Apis Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/apis/ Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sat, 05 Dec 2020 15:40:31 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Apis Archieven - OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be/tag/apis/ 32 32 136391722 Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/ https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/#respond Wed, 23 Jan 2019 15:44:19 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1211 Osiris-Apis processie

Het papyrusarchief van Ptolemaios, de katochos van het Serapeum van Memphis, bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Daaronder bevinden zich ook enkele verzoekschriften vanwege de tweelingzussen Thaues en Taous die, nadat hun vader vermoord werd door de minnaar van hun moeder, daar konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Lees in dit artikel alles over deze tweeling en hun speciale functie als priesteres in dienst van de cultus voor de Apisstier en de god Sarapis.

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Osiris-Apis processie

De tweelingzussen Thaues en Taous behoorden tot de gegoede Egyptische klasse in de tijd van de Ptolemaeïsche koningen (332-30 v.C.). In 164 v.C. werden de meisjes door hun moeder Nephorys verjaagd, nadat haar minnaar Philippos de vader van de tweeling had vermoord. De meisjes zochten hun toevlucht bij Ptolemaios, een Macedoniër die als katochos (zie verder) verbleef in het grote Serapeum van Memphis en bovendien een vriend van hun vermoorde vader was. Ptolemaios ving de meisjes op en zorgde ervoor dat ze konden dienen als priesteressen in de Apiscultus. Het papyrusarchief van Ptolemaios bevat iets meer dan 120 teksten en stamt uit de periode van 164 tot 152 v.C. Vandaag is het versnipperd over verschillende musea in Europa, waaronder Parijs, Leiden en Bologna. Een 42-tal teksten uit dit archief hebben betrekking op de tweeling, wat duidt op hun zeer belangrijke rol in het leven van Ptolemaios.

Het verzoekschrift UPZ 1.18

UPZ 1.18 (Wilcken, Urkunden der Ptolemäerzeit I) is een verzoekschrift en staat ons toe het leven van de Egyptische zusjes Thaues en Taous voor een groot deel te volgen. Deze tweeling was met hun moeder, vader en stiefbroer Pachratesp woonachtig in Memphis. In de bron wordt verteld dat hun moeder Nephorys hun vader had bedrogen met de Griekse soldaat Philippos. Deze Philippos had de vader van de tweeling vermoord en hen uit huis verdreven. De papyrus vertelt ons dat Ptolemaios de tweeling redde ‘op bevel van de god’. De inhoud van de papyrus gaat als volgt:

“Van Thaues en Taous, de tweelingen uit het grote Serapeum in Memphis. Wij lijden onrecht door onze moeder Nephorys. Ze heeft onze vader laten vertrekken en ze woonde samen met Philippos, zoon van Sogenes, een soldaat uit de troepen van Py…ros, maar Philippos, omdat zij vol ontrouw zat en ze hem had opgedragen, onze vader – …. γυν… (Hargynouti?) –  te vermoorden, trok hij zijn zwaard en liep achter hem aan. Het huis van onze vader is dicht bij de rivier, hij stortte zich in de rivier en dook onder tot hij het eiland in de stroom bereikte, een boot pikte hem op, bracht hem naar Herakleopolis, waar hij stierf van een gebroken hart. Zijn broers gingen hem halen, ze brachten hem naar de necropool waar ze hem gedeponeerd hebben, en hij is nog steeds zonder graf. Zijn bezittingen heeft zij genomen en zij ontvangt elke maand 1400 bronzen drachmen. Ze gooide ons buiten, en wij, stervend van de honger, gingen naar het Serapeum naar Ptolemaios, een van degenen, die in zich in des gods hechtenis bevindt. Deze Ptolemaios was een vriend van onze vader, hij nam ons binnen en gaf ons eten. Wanneer het ochtend was, namen ze ons mee naar beneden om te rouwen voor de god. De kennissen van onze moeder overtuigden ons om haar zoon Pachratesp te nemen als beschermheer. We stuurden hem om te verzamelen wat ons verschuldigd was uit de koninklijke schatkist voor jaar 17. En hij stal wat we hadden in het Serapeum en wat hij op onze naam uit de schatkist verzameld had, namelijk één metreet olie (± 40 liter), hij ging terug naar zijn moeder. Ptolemaios die in gevangenschap was in de tempel, redde ons, op bevel van god.

Van Ptolemaios, zoon van Glaukias, een Macedoniër, in ‘gevangenschap’ voor het elfde jaar.”

(eigen vertaling, gebaseerd op Wilcken, UPZ I)

De tekst is geschreven door Apollonios, de jongere broer van Ptolemaios, in naam van de tweeling en was gericht aan de koning. Hierin vroeg men om een beter leven voor de tweeling en een bestraffing van de moeder en Philippos. Het is een petitie of klaagschrift van de tweeling tegen hun moeder Nephorus. In dergelijke tekst vroeg men om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen de beklaagde.

Verzoekschrift UPZ 1.20, net zoals 1.18, vanwege Thaues en Taous

Het Serapeum van Memphis

Een Serapeum of Sarapieion is een tempel voor de god Sarapis (of Serapis). Deze god, die eigenschappen van zowel Griekse als Egyptische goden had gekregen, werd zowel vereerd door de Griekse als de Egyptische bevolking. Qua uiterlijk leek hij op de Griekse oppergod Zeus en zijn naam gaat wellicht terug op Osorapis oftewel Osiris-Apis, de dode Apisstier. Sarapis was een laat-Egyptische god die door Alexander de Grote of Ptolemaios I werd gecreëerd. Hij werd in Sarapieia-tempels vereerd. Zijn tempel in Memphis werd gebouwd op de resten van een oudere tempel gewijd aan de vergoddelijkte architect Imhotep. In het Serapeum in Memphis werden de Apisstieren al sinds de 14de eeuw v.C. (Nieuwe Rijk) begraven. Hun catacomben bevinden zich in een ondergronds gangencomplex. Bovengronds was er een tempelcomplex, waar ook de tempel van Sarapis lag. Er bevonden zich bovengronds ook tempels voor andere godheden, zoals Isis, Horus, Amon, Thoth en Astarte. Binnen de tempelmuren waren er winkels, huizen en herbergen voor de bezoekers van de tempel. Het Serapeum van Memphis was dus eigenlijk een kleine stad op zichzelf. Het bevindt zich net buiten het Nijldal, niet zo heel ver van de trappenpiramide van Djoser. Vandaag blijven er enkel nog de fundamenten van het Serapeum over en de ondergrondse catacomben.

Schets van de ondergrondse gang in het Serapeum (van Saqqara)

Ptolemaios en Apollonios, twee κάτοχοι in het Serapeum

Ptolemaios leefde in het Serapeum van ongeveer 172 tot 152 v.C. en was verbonden aan het heiligdom van de Fenicische godin Astarte. Hij was ἐν κατοχῇ in een pastophorion, een verblijfplaats voor priesters van lage rang, maar het is niet zeker of hij zelf ook een pastophoros was. Hij woonde er samen met zijn kamergenoot en vriend Harmais. Ptolemaios was de zoon van Glaukias, een Macedonische soldaat-kolonist, die naar Egypte was geëmigreerd. De familie woonde oorspronkelijk in Psichis, een dorpje in de Herakleopolitische gouw in Midden-Egypte. Ptolemaios had minstens drie broers: Hippalos, Sarapion en Apollonios en mogelijk ook een zus Berenike. Ptolemaios zou op de leeftijd van dertig jaar κάτοχος geworden zijn. Over wat de term κάτοχος nu precies inhoudt is enorm veel discussie. Het zou zowel over een kluizenaar, een tempelslaaf of zelfs een asielzoeker kunnen gaan. Het betekent letterlijk ‘door de god gegrepen’ en impliceerde dat Ptolemaios de tempel niet mocht verlaten. Hij voerde een deel van de tempeladministratie uit, waarvoor hij een zekere toelage ontving. Ptolemaios werd vooral verantwoordelijk geacht voor de cultusinkopen van de tempel, maar tekende ook een hele reeks dromen op van zichzelf, van zijn broer Apollonios en van een andere κάτοχος Nektembes. Deze dromen hadden bijna altijd betrekking op de tweelingzussen Thaues en Taous, die door Ptolemaios in de tempel waren opgevangen. Hij probeerde de dromen te verklaren en dacht vermoedelijk dat ze een voorspellende waarde hadden. Het zou eventueel kunnen dat één van zijn priesterlijke functies droomuitlegging was, maar waarschijnlijk is dit toch niet correct. Hij zou ze eerder verzameld hebben om ze vervolgens aan een droomuitlegger voor te leggen. Een ander personage uit het archief is Apollonios, de jongste broer van Ptolemaios, die maar liefst dertig jaar jonger zou geweest zijn. Aangezien Apollonios Grieks schreef met een Egyptisch “accent” en daarnaast ook het Demotische schrift gebruikte, zou het eventueel kunnen dat hij de halfbroer was van Ptolemaios, eerder dan de broer. Hij heeft een groot aantal documenten geschreven voor Ptolemaios, die in het archief bewaard zijn, zoals het eerder besproken verzoekschrift UPZ 1.18.

Thaues en Taous, twee priesteressen in het Serapeum

Zoals hierboven vermeld, was de vader van de tweeling, Hargynuti of Argnoûtes, vermoord door Philippos. De tweelingzusjes hadden uiteraard recht op een deel van de erfenis van hun vader, maar hun moeder wilde evenmin de begrafeniskosten betalen. Ook om deze redenen klaagde de tweeling over hun moeder in UPZ 1.18. De meisjes werden bijgestaan door Apollonios en Demetrios. Deze laatste was hun rechtsvertegenwoordiger zolang ze in het Serapeum verbleven. Waarschijnlijk konden de meisjes geen Egyptisch schrijven en spraken ze helemaal geen Grieks, aangezien de petities door anderen geschreven werden in hun naam.

Een sarcofaag van een Apisstier uit het Serapeum van Saqqara

Op 6 april 164 v.C. stierf de Apisstier Ta-Renenutet II. Na de dood van deze heilige stier werden er 70 dagen van rouw afgekondigd. De stier werd bij zijn dood gelijkgesteld aan Osiris, de god van de onderwereld. Bij de dood van Osiris rouwden de goddelijke tweelingzussen Isis en Nephtys om zijn dood. In navolging van deze rouwperiode was er bij de dood van een Apisstier ook een tweeling nodig die rouwde om hem. Thaues en Taous namen deze rol op zich. Maagdelijkheid was een voorwaarde voor het priesterschap van de tweeling. Na deze 70 dagen bleven ze hun functie van priesteressen behouden in het Serapeum. Na de dood van de stier gingen de meisjes naar Memphis.

De mannen die de mummificatie van de stier uitvoerden, moesten zich wassen en scheren en andere kleren aantrekken. De voorwerpen die gebruikt werden voor de mummificatie mochten niet op de grond liggen, maar lagen op een mat. De Apisstier zelf lag op een berg zand. Bij de mummificatie verwijderde men eerst de ogen, vervolgens de hersenen en tenslotte de ingewanden.

Een beeld van een Apisstier uit de Ptolemaeïsche periode

Na de mummificatie werd het lichaam gewikkeld in linnen en in een kist gelegd. Op de 69ste dag werd de stier naar buiten gebracht en in een schrijn geplaatst, waarna hij naar het meer Mareotis werd gedragen. Daarnaast werd er een draagstoel met Isis en Nephtys gedragen, die in dit geval vertegenwoordigd werden door Thaues en Taous. Vervolgens vond er een boottocht plaats op het meer. De Apisstier werd daarna naar een reinigingstent gebracht. Hier werd het mondopeningsritueel, dat er voor zorgde dat de mummie kon functioneren als symbool van Osiris, uitgevoerd. Deze handeling was een rite de passage waarbij de dode naar de onderwereld ging en waarbij men een beitel gebruikte om de rijen tanden te openen. Tenslotte vond op de 70ste dag de begrafenis plaats. De stier werd in een processie naar het Serapeum gedragen en daar begraven in de ondergrondse gangen.

Thaues en Taous werden beloond voor hun diensten in de Apiscultus. Ze waren dé tweeling die de godinnen Isis en Nephthys ‘speelden’ tijdens de rouwperiode voor de stier. De tweeling kreeg acht artabas graan per maand, wat gelijkstond met vier sneetjes brood per dag. Ze kregen ook dagelijks olyra (een graansoort) en jaarlijks een portie sesamolie en een portie castorolie, een hoge toelage. Hun beloofde uitkeringen werden echter keer op keer niet uitbetaald. Ptolemaios zond in naam van de tweeling verschillende petities naar de koning en hoge functionarissen. Het niet uitbetalen van hun beloning had in de eerste plaats betrekking op olie en brood. Hun allereerste uitkering werd ook gestolen door hun stiefbroer Pachratesp.

Enkele jaren later leken de zussen er weer bovenop want ze waren in staat Ptolemaios 5000 drachmen te lenen. Mogelijk was hun moeder Nephorys gedwongen hun het rechtmatige deel van de erfenis af te staan. Nadat de tweeling hun functie had uitgeoefend in de Apiscultus, mochten ze als priesteressen blijven dienen in het Serapeum. Van 159 tot 158 v.C. woonden ze de rituelen bij voor de begrafenis van de overleden Mnevisstier, die in Heliopolis begraven werd. Ze voerden eveneens in het Serapeum het dagelijkse libatie-offer uit voor de god Asklepios die met de architect-god Imhotep werd gelijkgesteld. Ze ontvingen ook de offerandes voor de god. Imhotep was de vizier van farao Djoser uit de derde dynastie. Hij werd later vergoddelijkt en aanbeden en ging deel uitmaken van de grote triade van Memphis: Ptah, zijn vrouw Sechhmet en hun zoon Imhotep.

De Apiscultus

De god Sarapis

De Apisstier werd al vereerd vanaf de vroege periode van de Egyptische geschiedenis in Memphis. De stier symboliseerde de cyclus van het leven, van geboorte tot de dood, van Apis tot Osiris-Apis of Osorapis. De Hellenistische of gesyncretiseerde god Sarapis is afgeleid van de god Apis. Of het bij deze afleiding enkel gaat om de naam of om het totale beeld van de god is niet zeker. De god Sarapis werd afgebeeld als een man met gekruld haar en een baard. Hij droeg alsook een modius (een afgevlakte cilindrische kroon) op zijn hoofd. De Apisstieren waren niet zomaar gewone stieren, ze werden uitgekozen omwille van enkele bijzondere kenmerken. Ze moeste drie specifieke witte vlekken hebben op hun lichaam: (1) een witte driehoek op hun voorhoofd, (2) een witte vlek in de vorm van een gier op hun rug en (3) een witte vlek in de vorm van een maan op hun rechterzijde. Verder moesten ze ook een scarabeeteken onder hun tong hebben en een gespleten staart.

De mummificatieceremonies duurden van 7 april tot 15 juni 164 v.C. Tijdens de 70 dagen rouw droegen de aanbidders van de Apisstier specifieke gewaden, lieten hun haar groeien en wasten zich niet. Ze aten geen voedsel dat afkomstig was van dieren, maar hielden zich aan een dieet van brood en groenten, en dronken alleen water. Na zijn dood werd de stier naar het ‘huis van de reiniging’ gebracht. Hier werd de stier gewassen en ingewreven met natron. Vervolgens werd hij naar het ‘huis van de balseming’ of de wˁb.t (wabet) gebracht. Op deze plek vond de verrijzenis van de stier plaats, waarbij Apis gelijkgesteld werd aan Osiris.

In dit filmpje wordt het leven van de tweeling voorgesteld a.d.h.v. UPZ 1.18.

Meer lezen

Hoogendijk, F.A.J. ‘Ptolemaios: een Griek die leeft en droomt in een Egyptische tempel’, in P.W. Pestman (Ed.), Familiearchieven in het land van de Pharao, Zutphen, 1989, 46-69 en 165-167.

Scheerlinck, E. Klachten en verzoeken uit Ptolemeïsch Memphis, Vrouwelijke onderdanen schrijven aan de overheid, Onuitgegeven masterthesis, Universiteit Gent, departement Geschiedenis, 2008.

Stevens, M. Het katochoi-archief en de acculturatie tussen Egyptenaren en Grieken in Ptolemaeïsch Memphis, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, departement Geschiedenis, 2006-2007.

Vos, R.L. The Apis embalming ritual: P. Vindob. 3873 (Orientalia Lovaniensia Analecta, 50), Leuven, 1993.

Wilcken, U., Urkunden der Ptolemäerzeit I (UPZ I), 199-201.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘The sacred procession of Apis Osiris by F.A. Bridgman’ op Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Thaues en Taous: Egyptische tweelingzusjes in het Serapeum van Memphis van Lauren Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/23/01/2019/thaues-en-taous-egyptische-tweelingzusjes-in-het-serapeum-van-memphis/feed/ 0 1211
Quis est? Seneb, meester der dwergen https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/ https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/#respond Thu, 17 Jan 2019 09:02:56 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1181 Seneb

In onze nieuwe rubriek 'Quis est?' gaan we op zoek naar minder bekende figuren uit de Oudheid die het toch verdienen om enige biografische bekendheid te genieten. Als eerste markante figuur bespreken we de Egyptenaar Seneb, meester der dwergen.

Het bericht Quis est? Seneb, meester der dwergen van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Seneb

Tyrion Lannister, Mini-Me, Willow en nog vele andere fantasy-personages van kleine gestalte zijn geliefde verschijningen in moderne films en tv-series. De fascinatie voor personen met dwerggroei is echter niet nieuw, en lijkt al eeuwen ingebed te zijn in culturen over de hele wereld. De narren uit de middeleeuwen zegt u? Inderdaad, maar probeer nog maar eens een paar millennia vroeger. Reeds in de vroegste dynastische tijden van Egypte kennen we attestaties van dwergen die speciale aandacht kregen omwille van hun lengte. Hoewel deze aandacht in het oude Egypte meestal (zeer) positief van aard was, evolueerde de mentaliteit van de rest van de Middellandse Zee-wereld naar een fascinatie die in het beste geval zorgde voor marginalisering, en in het slechtste geval voor vernedering en pijn. De rol die dwergen aan middeleeuwse hoven zouden spelen, is een reflectie van de grote aantallen dwerg-entertainers die (al dan niet vrijwillig) te gast waren bij de Hellenistische koningen. Deze periode zullen we misschien een andere keer belichten, maar vandaag zullen we het hebben over een tijd waarin het goed was om dwerg te zijn, het Egyptische Oude Rijk. Hier komen we Seneb tegen, een dwerg met een hoge rang, die de nogal mysterieuze titel ‘Meester der dwergen’ draagt.


Trailer van Ron Howards’ film ‘Willow’ (1988) met Warwick Davis die de hoofdrol van de gelijknamige dwerg vertolkt

De mastaba van Seneb

Kalkstenen beeld van Seneb en zijn vrouw Senetites

Seneb is een oude bekende van de egyptologen, zijn graf werd al in 1926 ontdekt door Hermann Junker, archeoloog van het Duits Archeologisch Instituut in Caïro. Hoewel de tombe jammer genoeg ontdaan was van de meeste kostbaarheden, inclusief het lichaam van de eigenaar, bleven er genoeg aanwijzingen achter om het leven van Seneb voor een groot stuk te reconstrueren. Het allerbekendste stuk uit het graf is het kalkstenen beeld van Seneb, zijn vrouw Senetites, en twee van hun drie kinderen. Hier valt meteen op hoe de kunstenaar de compositie heeft uitgebalanceerd zonder de dwerggroei van zijn onderwerp te karikaturiseren. De Egyptische kunst kende immers een hang naar symmetrie, die in dit geval moeilijk te bereiken was door de verschillende proporties van man en vrouw. De beeldhouwer had hier echter een elegante oplossing voor: Seneb wordt afgebeeld in de houding van een schrijver, zittend naast zijn vrouw die eveneens rechtop zit. Als de echtgenoten dezelfde houding zouden hebben aangenomen, zouden Seneb’s benen over de rand van het blok gebungeld hebben, bepaald niet waardig voor een hoffunctionaris. In de plaats daarvan zit de dwerg in kleermakerszit, en staan twee van zijn kinderen waar zijn benen zouden zijn als hij een doorsnee lengte had gehad. Op deze manier wordt de compositie weer evenwichtig, en dit levert een mooi familietafereel op. Een tweede beeld van Seneb zou uit elkaar gevallen zijn toen de tombe geopend werd, maar Junker attesteerde dat het de dwerg afbeeldde met een wandelstaf en scepter in zijn handen. Verder zijn gelukkig een groot deel van de muurschilderingen eveneens bewaard, die Seneb afbeelden terwijl hij zijn dagelijkse bezigheden verricht.

Het graf zelf bevindt zich in de westelijke begraafplaats van de necropolis in Gizeh, en zou gebouwd zijn tijdens de regering van farao Djedefre (4de dynastie, ca. 2520 v.C.) of van farao Shepseskaf (5de dynastie). De mastaba bevindt zich dus niet ver van de piramide van Cheops. In de buurt van Senebs tombe ligt een graf van een andere dwerg met hoge hoftitels, Perniankhu, van wie men vermoedt dat hij de vader van Seneb zou kunnen zijn.

De mastaba van Seneb werd ontdekt in de westelijke begraafplaats van de necropolis in Gizeh

Nu we weten waar we onze informatie halen en over welke tijd we eigenlijk spreken, kunnen we overgaan naar de hamvraag: wie was Seneb eigenlijk? Waarom was hij zo belangrijk? En is dat uitzonderlijk op deze plaats en in deze periode?

De officiële titels van Seneb vormen een goed vertrekpunt, twintig in totaal. De titel “Meester der dwergen” haalden we al eens aan, maar hij was ook “Opzichter van de jwḥw” (waarschijnlijk de verzorgers van de dieren van de koninklijke hofhouding), “Opzichter van de wevers van het paleis”, evenals de priesterlijke functies “Priester van Wadjet” en “Priester van de grote stier die aan het hoofd staat van Sṯpt en van de stier Mrḥw”. Het totaalbeeld dat naar voren komt is dat Seneb stevig ingebed was in de werking van het koninklijke paleis, met taken die vooral betrekking hadden tot het koninklijk linnen en de koninklijke huisdieren. Zijn titel “Meester van de dwergen” suggereert dat er wel meer dwergen werkzaam waren in het paleis, die waarschijnlijk moesten rapporteren aan Seneb.

Het belang van de meester der dwergen aan het hof lijkt behoorlijk groot te zijn. Hij wordt afgebeeld terwijl hij deelneemt aan de begrafenissen van (waarschijnlijk) Cheops en zijn opvolger Djedefre. Deze functies hadden de dwerg klaarblijkelijk ook geen windeieren gelegd, want de muren van zijn mastaba vertellen ons dat hij enkele duizenden stuks vee bezat en verschillende paleizen. We zien Seneb dan ook afgebeeld terwijl hij zijn bezittingen inspecteert, en de kasboeken ontvangt. Naast zijn functies aan het hof was Seneb dus ook een zakenman in eigen naam, die een landgoed bestuurde met een behoorlijke omvang. Het succes van de dwerg wordt eveneens weerspiegeld in zijn huwelijk met een vrouw uit een familie van hoge rang, die zelf het priesterschap van Neith en Hathor bekleedde.

Bes wordt vaak afgebeeld als een schrikwekkende dwerg

Het geprivilegieerde leven van Seneb is fijn om te lezen, maar verrassend voor de meeste historici. De meeste periodes uit de menselijke geschiedenis kenden bepaald geen mildheid voor personen met dwerggroei, en het oude Egypte vormt duidelijk een uitzondering op deze regel. Dit kan verklaard worden door verschillende factoren, waarvan de vermeende link tussen dwergen en goden de belangrijkste is. Dwerggoden maakten deel uit van het Egyptische pantheon sinds pre-dynastische tijden, en onder hen was Bes degene die het uitdrukkelijkst met de vermeende magische krachten van dwergen verbonden was.

Bes kent waarschijnlijk zijn wortels in pre-dynastische tijden, en is verbonden met oerkrachten die een grote invloed hebben op elk menselijk leven, zoals seks, geboorte en vruchtbaarheid. Hij is naar Egyptische normen een zeer ondubbelzinnige god, die instaat voor de bescherming van vrouwen wanneer ze op hun kwetsbaarst zijn, tijdens de geboorte. Met zijn opzettelijk lelijke uiterlijk joeg de dwerggod kwade demonen weg die aangetrokken werden door de strijd op leven en dood die de bevallende vrouw moest leveren. Duizenden kleine Bes-amuletjes werden al opgegraven in funeraire contexten, en werden vaak door vrouwen gedragen. De populariteit van Bes groeide vooral tijdens het Middenrijk, met een absolute piek in de Ptolemeïsche periode. Ook in het Oude Rijk, de periode waarin Seneb leefde, werden dwergen in verband gebracht met Bes. Hen werden krachten toegedicht die gelijkaardig waren aan die van de god, en men dacht dat hun aanwezigheid geluk bracht.

Deksteen van Djeho

Deksteen van Djeho (Cairo CG 29307)

Seneb was niet de enige dwerg die een mooi leven leidde in het Oude Rijk. Al in de de 1ste dynastie verkozen farao’s om dwergen dicht bij hun eigen tombe te laten begraven, in graven waar belangrijke leden uit de koninklijke hofhouding begraven werden. Tijdens de regering van koning Cheops wordt in een document uit het recent ontdekte Wadi el-Jarf gewag gemaakt van een dwerg, die waarschijnlijk een voorganger van Seneb was en ten minste deels dezelfde titels droeg. Uit de 6de dynastie kennen we Chnoemhotep, die de eer had om te dansen bij de begrafenissen van de Apis- en Mnevisstieren. We kennen nauwelijks namen van mannelijke religieuze dansers uit drieduizend jaar Egyptische geschiedenis, maar Chnoemhotep kennen we wel bij naam, net als Djeho (30ste dynastie), die 2000 jaar na zijn voorganger nog steeds danste voor de heilige stieren. Djeho kennen we vooral van de prachtige deksteen van zijn sarcofaag, die gekenmerkt wordt door een verbluffend realisme.

Eveneens in de 6de dynastie wordt gewag gemaakt van een dwerg uit Punt door koning Pepi II in een brief aan zijn zoon Harchoef, die naar Elephantine wordt gestuurd om de “dansende dwerg” te gaan ophalen. Pepi benadrukt in zijn brief dat zijn zoon er absoluut op moet letten dat de dwerg niets overkomt, want hij wil niets liever dan hem ontmoeten.

En nadien?

De (zeer) geprivilegieerde positie van dwergen aan het hof van de Egyptische farao taande vanaf het Middenrijk, maar de reputatie als geluksbrenger verloren dwergen nog lang niet. Tot ver in de Hellenistische periode bleven dwergen, net als hun goddelijke tegenhanger Bes, graag geziene gasten. Dwergen evolueerden naar een functie als entertainer, en specialiseerden zich als boksers, dansers, worstelaars, en andere takken van het publieke entertainment. De Romeinse keizers, die maar wat graag met de luxe van het oosten concurreerden, zochten ook actief naar dwergen om aan het hof te komen werken als professionele entertainers, een gebruik dat zich zou doorzetten tot ver in de Nieuwe tijd aan de Europese hoven.

Coverfoto: adaptatie van foto ‘Seneb, a dwarf with his family. Reproduction, 1934, of a pho Wellcome V0007440.jpg’ door Wellcome Images op Wikimedia (CC BY 4.0)

Het bericht Quis est? Seneb, meester der dwergen van Valérie Wyns verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/17/01/2019/quis-est-seneb-meester-der-dwergen/feed/ 0 1181
Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/ https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/#comments Tue, 21 Nov 2017 14:41:22 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=387 cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de 'assassins' uit de titel. Lees hier onze review.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
cover Assassin's Creed: Origins

Assassin’s Creed, de populaire saga over de strijd tussen autocratische tempeliers en op vrijheid gestelde sluipmoordenaars, behoeft nauwelijks een inleiding. Na eerder al de kruistochten, de Italiaanse renaissance, de Amerikaanse en Franse revoluties en Victoriaans Londen te hebben aangedaan, voert de serie ons nu mee naar ons geliefde Ptolemaeïsch Egypte, waar het allemaal begon voor de ‘assassins‘ uit de titel. In dit spel bestuurt de speler Bayek, een Egyptenaar uit Siwa die op zijn zoektocht naar wraak verwikkeld geraakt in de samenzwering van de ‘Orde van de antieken’ (in ‘Assassin’s Creed’-termen: de proto-tempeliers). Deze groepering bespeelt achter de schermen de Ptolemaeïsche dynastie en tracht Egypte in haar macht te krijgen. En passant mengt Bayek zich zo in de burgeroorlog tussen Cleopatra VII (dé Cleopatra) en haar broer Ptolemaios XIII. Voer dus voor een spectaculair verhaal rond historische personages, inclusief Romeinse publiekslievelingen Pompeius en Caesar, tegen de achtergrond van de nadagen van Ptolemaeïsch Egypte.

Visuele pracht

Het moet gezegd worden dat ontwikkelaar Ubisoft dat Egypte op een prachtige manier in beeld gebracht heeft. De game is een ware lust voor het oog en bij het verkennen van de enorme speelwereld is het moeilijk om soms niet even stil te blijven staan om al dat moois in je op te nemen. Bij het exploreren van de talrijke tombes werpt Bayeks toorts indrukwekkende schaduwen, de Nijl produceert prachtige reflecties en het stof waait mooi op bij het doorkruisen van de woestijn. De makers hebben de wereld met een groot oog voor detail gereconstrueerd, gaande van de vele gebouwen en papyri die voorzien zijn van geloofwaardig uitziende (maar niet altijd betekenisvolle) Griekse of Egyptische tekst, tot het typische gebruik van littekens in persoonsbeschrijvingen.

De wereld leeft ook. Er is voortdurend bedrijvigheid: mensen wandelen over straat, bakken brood, maken standbeelden, oogsten graan, weven kleding, enzovoort. In de tempels worden rituelen uitgevoerd en in de necropolen zijn mummificeerders aan het werk. Spelers zijn getuige van mooie scènes uit het alledaagse Egypte, van religieuze processies tot symposia, vaak geheel onverwacht. Het spel kent ook een dag-en-nacht-cyclus, die belangrijke implicaties heeft. Zo is het verstandiger om moeilijke missies uit te stellen tot na zonsondergang, omdat wachters en rovers dan slapen.

Visuele pracht: het meer van Mareotis bij nacht

Ptolemaeïsch Egypte

Het Oude Egypte is altijd een populaire periode geweest voor schrijvers, filmmakers en andere entertainers, wat soms tot een stereotiep en statisch beeld van Egypte leidt, doorspekt met fantasierijke elementen. Gelukkig zijn de makers van Assassin’s Creed niet in deze val getrapt: het Egypte dat we te zien krijgen is duidelijk Ptolemaeïsch. De Griekse invloed is sterk aanwezig, van de staatsbeambten en architectuur tot de kleding en de geteelde gewassen. Mythologische passages komen weliswaar voor (zoals de heroïsche strijd met Apophis vanop de zonnebark van Ra), maar worden goed gekaderd als droom of hallucinatie. Het spel toont ook een besef van de ouderdom en de gelaagdheid van de Egyptische geschiedenis. Het hoofdpersonage geeft bijvoorbeeld aan bepaalde hiëroglyfische teksten niet te kunnen lezen omdat ze te oud zijn.

Het einde van de Egyptische beschaving: Letopolis verdwijnt onder het zand

De 1ste eeuw v.C. wordt duidelijk neergezet als de laatste fase en de ondergang van deze grote beschaving. Dit is merkbaar in de verhalen die verteld worden. In één van de eerste side quests, die te maken heeft met de verkoop van valse kattenmummies aan toeristen, wordt er bijvoorbeeld gealludeerd op de spanning tussen het behouden van religieuze tradities en de nood aan financiële middelen. Anderzijds wordt deze sfeer ook visueel opgewekt: Egypte is bezaaid met ruïnes, steden zijn al deels opgeslokt door het woestijnzand of liggen onder water, en ook de piramides, symbolen van de luister van weleer, beginnen reeds tekenen van verval te vertonen.

Memphis, gedomineerd door de centrale tempel van Ptah

Het spel speelt zich grotendeels af in Neder-Egypte, het noordelijke deel van het land dat gedomineerd wordt door de Nijldelta. Enerzijds zou het technisch moeilijk zijn om ook het grotere Opper-Egypte op te nemen, aangezien de hele spelwereld te doorkruisen valt zonder ooit één laadscherm tegen te komen, anderzijds houdt dit ook inhoudelijk steek. Het zuiden, en in het bijzonder Thebe, had namelijk erg geleden onder de onlusten in het begin van de 1ste eeuw v.C., en de belangrijkste politiek-militaire gebeurtenissen speelden zich in deze periode in het noorden af. De kaart is natuurlijk erg gecomprimeerd -je kan van in Alexandrië de piramides zien liggen-, maar de voornaamste Neder-Egyptische plaatsen zijn vertegenwoordigd.

Alexandrië: een Griekse stad

Sommige van deze plaatsen, in het bijzonder Alexandrië, zijn slecht gedocumenteerd en niet of nauwelijks opgegraven. Dit geeft de makers van het spel de nodige vrijheid, en hoewel ze zich wel in grote lijnen baseren op de wetenschappelijke kennis, hebben ze die vrijheid ook aangewend om de plaatsen een duidelijk eigen karakter te geven. Het contrast tussen de nieuwe hoofdstad Alexandrië en het oude centrum Memphis is bijvoorbeeld groot. Waar Alexandrië duidelijk een Griekse stad is, aangelegd op basis van een rasterpatroon en bijna volledig gehuld in marmer, maakt Memphis, dat gedomineerd wordt door de tempel van Ptah en het oude paleis van Apries, een veel sterkere Egyptische indruk. In het geval van de Fayoum-oase is het het bekende meer dat uitvergroot wordt en het landschap van de regio bepaalt. Ook de beroemde Ptolemaeïsche gebouwen zijn vertegenwoordigd. Zo kan je in Alexandrië de bibliotheek bezoeken of de pharos beklimmen, en in Memphis een blik werpen op de Apis-stier.

Bayek, de laatste Medjay

Het hoofdpersonage Bayek is een zogenaamde ‘Medjay’. Historisch gezien waren dit een soort paramilitaire elitetroepen die oorspronkelijk uit Nubië kwamen en ten tijde van het Nieuwe Rijk (ca. 1550 – 1070 v.C.) eerst als huurlingen dienstdeden, en later evolueerden naar een soort politiemacht. In deze hoedanigheid voerden ze verkenningsmissies uit, patrouilleerden ze langs de woestijnroutes, en stonden ze in voor de bewaking van plaatsen die strategisch belangrijk waren voor de farao. Na het Nieuwe Rijk verdwijnen deze troepen in de plooien van de geschiedenis. Ubisoft heeft ze echter opnieuw opgevist en er een totaal nieuwe invulling aan gegeven: Bayek is een soort sheriff, die verantwoordelijk is voor de openbare orde in Egypte en het welzijn van haar inwoners.

Historisch gezien slaat dit nergens op, maar het werkt wel als protagonist, want plots heeft heel Egypte een reden om Bayek ter hulp te roepen. Dit biedt een kader voor veel van de traditionele side quests die Assassin’s Creed rijk is. Veel van deze problemen zouden zo uit de talrijk bewaarde Ptolemaeïsche petities kunnen komen: dieren die problemen veroorzaken op de akkers, inhalige belastinginners, corrupte priesters, soldaten die zich misdragen, enzovoort. Andere missies zijn unieker en verhalen minder bekende maar daarom niet minder interessante episodes uit die tijd. Een mooi voorbeeld is het dispuut tussen Eudoros en Aristo over een werk over de Nijl, mogelijk ’s werelds eerste plagiaatzaak. Of Bayek deze moeilijkheden aanpakt als een Ptolemaeïsche Rambo of voor een iets subtielere oplossing kiest, wordt geheel aan de speler overgelaten.

Bayek van Siwa: sluipmoordenaar en kattenliefhebber

De Ptolemaeën: genadeloze despoten

Het Egypte van ‘Assassin’s Creed: Origins’ is geen leuke plaats om in te leven. Het beleid van Ptolemaios XIII, de 13-jarige kind-koning, wordt als zeer repressief voorgesteld. Militair machtsvertoon en -misbruik zijn schering en inslag en Ptolemaios’ belastingen zuigen iedereen tot de laatste drachme uit. Een reeks missies rond Sais draait bijvoorbeeld rond overijverige belastinginners die de regio terroriseren. De oplossing voor dit probleem is uiteraard -wat had u dan verwacht?- om de heren ambtenaren een kopje kleiner te maken. Het gros van deze belastingen moet in het spel door Egyptenaren betaald worden, maar in realiteit was er geen sprake van zulke structurele discriminatie door de overheid.

Het treurige lot van Mefkat

‘Assassin’s Creed: Origins’ is een donkerdere game dan zijn voorgangers. Moord en geweld hebben altijd centraal gestaan in de reeks en de tempeliers waren in het verleden ook bepaald geen lieverdjes, maar in dit spel maken ze het wel erg bont. Vrouwen en kinderen worden niet gespaard. Door het veelvuldige gebruik van humor wordt het echter geen al te zware ervaring. Ptolemaeïsch Egypte had het ook effectief moeilijk te verduren in de 1ste eeuw v.C., het was een tijd van interne strijd en de druk van het opdrukkende Rome werd alsmaar voelbaarder. Maar het spel gaat soms wel erg ver, zoals in het geval van het dorp Mefkat, dat helemaal platgebrand werd en waarvan de inwoners gekruisigd werden. In videospellen is er natuurlijk minder ruimte voor nuance en het Ptolemaeïsche regime levert overtuigende bad guys.

Bekender dan Ptolemaios is zijn koninklijke zus/echtgenote/rivale Cleopatra VII. Als een van de meest tot de verbeelding sprekende figuren uit de oudheid is zij al talloze malen afgebeeld. Helaas behoort ‘Assassin’s Creeds’-versie van haar niet tot de betere. Wanneer Bayek voor het eerst aan Cleopatra wordt voorgesteld, maakt ze een zeer oriëntaals-despotische indruk: hij wordt geïnstrueerd te buigen en haar vooral niet in de ogen te kijken. Deze Cleopatra is immer schaars gekleed, houdt van feesten, en verklaart dat ze met eenieder wil slapen, als die maar akkoord gaat om de volgende ochtend geëxecuteerd te worden. Als kers op de taart vraagt ze vervolgens naar de opiumpijp (die pas veel later werd uitgevonden). Dit beeld is gebaseerd op latere karakteriseringen die voortgingen op lasterlijke Romeinse bronnen. Er is geen reden om aan te nemen dat ze zo’n losbandig leven leidde, al zorgt dat natuurlijk wel voor een extravagant personage. Er wordt ook wel gealludeerd op haar politiek talent en haar talenkennis. Hoewel het spel haar Griekse achtergrond erkent, wordt er toch gekozen voor een sterk Egyptische iconografie: ze draagt de typisch Egyptische regalia in plaats van de Griekse diadeem.

Cleopatra, een oriëntaalse verschijning

Waarheidsgetrouwe speelwereld

Over het algemeen hebben de ontwikkelaars van het spel echter hun best gedaan om Egypte authentiek te laten overkomen, en globaal gezien zijn ze daar ook in geslaagd. De dialogen zijn in het Engels, maar af en toe worden er Egyptische woorden gebruikt: ‘seni’ (broer, ook metaforisch), ‘neb’ (meester) en ‘nek’ (door Bayek gebruikt in plaats van ‘fuck’). In Alexandrië en Karanis kan je zelfs hele gesprekken in het Grieks opvangen, en in sommige dorpen kan je Egyptisch horen. Ook de kleding van de mensen is overtuigend weergegeven, gaande van eenvoudige linnen kledingstukken op het platteland tot geverfde wollen outfits in Alexandrië. De kleren die het hoofdpersonage tot zijn beschikking heeft, zijn uiteraard bewust anachronistisch of exotisch; hetzelfde geldt voor zijn wapens.

Niet alleen de mensen, maar ook de Egyptische fauna en flora zijn accuraat gereconstrueerd. Wie een duik wil nemen in de Nijl tussen de lotussen en het papyrusriet kan maar beter uitkijken voor de krokodillen en de nijlpaarden. Een betere optie vormen de typisch Egyptische rieten boten die overal te vinden zijn. Op het land kan je jagen op intussen uitgestorven soorten als de gazelle en de oryx, tussen de dadelpalmen, tamarisken en acacia’s, bomen die echt in Egypte terug te vinden waren. De gewassen die op de akkers groeien, vooral graan, vlas en sla, zou je in de Ptolemaeïsche tijd ook kunnen tegenkomen, net als de wijn- en de olijfgaarden. Wie goed zoekt, vindt papaver, dat in Egypte op beperkte schaal verbouwd werd voor de productie van olie en opium.

Deze gewassen zijn ook terug te vinden op de vele markten die de steden en dorpen in ‘Assassin’s Creed: Origins’ rijk zijn. Het dieet van de gemiddelde Griek en Egyptenaar bestond inderdaad vooral uit groenten, brood en vis, zoals de game het afbeeldt. De meeste van de producten die je op de markt vindt, zou je ook in Ptolemaeïsch Egypte kunnen aantreffen: sla, komkommers, dadels, druiven, perziken, allerlei soorten peulvruchten, honing, brood, vis, olie, papyrus, keramiek, textiel, en zelfs vlees. Appels, peren en citrusvruchten zijn dan weer meer iets van de Romeinse tijd, en in het bijzonder mango’s en oranje wortels zijn toch wel erg anachronistisch.

Ook de gebouwen zouden niet misstaan in de echte Ptolemaeëntijd: de huizen zijn veelal van ongebakken kleisteen, en die van de hogere klassen zijn geschilderd in hellenistische stijl. Deze versieringen zijn geïnspireerd op bewaarde voorbeelden uit de oudheid. Wie bijvoorbeeld de ‘Vault of Splendors’ vindt, herkent onmiddellijk de erotische fresco’s uit Pompeï. Hetzelfde geldt voor de talrijk aanwezige standbeelden en de mummieportretten. Tempels zijn doorgaans gebaseerd op nog bestaande structuren of andere historische informatie, en ze zijn volledig in kleur weergegeven. Het landschap is bezaaid met typisch Egyptische infrastructuur als de sjadoefs (een soort hefboom die gebruikt werd voor irrigatie) en de kegelvormige duiventillen. Duiven werden in Egypte niet alleen gehouden voor hun vlees, maar vooral voor de mest die ze produceren.

Karakteristieke bouwwerken: Egyptische duiventillen

Onvermijdelijk kruipen er in een spel van deze schaal ook wat schoonheidsfoutjes. De uitrusting van de Ptolemaeïsche soldaten is bijvoorbeeld een mengelmoes van Griekse en Romeinse elementen, de nomarches wordt voorgesteld als een belangrijke beambte terwijl diens rol in de Ptolemaeïsche periode eigenlijk overgenomen was door de strategos, en ook met namen gebeuren er soms vreemde dingen. Zo worden Griekse namen soms verlatijnst (Apollodorus in plaats van Apollodoros) en Latijnse namen als Grieks voorgesteld (een Griek die Klaudios heet, wat eigenlijk het Latijnse Claudius is). Een andere taalkundige slordigheid is het gebruik van ‘phylakitai’, het meervoud van ‘phylakites’ (politiebeambte) voor zowel het enkelvoud als het meervoud. Op zich niet zo erg, ware het niet dat een belangrijk personage de hele tijd ‘the phylakitai’ genoemd wordt. Een klassieker is het toeschrijven van strijdwagens aan de Ptolemaeën. Ook de alomtegenwoordigheid van paarden is een beetje overdreven, maar het is niet aan te raden om de enorme spelwereld te voet af te leggen. Een laatste ergernis is het voorkomen van arena’s in Ptolemaeïsch Egypte. Hoewel ze organisch in het verhaal passen, had Ubisoft deze vorm van Romeins entertainment misschien toch beter gespaard voor een game in de Romeinse tijd (wij bij Oude Geschiedenis hopen althans vurig dat ze deze periode ook zullen aandoen).

De arena van Krokodilopolis, nota bene in een Egyptische tempel

De Ptolemaeïsche samenleving: een koloniale fictie

Problematischer is echter de manier waarop omgegaan wordt met de Ptolemaeïsche samenleving. Ook hier zijn er een aantal zaken die de makers goed aanvoelen, zoals de sociale spanningen en het belang van de traditionele priesterelite. Waar ze echter de bal misslaan, is in de afbeelding van de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren. Culture en etnische diversiteit in de Oudheid is vandaag een gevoelig thema, getuige de controverse rond enkele tweets van oud-historica Mary Beard.

Eerst het goede nieuws. Ptolemaeïsch Egypte wordt doorheen het spel terecht als divers voorgesteld. Er worden allerlei talen gesproken, en de meeste mensen maken een Zuid-Europese/Noord-Afrikaanse indruk, zoals te verwachten valt in Neder-Egypte. Ook donkerdere en lichtere huidskleuren zijn vertegenwoordigd, zonder te vervallen in een fantasie van een ‘blank’ of een ‘zwart’ Egypte. Er is aandacht voor ‘gemengde’ huwelijken (als daar nog van gesproken kan worden na drie eeuwen van intense contacten) en het spel maakt op sommige momenten mooi duidelijk dat identiteit een flou gegeven was. Zo ontmoeten we de wagenmenner Claridas, die voorheen de Egyptische naam Sennefer droeg, maar deze in een Griekse veranderde om zijn perspectieven in Alexandrië te verbeteren. Het aannemen van een Griekse identiteit werd inderdaad geassocieerd met sociale vooruitgang. Alleen hoefde dat niet zulke verregaande gevolgen te hebben als het spel suggereert. Claridas zou zijn oude goden helemaal niet hebben hoeven afzweren. De antieke religies waren niet exclusief, en Egyptische goden waren populair onder Grieken.

Die polarisatie kenmerkt de omgang tussen Grieken en Egyptenaren doorheen het spel. Ze staan elkaar voortdurend naar het leven. Grieken kleineren de Egyptenaren die dan weer onafgebroken klagen over discriminatie. Het komt zelfs tot etnisch geïnspireerde moordpartijen. In realiteit zijn onze aanwijzingen voor zulke spanningen zeer beperkt. Het is overigens ook onduidelijk hoe ‘Assassin’s Creed’ deze identiteiten invult: soms gebeurt dat op nationalistische gronden (“our country”), soms op culturele (“our gods”) en sporadisch zelfs op raciale (“look at the colour of your skin”). Huidskleur in het bijzonder zou een gebrekkige manier geweest zijn om Grieken van Egyptenaren te onderscheiden.

Het meest uitgesproken zijn de spanningen in de Fayoem, waar een ronduit koloniale situatie wordt voorgesteld. Grieken declameren er over de vooruitgang die zij willen brengen en hoe de achterlijke Egyptenaren zich daartegen verzetten. Egyptenaren worden gedwongen om te verhuizen en ze moeten hun inkopen in aparte winkels doen, zodat er een ware segregatie ontstaat. Op een gegeven moment wordt Egypte zelfs tegengesteld aan Griekenland, terwijl de Ptolemaeën van de 1ste eeuw v.C. helemaal niets meer met het Griekse “thuisland” te maken hadden. Grieken hadden daarnaast ook veel respect voor de oude Egyptische cultuur.

Vanuit het standpunt van een videospel is deze keuze natuurlijk begrijpelijk. Een stereotiepe koloniale situatie is herkenbaar voor de spelers, en het zorgt voor overtuigende slechteriken. Desalniettemin is het toch een beetje een gemiste kans om een vreedzame (maar fragiele) episode van multiculturalisme weer te geven. Zeker tegen de 1ste eeuw v.C. was het onderscheid tussen Grieken en Egyptenaren meer een kwestie van sociale klasse dan van etniciteit. Veel inwoners werden geboren in Egypte, zagen er qua uiterlijk ongeveer hetzelfde uit en kwamen uit een gemengd Grieks-Egyptisch milieu. De influx van Grieken na de verovering door Alexander bleef immers beperkt tot een eerder bescheiden aantal mannen. In realiteit waren de Griekse en Egyptische identiteit niet exclusief. Tal van mensen hadden zowel een Griekse als een Egyptische naam. Mocht onze wagenmenner in het echte Ptolemaeïsche Egypte geleefd hebben, dan zou hij bekend gestaan hebben als Claridas alias Sennefer.

Verdict

‘Assassin’s Creed: Origins’ biedt een mooi beeld van hoe Ptolemaeïsch Egypte eruit gezien kan hebben. De makers hebben Egypte met veel oog voor detail gereconstrueerd en er is duidelijk veel onderzoek aan voorafgegaan. Historisch gezien vormt de verhouding tussen Grieken en Egyptenaren wel een struikelblok, maar vanuit een narratief standpunt zijn de genomen keuzes begrijpelijk. Het blijft natuurlijk een videospel en geen geschiedenisboek. Ook als game is Origins zeker geslaagd. In het bijzonder de gevechten zijn uitdagender dan die in vorige spellen uit de reeks en alles is erg knap visueel vormgegeven. Spelers herleven de grote gebeurtenissen uit de 1ste eeuw v.C., maar kunnen ook genieten van kleinere, amusante verhalen. Voor wie al dit moois wil ontdekken zonder virtuele tegenstanders aan zijn speer te rijgen, komt er binnenkort een Discovery Mode, die spelers toelaat Ptolemaeïsch Egypte te verkennen zonder bloedvergieten. Kortom, voor liefhebbers van historisch geïnspireerde actie is ‘Assassin’s Creed: Origins’ zeker een aanrader.

Disclaimer: deze post is gebaseerd op een spelervaring tot en met de verhaalmissie ‘The Crocodile’s Jaws’.

Het bericht Assassin’s Creed: Origins: Dood en verderf in Ptolemaeïsch Egypte van Nico Dogaer verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/21/11/2017/assassins-creed-origins-dood-en-verderf-in-ptolemaeisch-egypte/feed/ 1 387