijnse Claudius is). Een andere taalkundige slordigheid is het gebruik van ‘phylakitai’, het meervoud van ‘phylakites’ (politiebeambte) voor zowel het enkelvoud als het meervoud. Op zich niet zo erg, ware het niet dat een belangrijk personage de hele tijd ‘the phylakitai’ genoemd wordt. Een klassieker is het toeschrijven van strijdwagens aan de Ptolemaeën. Ook de alomtegenwoordigheid van paarden is een beetje overdreven, maar het is niet aan te raden om de enorme spelwereld te voet af te leggen. Een laatste ergernis is het voorkomen van arena’s in Ptolemaeïsch Egypte. Hoewel ze organisch in het verhaal passen, had Ubisoft deze vorm van Romeins entertainment misschien toch beter gespaard voor een game in de Romeinse tijd (wij bij Oude Geschiedenis hopen althans vurig dat ze deze periode ook zullen aandoen).

De arena van Krokodilopolis, nota bene in een Egyptische tempel

De Ptolemaeïsche samenleving: een koloniale fictie

Problematischer is echter de manier waarop omgegaan wordt met de Ptolemaeïsche samenleving. Ook hier zijn er een aantal zaken die de makers goed aanvoelen, zoals de sociale spanningen en het belang van de traditionele priesterelite. Waar ze echter de bal misslaan, is in de afbeelding van de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren. Culture en etnische diversiteit in de Oudheid is vandaag een gevoelig thema, getuige de controverse rond enkele tweets van oud-historica Mary Beard.

Eerst het goede nieuws. Ptolemaeïsch Egypte wordt doorheen het spel terecht als divers voorgesteld. Er worden allerlei talen gesproken, en de meeste mensen maken een Zuid-Europese/Noord-Afrikaanse indruk, zoals te verwachten valt in Neder-Egypte. Ook donkerdere en lichtere huidskleuren zijn vertegenwoordigd, zonder te vervallen in een fantasie van een ‘blank’ of een ‘zwart’ Egypte. Er is aandacht voor ‘gemengde’ huwelijken (als daar nog van gesproken kan worden na drie eeuwen van intense contacten) en het spel maakt op sommige momenten mooi duidelijk dat identiteit een flou gegeven was. Zo ontmoeten we de wagenmenner Claridas, die voorheen de Egyptische naam Sennefer droeg, maar deze in een Griekse veranderde om zijn perspectieven in Alexandrië te verbeteren. Het aannemen van een Griekse identiteit werd inderdaad geassocieerd met sociale vooruitgang. Alleen hoefde dat niet zulke verregaande gevolgen te hebben als het spel suggereert. Claridas zou zijn oude goden helemaal niet hebben hoeven afzweren. De antieke religies waren niet exclusief, en Egyptische goden waren populair onder Grieken.

Die polarisatie kenmerkt de omgang tussen Grieken en Egyptenaren doorheen het spel. Ze staan elkaar voortdurend naar het leven. Grieken kleineren de Egyptenaren die dan weer onafgebroken klagen over discriminatie. Het komt zelfs tot etnisch geïnspireerde moordpartijen. In realiteit zijn onze aanwijzingen voor zulke spanningen zeer beperkt. Het is overigens ook onduidelijk hoe ‘Assassin’s Creed’ deze identiteiten invult: soms gebeurt dat op nationalistische gronden (“our country”), soms op culturele (“our gods”) en sporadisch zelfs op raciale (“look at the colour of your skin”). Huidskleur in het bijzonder zou een gebrekkige manier geweest zijn om Grieken van Egyptenaren te onderscheiden.

Het meest uitgesproken zijn de spanningen in de Fayoem, waar een ronduit koloniale situatie wordt voorgesteld. Grieken declameren er over de vooruitgang die zij willen brengen en hoe de achterlijke Egyptenaren zich daartegen verzetten. Egyptenaren worden gedwongen om te verhuizen en ze moeten hun inkopen in aparte winkels doen, zodat er een ware segregatie ontstaat. Op een gegeven moment wordt Egypte zelfs tegengesteld aan Griekenland, terwijl de Ptolemaeën van de 1ste eeuw v.C. helemaal niets meer met het Griekse “thuisland” te maken hadden. Grieken hadden daarnaast ook veel respect voor de oude Egyptische cultuur.

Vanuit het standpunt van een videospel is deze keuze natuurlijk begrijpelijk. Een stereotiepe koloniale situatie is herkenbaar voor de spelers, en het zorgt voor overtuigende slechteriken. Desalniettemin is het toch een beetje een gemiste kans om een vreedzame (maar fragiele) episode van multiculturalisme weer te geven. Zeker tegen de 1ste eeuw v.C. was het onderscheid tussen Grieken en Egyptenaren meer een kwestie van sociale klasse dan van etniciteit. Veel inwoners werden geboren in Egypte, zagen er qua uiterlijk ongeveer hetzelfde uit en kwamen uit een gemengd Grieks-Egyptisch milieu. De influx van Grieken na de verovering door Alexander bleef immers beperkt tot een eerder bescheiden aantal mannen. In realiteit waren de Griekse en Egyptische identiteit niet exclusief. Tal van mensen hadden zowel een Griekse als een Egyptische naam. Mocht onze wagenmenner in het echte Ptolemaeïsche Egypte geleefd hebben, dan zou hij bekend gestaan hebben als Claridas alias Sennefer.

Verdict

‘Assassin’s Creed: Origins’ biedt een mooi beeld van hoe Ptolemaeïsch Egypte eruit gezien kan hebben. De makers hebben Egypte met veel oog voor detail gereconstrueerd en er is duidelijk veel onderzoek aan voorafgegaan. Historisch gezien vormt de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren wel een struikelblok, maar vanuit een narratief standpunt zijn de genomen keuzes begrijpelijk. Het blijft natuurlijk een videospel en geen geschiedenisboek. Ook als game is Origins zeker geslaagd. In het bijzonder de gevechten zijn uitdagender dan die in vorige spellen uit de reeks en alles is erg knap visueel vormgegeven. Spelers herleven de grote gebeurtenissen uit de 1ste eeuw v.C., maar kunnen ook genieten van kleinere, amusante verhalen. Voor wie al dit moois wil ontdekken zonder virtuele tegenstanders aan zijn speer te rijgen, komt er binnenkort een Discovery Mode, die spelers toelaat Ptolemaeïsch Egypte te verkennen zonder bloedvergieten. Kortom, voor liefhebbers van historisch geïnspireerde actie is ‘Assassin’s Creed: Origins’ zeker een aanrader.

Disclaimer: deze post is gebaseerd op een spelervaring tot en met de verhaalmissie ‘The Crocodile’s Jaws’.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 1 387