Oivier Goossens, auteur op OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.3 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Oivier Goossens, auteur op OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be 32 32 136391722 Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/ https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/#respond Sun, 24 May 2026 08:20:44 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2817 een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. werd de Griekse wereld opgeschrikt door de invasie van de Galaten, een gebeurtenis die niet alleen militair maar ook ideologisch diepe sporen naliet. In dit eerste artikel van een tweedelige reeks staat de vraag centraal hoe deze Keltische groep in de Griekse perceptie werd voorgesteld en hoe het beeld van de "barbaarse" vijand vorm kreeg. Vooral de Aetoliërs slaagden erin om dit anti-Galatische discours naar hun hand te zetten en in te zetten als krachtig propagandamiddel die hun politieke positie en legitimiteit versterkte.a

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten - met de typische halsringen en schilden - afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus

Rond 280 v.C. heerste er chaos in Griekenland en Macedonië. De recente oorlog tussen de diadochen Seleucus en Lysimachus had zijn tol geëist, en een sterk centraal gezag was ver zoek. Hierdoor werden de Griekse stadstaten en het Macedonische thuisland kwetsbaar. Deze situatie bood een uitgelezen kans voor een bevolkingsgroep die aan de noordelijke grens opdoemde: de Galaten. Aangetrokken door de rijkdommen van de Helleense wereld, vielen deze Kelten vanuit de Balkan Griekenland en Macedonië massaal binnen en zaaiden ze dood en verderf. Deze existentiële dreiging leidde tot een zeldzaam verschijnsel in de antieke wereld: panhelleense samenwerking. Verscheidene leden van het bondgenootschap leverden een grote inspanning om deze “barbaren” te verdrijven, maar het waren vooral de Aetoliërs die te koop liepen met hun rol in de overwinning. Voor hen had deze zege immers grote propagandistische waarde.

Dit artikel vormt het eerste deel van een tweedelige reeks over de negatieve voorstelling van de Galaten in de Hellenistische wereld. In dit deel richten we ons op de specifieke inhoud van het anti-Galatische discours in de Griekse wereld en de Aetolische toepassing van deze propaganda. In het volgende deel verleggen we onze blik naar de grote Hellenistische koninkrijken.

Historische achtergrond

De Galaten waren een Keltische bevolkingsgroep die Galatisch sprak, een taal die nauw verwant was aan het Gallisch. Ze leefden zoals de overige Kelten in stamverband met telkens een stamhoofd aan het roer. De term “Galaat” is terug te voeren op het Oudgriekse woord voor “Galliër”. Vandaag wordt in de wetenschappelijke literatuur onderscheid gemaakt tussen de termen “Galliër” en “Galaat”. De Galliërs waren de continentale Kelten die in West-Europa bleven, terwijl de term “Galaten” verwijst naar de Kelten die sinds de 5de eeuw v.C. naar de Balkan migreerden. Tegen de vroege 3de eeuw v.C. bevonden deze stammen zich aan de grens van de Griekse wereld.

Over hun vroege geschiedenis is weinig met zekerheid geweten; hun verleden wordt voornamelijk gereconstrueerd op basis van Griekse bronnen die echter bevooroordeeld waren. De Grieken zagen immers de Galaten als het archetype van de barbaar. Recent archeologisch en historisch onderzoek heeft gelukkig enige nuance gebracht in dit eenzijdige beeld. In tegenstelling tot het stereotype van de Keltische volkeren als een zootje ongeregeld, hadden zij juist een complexe en efficiënte sociale en militaire organisatie waarbij de stammen goed samenwerkten.

De route van de Galaten

Nadat de Galaten de Helleense wereld waren binnengevallen, splitste hun leger zich op in grofweg drie colonnes. Eén deel settelde zich in Thracië (Polybius 4.45-46), een andere colonne van zo’n 20 000 krijgers stak de Hellespont over op uitnodiging van Nicomedes I, koning van Bithynië (Livius 38.15.). Hij zette de Kelten in als huurlingen tijdens de burgeroorlog tegen zijn broer, Zipoetes II, in ruil voor woongebied in Noord-Frygië. Deze groep heeft de antieke wereld diepgaand beïnvloed en zal in het tweede deel van deze artikelreeks in de belangstelling komen te staan. Tot slot was er een derde colonne onder leiding van Brennus. Brennus behoorde volgens Strabo (4.1.13) mogelijk tot de stam van de Prausi waarover voor de rest weinig geweten is. Hun eerste doelwit was Paeonië in 280 v.C., een gebied ten noorden van Macedonië. Na deze expeditie wist Brennus zijn krijgers te overtuigen om zich in 279 v.C. te wagen aan een meer uitdagend doelwit: de Griekse stadstaten waar hen mythische rijkdommen zouden opwachten.

De Ketische invasie in Griekenland

De Thermopylae vandaag de dag

Pausanias (10.19-23) wil ons doen geloven dat Brennus’ strijdkracht wel zo’n 152 000 infanteristen en 24 000 ruiters telde. Hoewel deze aantallen waarschijnlijk overdreven zijn, moet het totale aantal Kelten enorm zijn geweest. De bedreiging was in elk geval groot genoeg om de eeuwig kibbelende Griekse stadstaten in elkaars armen te drijven. De panhelleense tactiek moet bekend in de oren klinken voor wie vertrouwd is met de Griekse geschiedenis: de Kelten een halt toeroepen bij de Thermopylae. De eerste Keltische aanval tegen de verdedigers in de befaamde bergpas liep uit op een jammerlijke mislukking en Brennus blies de chamade.

Daarop besloot de Keltische leider het over een andere boeg te gooien. Hij liet een detachement tegen Aetolië uitrukken om de talrijke Aetolische troepen weg te lokken van bij de Griekse hoofdmacht in de Thermopylae. De list werkte, maar tegen een hoge prijs: veel Galaten sneuvelden tijdens deze expeditie. Ondertussen wist Brennus de vijand bij de Thermopylae te omsingelen dankzij de ontdekking van een pad dat om de Griekse linie heen leidde. Hierna volgde echter geen heldhaftig gevecht tot de laatste man zoals Leonidas en zijn ‘driehonderd’ dat destijds hadden gedaan. De Griekse troepen konden op tijd geëvacueerd worden dankzij de Atheense vloot die voor de kust voor anker lag.

Brennus koos vervolgens Delphi uit als nieuw doelwit. Volgens de overlevering werd deze aanval afgeslagen met de hulp van de goden die de Kelten teisterden met onder andere stormen en aardbevingen. Daarnaast droegen de Aetoliërs hun steentje bij door hun guerrillaoorlogvoering waarbij ze de Kelten onophoudelijk bestookten in het ruige terrein van Aetolië. Na een verpletterende nederlaag tegen de Phociërs besloten de Galaten zich halsoverkop terug te trekken. Tijdens de terugtocht bleven de Aetoliërs hen bestoken en uiteindelijk pleegde Brennus zelfmoord uit schaamte. De Keltische dreiging was geweken.

De oorsprong van het anti-Galatische discours

De relatie tussen de Galaten en de Helleense wereld werd dus al vanaf het begin gekenmerkt door conflict. Koning Nicomedes I bood evenwel als eerste een alternatief voor deze gewelddadige omgang met de Keltische stammen: samenwerking. In ruil voor militaire hulp kregen de Galaten land en geld. Dit beleid zouden vervolgens nagenoeg al de Hellenistische heersers in Klein-Azië voeren. Ondanks deze gunstige wederkerige relatie bleven de Grieken de Galaat omschrijven als de barbaar par excellence.

De Galatische levensstijl beantwoordde inderdaad op sommige gebieden aan de Griekse verwachtingen van een barbaar. In hun ogen ging het om loutere nomaden met een woest en vreemd voorkomen, die geen schrift kenden, laat staan geschreven wetten — een van de fundamenten van een beschaafde samenleving volgens de Grieken. Na hun vestiging in Noord-Frygië begonnen de Galaten zich steeds meer te conformeren aan de Griekse verwachtingen van een beschaafde mens. Desondanks zetten de Hellenistische vorsten deze traditie van negatieve voorstellingen voort. Waarom? Het antwoord ligt deels in het propagandistische nut van dergelijke beelden. Hoe woester en gevaarlijker de vijand, des te nobeler en sterker de overwinnaar lijkt. Dit narratief kon aldus bijdragen aan de legitimatie van het Hellenistische koningschap.

De Galaten in Griekse ogen

Al tijdens de grote invasie van 280/279 v.C. werden de Galaten gezien als een levensbedreiging voor de Helleense wereld. Hiervan getuigen enkele inscripties uit de jaren 270 v.C. (o.a. een uit Priëne die de beschermer van de stad roemt [TM 862714] en een dedicatie van een vader uit Thyateira aan Apollo om zijn zoon te redden van de Galaten [TM 838622]). Men kan de Grieken zeker niet beschuldigen van overdrijving. Bij gebrek aan een sterk centraal gezag waren de stadstaten inderdaad kwetsbaar. De poleis ontsnapten zelfs op het nippertje aan een smadelijke nederlaag bij de Thermopylae (zoals beschreven hierboven). Het was mede dankzij de tussenkomst van de goden – volgens de Grieken zelf althans – en onder andere de Aetoliërs dat de ondergang vermeden kon worden (zie Justinus 24.7.6, 24.8.3-7).

De idee van goddelijke interventie raakte al vroeg in zwang. Volgens een decreet uit Kos van 278 v.C. [TM 929025] was Apollo verantwoordelijk voor de triomf, terwijl een inscriptie van Smyrna uit hetzelfde jaar [TM 814632] de overwinning toeschrijft aan meerdere goden. Ondanks de uiteindelijke zege lieten de Galaten toch een trauma achter in het Griekse collectieve geheugen, een trauma dat de bekende Griekse historicus Angelos Chaniotis (in zijn Age of Conquests) zelfs vergelijkt met de shock van 9/11 in de westerse wereld. De Keltische invasie was zo ernstig dat een vergelijking met de Perzische invasies voor de Grieken zeker gerechtvaardigd was. Volgens Pausanias stond ditmaal niet enkel de vrijheid op het spel, maar zelfs het voortbestaan van de Griekse wereld:

ἑώρων δὲ τὸν ἐν τῷ παρόντι ἀγῶνα οὐχ ὑπὲρ ἐλευθερίας γενησόμενον, καθὰ ἐπὶ τοῦ Μήδου ποτέ, οὐδὲ δοῦσιν ὕδωρ καὶ γῆν τὰ ἀπὸ τούτου σφίσιν ἄδειαν φέροντα … ὡς οὖν ἀπολωλέναι δέον ἢ δ᾽ οὖν ἐπικρατεστέρους εἶναι, κατ᾽ ἄνδρα τε ἰδίᾳ καὶ αἱ πόλεις διέκειντο ἐν κοινῷ.

Ze realiseerden zich dat de strijd die hen te wachten stond er niet een voor vrijheid zou zijn, zoals toen ze tegen de Perzen vochten, en dat water en aarde aanbieden hen geen veiligheid zou brengen…  Dus was elke man en elke stadstaat ervan overtuigd dat ze oftewel moesten overwinnen, oftewel ten onder gaan.” (Paus. 10.19.12)

De vergelijking moet haast vanzelfsprekend zijn geweest, niet in het minst omdat de Thermopylae wederom een centraal strijdperk werden. Verder vond Pausanias de schilden van beide volkeren opvallend gelijkend en zag hij parallellen tussen de Galatische cavalerie en de Onsterfelijken, de vermaarde Perzische elitekrijgsmacht. (Pausanias 10.19.4)

De Aetoliërs maakten handig gebruik van deze associatie. Zo plaatsten ze de buitgemaakte Galatische wapenuitrustingen naast die van de Perzen in de tempel van Apollo in Delphi. Dit was een berekende propagandistische truc: dit heiligdom was een van de belangrijkste religieuze centra in de Griekse wereld, waar om de vier jaar vertegenwoordigers van de meeste stadstaten samenkwamen om deel te nemen aan de Pythische Spelen. Bijgevolg konden de Aetoliërs handig hun cruciale rol in de overwinning aan de gehele Helleense wereld meedelen en in herinnering houden.

Tetradrachme van de Aetolische Bond met op de keerzijde (rechts) Aitolos, de personificatie van de Bond, gezeten op typische Galatische schilden, c. 239-229 v.C.

Ze gingen in Delphi hun rol ook op andere manieren in de verf zetten. Zo was er een standbeeld van de personificatie van Aetolië die gezeten was boven een stapel van Keltische wapenuitrustingen. Dit standbeeld kwam ook voor op de munten van de Aetolische Bond. Daarnaast was er de Portico van de Aetoliërs, een van de grootste bouwwerken te Delphi, waar een inscriptie de schenking van Keltische wapenuitrustingen herdacht. De boodschap was helder: net zoals de Atheners destijds bij Marathon en Salamis de Griekse beschaving tegen barbarij hadden beschermd, zo hadden de Aetoliërs eenzelfde dienst bewezen aan de Helleense wereld en dit verdiende respect en erkenning.

De Aetoliërs lijken zich haast uit te roepen tot de nieuwe beschermers van Griekenland en de leidersrol van Athene op te eisen. Ze hervormden zelfs rond 246 v.C. het jaarlijkse Soteria-festival in Delphi ter ere van Zeus tot een vijfjaarlijks, maar grootser gebeuren dat meer in het teken van de Aetoliërs en hun militaire heldendaden stond (zie SIG3 402 [TM 815238]). Opvallend is hoe ze zelfs de rol van de goden begonnen te minimaliseren om de aandacht meer naar zich toe te trekken. Dit alles negeerde natuurlijk volledig de bijdrage van de Griekse stadstaten, maar dat interesseerde hen niet. Er stond immers veel op het spel.

De geopolitieke voordelen van de Galatische overwinning

Na de Galatische episode traden steeds meer leden van de Aetolische Bond toe tot de Amphictionie van Delphi, een zeer oude religieuze vereniging die instond voor de veiligheid van Delphi. Diens leden hadden het recht om stadstaten te straffen die het heiligdom schonden. Deze straf nam soms de vorm aan van een “heilige oorlog” waarbij de leden militair samenwerkten tegen de agressor.

Tegen het einde van de jaren 250 v.C. had de Aetolische Bond al negen stemmen – van de 24 – in de raad van de Amphictionie. Dankbaarheid kan een rol hebben gespeeld bij de geleidelijke toelating van de Aetoliërs, maar politieke druk moet de doorslaggevende factor zijn geweest. De Aetolische Bond groeide namelijk in de 3de eeuw v.C. uit tot de grootmacht van Centraal- en West-Griekenland. Ze begonnen zich zelfs te moeien met Egeïsche en Peloponnesische aangelegenheden. Mettertijd versterkte dus ook hun greep op Delphi, dat in de naburige regio Phocis lag. De anti-Galatische propaganda kon deze controle over het heiligdom, evenals hun positie in Griekenland, handig legitimeren.

Inscriptie op de Portico van de Aetoliërs in Delphi die de buitmaking van de Galatische schilden commemoreert

De ideologische voordelen van de Galatische overwinning

De inzet van de Aetolische propaganda ging echter verder dan loutere zelfverheerlijking en legitimatie van hun geopolitieke situatie. Wanneer we de culturele context rond de Aetoliërs erbij betrekken, wordt meteen duidelijker waarom ze zo sterk de nadruk legden op deze overwinning. Het lidmaatschap van de Aetoliërs tot de Helleense beschaving werd namelijk voortdurend in twijfel getrokken. Ze waren volgens de andere stadstaten minder Grieks of zelfs simpelweg barbaren. Zo waren ze niet in polis-verband georganiseerd, maar bestonden ze uit stammen (θνη) die in dorpjes samenleefden.

Bovendien waren ze dikwijls actief als piraten die de zeeën rond Griekenland onveilig maakten. Deze slechte reputatie was volgens de Britse historicus John Grainger (in zijn The League of the Aitolians) al goed gevestigd vooraleer ze zich gingen organiseren in een confederatie in de 4de eeuw v.C. Het feit dat ze een moeilijk verstaanbaar dialect spraken, pleitte ook al niet in hun voordeel. Deze neerbuigende houding vanwege de andere Grieken namen ze allerminst in dank af en ze grepen deze kans om hun “Grieksheid” in het gezicht te duwen van de sceptici. Griekenland had immers haar voortbestaan uitgerekend aan hen te danken.

Vanuit deze optiek kon de toetreding tot de Amphictionie van Delphi hebben gediend als een formalisatie van deze claim. Deze religieuze vereniging kwam samen bij het orakel van Delphi, een van de belangrijkste heiligdommen in de Griekse wereld. Voor de Grieken was hun gedeelde religie een van de belangrijkste expressies van hun culturele eigenheid. Toetreding tot een dergelijke organisatie was daarom een onweerlegbaar bewijs van Griekse identiteit.

Hierbij moet trouwens de Macedonische vorst Philippus II (r. 359-336 v.C.) als model hebben gediend voor de Aetoliërs. Net zoals in het geval van deze West-Grieken was de “Grieksheid” van de Macedoniërs omstreden, en net zoals in het geval van de Aetoliërs was Philippus’ toetreding tot deze Amphictionie een poging om Macedonië op de kaart te zetten als Griekse mogendheid. Net zoals de latere Macedonische overwinning onder leiding van Alexander de Grote (r. 336-323 v.C.) op de Perzische koning Darius III (r. 336–330 v.C.) diende, diende de overwinning op de Galaten om deze claim te bevestigen.

Centraal-Griekenland met Aetolië ten zuiden van Epirus en Thessalië, geklemd tussen Acarnania en Phocis (waar Delphi gelegen is)

Conclusie

De Aetoliërs claimden een centrale rol te hebben gespeeld bij de verdrijving van de Galaten. De invasie van deze Keltische stammen was een ingrijpende gebeurtenis in de 3de eeuw v.C., die een trauma in de Griekse wereld naliet. In hun ogen stond niets minder dan de beschaving op het spel. De bijdrage van de Aetoliërs aan de overwinning kwam deze West-Grieken goed van pas: de politieke invloed van de Aetolische Bond nam in deze periode toe, en het werd tijd om erkenning en respect af te dwingen bij de overige Grieken. Dit was echter geen vanzelfsprekendheid, aangezien de Aetoliërs in het verleden vaak werden bestempeld als barbaren of half-Grieken. Zij wilden eindelijk worden geaccepteerd als volwaardige leden van de Griekse wereld. De overwinning op de Galaten legitimeerde zowel hun aanspraak op deze culturele identiteit als hun stevige greep op Delphi zelf.

De voordelen die dit anti-Galatische narratief bood, gingen niet onopgemerkt voorbij aan andere spelers binnen de Hellenistische wereld. Rond dezelfde periode moesten ook de Hellenistische vorsten aan beide zijden van de Hellespont afrekenen met Galatische invallen. Zij kampten met vergelijkbare legitimiteits- en identiteitsproblemen als de Aetoliërs. Bijgevolg bood de overwinning op deze “barbaren” vergelijkbare ideologische voordelen. Toch zijn er binnen deze propaganda enkele verdere nuances te ontwaren, maar dat is stof voor het volgende deel.

Lees meer

Grainger, J. D., The League of the Aitolians. 1999, Leiden.

Larsen, J., Greek Federal States: Their Institutions and History, 1968, Oxford.

Mitchell, S., Anatolia. Land, Men, and Gods in Asia Minor I. The Celts and the Impact of Roman Rule, 1993, Oxford.

Scholten, J., The Politics of Plunder: Aitolians and their Koinon in the Early Hellenistic Era, 279 – 217 B.C., 2000, Berkeley.

Coverfoto: adaptatie van de afbeelding ‘Marken019AnconaMusArcheo’, afkomstig van een tempelfries uit Civitalba (momenteel in het Museo Archeologico Nazionale delle Marche) die vluchtende Kelten – met de typische halsringen en schilden – afbeeldt die in paniek vluchten, niet alleen verwijzend naar hun nederlaag tegen Rome (295 v.C.) maar vermoedelijk ook naar de mislukte plundering van de tempel van Apollo in Delphi (279 v.C.) onder leiding van Brennus, vanop Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Anti-Galatische propaganda: vijandbeeld en machtspolitiek in de Griekse wereld van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/24/05/2026/anti-galatische-propaganda-vijandbeeld-en-machtspolitiek-in-de-griekse-wereld/feed/ 0 2817
Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/#respond Sat, 26 Mar 2022 16:51:18 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=2265

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. De daaropvolgende twee eeuwen, na de intreden van Alexander de Grote, viel het gebied onder de Grieks-Macedonische heerschappij met het 'Huis van Seleucus'. In dit artikel lees je meer over deze minder gekende episode uit de wereldgeschiedenis.

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Op het moment dat de Perzische dynastie van de Achaemeniden in de 4de eeuw v.C. de plak zwaaide over Mesopotamië of het Tweestromenland, had de beschaving tussen de Tigris en de Eufraat al een heuse weg afgelegd in de wereldgeschiedenis. Sinds millennia golden de inwoners van deze regio – waarvan het grootste gedeelte in het huidige Irak ligt – als dé koplopers binnen de evolutie van de mensheid richting een gevestigde en ontwikkelde samenleving. Zij waren de eerste landbouwers, de eerste stedenbouwers, de eerste schrijvers…

Het Babylon van de Westerse fantasiewereld met de mythische Hangende Tuinen op de voorgrond en de al even legendarische Toren van Babel op de achtergrond, op een illustratie uit de 19de eeuw

De relatief jonge Griekse stadstaten konden op dat moment niet anders dan zich verwonderen over het verreikende verleden en de eeuwenoude tradities van dit trotse volk. Verhalen over quasi-legendarische monarchen zoals de koningin Semiramis en geruchten over kolossale, bovenmenselijke bouwcomplexen zoals de ‘Hangende Tuinen’ van Babylon deden hun intrede in de Griekse fantasiewereld. Tevens begonnen de Mesopotamiërs dankzij de handel steeds meer te weten te komen over de poleis in het Westen. Er lag echter nog meer in het verschiet voor de relatie tussen deze twee culturen: ze geraakten nauw met elkaar vervlochten voor meer dan 200 jaar. Na de komst van Alexander de Grote in 331 v.C. zag het Tweestromenland immers zijn Perzische meester vertrekken en kwam er een Helleense in de plaats. Wat volgde was namelijk een periode van Grieks-Macedonische overheersing gedurende twee eeuwen.

De aankomst van de Hellenen en de strijd om Mesopotamië

Na de klinkende overwinning van Alexander op de Perzen nabij Gaugamela op 1 oktober 331 v.C., lag de weg naar Babylonië voor de Grieks-Macedonische troepen open. De intrede van de wereldveroveraar in de belangrijkste stad van de regio, het legendarische Babylon, was volgens de Griekse bronnen een grandioze gelegenheid. Onder het gejuich van de inwoners marcheerden de falanxen zonder weerstand plechtig een stad binnen die nog geen paar jaar daarvoor slechts het voorwerp was van hun wildste dromen:

ἤδη τε οὐ πόρρω Βαβυλῶνος ἦν καὶ δύναμιν ξυντεταγμένην ὡς ἐς μάχην ἦγε, καὶ οἱ Βαβυλώνιοι πανδημεὶ ἀπήντων αὐτῷ ξὺν ἱερεῦσί τε σφῶν καὶ ἄρχουσι, δῶρά τε ὡς ἕκαστοι φέροντες καὶ τὴν πόλιν ἐνδιδόντες καὶ τὴν ἄκραν καὶ τὰ χρήματα. Ἀλέξανδρος δὲ παρελθὼν εἰς τὴν Βαβυλῶνα τὰ ἱερὰ, ἃ Ξέρξης καθεῖλεν, ἀνοικοδομεῖν προσέταξε Βαβυλωνίοις, τά τε ἄλλα καὶ τοῦ Βήλου τὸ ἱερόν, ὃν μάλιστα θεῶν τιμῶσι Βαβυλώνιοι.

“Hij (Alexander) bevond zich reeds in de buurt van Babylon en voerde een legermacht aan, klaargemaakt voor de strijd, toen de Babyloniërs massaal samen met hun priesters en leiders hem tegemoet traden, geschenken met zich meedroegen en de stad, de burcht en de schatkist overhandigden. Nadat Alexander was aangekomen in Babylon beval hij voor de Babyloniërs het herstel van de heiligdommen die Xerxes had verwoest, met name de tempel van Bel, die de Babyloniërs het meest van al de goden eren.” (Arrianus, Anabasis Alexandri, 3.16.3-4)

De intrede van Alexander in Babylon op het gelijknamige schilderij van de Franse schilder Charles Le Brun uit de collectie van het Louvre

Alexander had grootse plannen met Babylon: de stad diende het centrum te worden van zijn wereldrijk. De Macedoniër stierf echter op 32-jarige leeftijd in 323 v.C. alvorens zijn beoogde hoofdstad te kunnen uitbouwen. De ongelukkige gevolgen van zijn voortijdige dood zijn inmiddels goed gekend: de generaals en vrienden van de koning vlogen terstond elkaar naar de keel om de heerschappij over het reusachtige imperium. Een van de zwaarst getroffen gebieden was Mesopotamië. Het Tweestromenland gold immers als een van de rijkste regio’s uit West-Azië en was bijgevolg onmisbaar voor de ambitieuze generaals met hun geldverslindende oorlogen. Bovendien was Mesopotamië door diens centrale ligging in West-Azië van groot strategisch belang. De diadochen die ervan droomden Azië te bedwingen, konden dit onmogelijk verwezenlijken zonder zichzelf eerst stevig in het zadel te plaatsen van het Tweestromenland.

Buste van Seleucus I Nicator

Deze streek werd in de eerste plaats de inzet van een bloedig conflict tussen Antigonos I Monophthalmos en Seleucus I Nicator dat jaren aansleepte. Seleucus was onder Alexander de Grote de commandant van het elitekorps van de zogenaamde “Zilverschilden” (Hypaspistai) en na het Verdrag van Triparadeisos (321 v.C.) verkreeg hij het gouverneurschap over Babylonië. In 316 v.C. verdreef de machtige Antigonos de jonge generaal uit zijn provincie. Deze zou later in 312 v.C. met een kleine schare volgelingen en de steun van Ptolemaeus I terugkeren en wist het land tussen de Tigris en de Eufraat weer te bemachtigen. Dat de inwoners van dit gebied het zwaar te verduren hadden gedurende dit conflict wordt duidelijk uit enkele inheemse bronnen zoals de ‘Diadochenkroniek’, een beschadigd kleitablet dat spreekt over “gejammer en rouw in het land”. Seleucus kwam uiteindelijk als overwinnaar uit de bus en verdreef Antigonos naar het westen.

Seleucus consolideert zijn macht: de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris

Hoewel de oorlogen tussen de opvolgers bleven aanhouden, keerde na Antigonos’ verdrijving de rust terug naar het land tussen de Tigris en de Eufraat. Seleucus kon zich nu meer richten op de uitbouw van zijn heerschappij in dit gebied. Hij kroonde zichzelf tot koning in het jaar 305 v.C. en ging over tot een uitgebreid kolonisatiebeleid waarbij talrijke Grieks-Macedonische nederzettingen doorheen Azië het levenslicht zagen. Om de macht van het nieuwe regime duidelijk te maken, gingen de nieuwe steden veelal de naam van de vorst dragen of van één van diens familieleden. Deze stichtingen dienden in de eerste plaats om de Seleucidische macht te consolideren in de zopas veroverde gebieden.

Archeologische kaart van Seleucië-aan-de-Tigris

De belangrijkste stad die de nieuwe koning liet bouwen in het Tweetromenland was Seleucië (Seleukeia) aan de oever van de Tigris (ook wel Seleucië-aan-de-Tigris genoemd). Seleucië zou gedurende de Hellenistische periode uitgroeien tot een van de meest vooraanstaande steden. De muur van de stad zou een gebied van zo’n 550 hectaren omarmen. Moderne schattingen leggen het inwonersaantal vast op zo’n 100 000 met daarbij nog een afhankelijke bevolking van 400 000 inwoners in het omliggende gebied, een enorm aantal in de antieke wereld. Seleucië had voornamelijk haar rijkdom te danken aan haar gunstige ligging, namelijk op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. De stad controleerde namelijk in de eerste plaats de lucratieve handel die via de oostelijke landweg vanuit Bactrië (het huidige Afghanistan) en Noord-Iran kwam. Daarnaast waakte de stad over de binnenstroom van goederen vanuit Indië en Arabië via de Perzische Golf.

Een populaire opvatting van vroeger was dat met het ontstaan van Seleucië de doodsteek aan Babylon werd toegebracht. De gehele bevolking – op een paar priesters na – zou een nieuw onderkomen hebben gezocht in de Griekse hoofdstad. De antieke auteurs beschreven al hoe het eens zo magnifieke centrum van de Babylonische beschaving door de stichting van Seleucië ontaardde in een dodenstad:

καὶ γὰρ ἐκεῖνος καὶ οἱ μετ᾽ αὐτὸν ἅπαντες περὶ ταύτην ἐσπούδασαν τὴν πόλιν καὶ τὸ βασίλειον ἐνταῦθα μετήνεγκαν: καὶ δὴ καὶ νῦν ἡ μὲν γέγονε Βαβυλῶνος μείζων ἡ δ᾽ ἔρημος ἡ πολλή, ὥστ᾽ ἐπ᾽ αὐτῆς μὴ ἂν ὀκνῆσαί τινα εἰπεῖν ὅπερ ἔφη τις τῶν κωμικῶν ἐπὶ τῶν Μαγαλοπολιτῶν τῶν ἐν Ἀρκαδίᾳ ‘ἐρημία μεγάλη ‘στὶν ἡ Μεγάλη πόλις.

“Hij (Seleucus) en al zijn opvolgers legden zich toe op (de uitbouw van) Seleucië en verhuisden naar daar hun paleis. Inderdaad is deze (Seleucië) op het moment groter dan Babylon, thans zo verlaten dat men hierdoor niet zou aarzelen te stellen dat wat een blijspeldichter ooit zei over Megalopolis uit Arcadië: ‘de grote stad is een grote woestijn’.”  (Strabo, 16.1.5)

Uit onderzoek van de kleitabletten blijkt echter dat dit niet helemaal klopt. Deze bronnen tonen aan hoe Babylon onder het Seleucidische bewind nog steeds een drukke stad was. Ze had weliswaar op het internationale toneel haar politiek belang verloren, maar dit betekende geenszins haar ruïnering. Meer nog, Babylon bleef doorheen de Hellenistische periode het belangrijkste religieuze centrum van het Tweestromenland dat zelfs het respect afdwong van de Seleucidische koning.

Mesopotamië in de 3de eeuw v.C.

De ‘Ptolemaeus III Kroniek’, een spijkerschrifttablet uit het British Museum (BCHP 11 = BM 34428)

Nadat de verwoestende Diadochenoorlogen zich hadden verplaatst naar het Westen in het begin van de 3de eeuw v.C. brak er in Mesopotamië een relatief vredevolle periode aan. Deze rust hield aan voor de rest van de eeuw buiten twee korte, gewelddadige intermezzo’s. Eerst was er de Derde Syrische Oorlog (246 v.C. – 241 v.C.). Hoewel – zoals de naam doet vermoeden – dit conflict in de eerste plaats werd uitgevochten in Syrië, informeert de zogenaamde “Ptolemaeus III Kroniek” (een Mesopotamisch spijkerschrifttablet) ons dat de Ptolemaeïsche legers zelfs tot in Babylon waren doorgedrongen. Het vredesverdrag dat de oorlog beëindigde, liet echter het Tweestromenland in Seleucidische handen.

Later werd de rust nogmaals verstoord na de troonsbestijging van Antiochus III. Toen kwam in 222 v.C. de satraap van Medië (huidige Noord-Iran), Molon, in opstand tegen het centrale gezag. Deze rebel stak het Zagrosgebergte over om het Tweestromenland in te lijven. Hij zou uiteindelijk verslagen worden door de rechtmatige vorst, maar de opschudding moet groot zijn geweest. Zo blijkt uit Polybius dat Seleucië-aan-de-Tigris met Molon had meegewerkt (V.54). Antiochus III stelde zich echter mild op tegenover de inwoners van de kolonie en nam genoegen met de betaling van een relatief kleine geldboete voor het verraad.

Ondanks deze twee korte opschuddingen en mogelijk nog een economische crisis in de late jaren 270 en vroege jaren 260 v.C. floreerden de aloude steden van de Mesopotamische beschaving. Vooral de zuidelijke centra verrijkten zich dankzij de intensifiërende internationale handel onder de Seleuciden. Deze bloei in het zuiden liet zich vooral merken in Uruk waar twee nieuwe grote tempelcomplexen verrezen. Tevens in het Noorden profiteerden enkele steden zoals Mari, Nineveh en Arslan-Tash van de hervonden stabiliteit onder het ‘Huis van Seleucus’. In de Hellenistische periode werd het economische zwaartepunt van het land vooral de Diyala-regio ten oosten van de Tigris (deels op instigatie van de stichting van Seleucië-aan-de-Tigris). Het archeologische onderzoek laat zien hoe er aldaar in het Hellenistische tijdperk vijftien keer meer bebouwing was dan in de Perzische periode. Enkel Ur vertoont tekens van achteruitgang, maar dit is in de eerste plaats te wijten aan de verandering van de koers van de Eufraat: de stad werd afgezonderd van de levensader die haar rijkdom waarborgde.

Kaart van het oude Mesopotamië met de belangrijkste steden

Het doek valt: het einde van de Seleuciden in Mesopotamië

In de 2de eeuw v.C. werd de handhaving van het centrale gezag in Mesopotamië steeds moeilijker. Niet alleen begonnen steeds meer generaals en gouverneurs in opstand te komen en dynastieke conflicten het rijk te teisteren, maar eveneens doemde er een agressieve, nieuwe vijand op vanuit het Oosten: de Parthen. Dit volk had reeds in c. 250 v.C. in Noord-Iran een onafhankelijk koninkrijk gesticht in voormalig Seleucidisch territorium, maar het duurde tot de 2de eeuw vooraleer ze een grote bedreiging gingen vormen voor de dynastie. Rond 140 v.C. begonnen de Parthen zich resoluut toe te leggen op de verovering van het Tweestromenland.

Tetradrachme van Antiochus VII Euergetes Sidetes

Tijdens deze strijd heerste er een tijdlang anarchie tussen de Tigris en de Eufraat. Zowel de Parthen als de Seleuciden slaagden er niet meteen in de streek onder controle te krijgen. Uit dit vacuüm ontstonden enkele kortstondige koninkrijkjes, geregeerd door voormalige Seleucidische functionarissen of lokale heersers. Mettertijd werd de greep van de Parthen echter steeds sterker. Koning Antiochus VII Sidetes (138 – 129 v.C.) ondernam nog een laatste poging om alsnog in het Tweestromenland het Seleucidische gezag te herstellen. Aanvankelijk was zijn veldtocht tegen de Parthen een succes, maar de vorst bleek niet opgewassen tegen de gecoördineerde tegenaanval van zijn vijand. Hij stierf in 129 v.C. tijdens deze campagne. Hiermee was het doek gevallen, de Seleucidische dynastie was definitief verdreven uit Mesopotamië. Op die manier kwam de 200-jarige Grieks-Macedonische overheersing dus aan haar einde.

Conclusie

Na de dood van Alexander en een jarenlang bloedig conflict met Antigonos Monophthalmos kwam Seleucus aan de macht in het Tweestromenland op het einde van de 4de eeuw v.C. Zijn dynastie consolideerde haar gezag via de stichting van enkele belangrijke kolonies zoals Seleucië-aan-de-Tigris. Dit beleid zorgde niet voor de teloorgang van de inheemse steden. Meer nog, de archeologie toont aan hoe de meeste Mesopotamische nederzettingen gedurende de 3de eeuw v.C. weer gingen bloeien. In de 2de eeuw v.C. ging het echter bergafwaarts voor de Seleuciden in Mesopotamië door aanhoudende interne crisissen. Van deze kwetsbare situatie ging een nieuwe vijand uit het Oosten ten volle profiteren: de Parthen. Het ‘Huis van Seleucus’ bleek in het Tweestromenland niet bestand tegen dit Noord-Iraanse koninkrijk: de Parthen zouden de streek inpalmen en er meer dan drie eeuwen de scepter zwaaien. Ondertussen verviel het eens zo machtige Seleucidische imperium tot een lokaal Syrisch koninkrijkje dat de speelbal werd van buitenlandse mogendheden en uiteindelijk in 63 v.C. werd veroverd door de Romeinse generaal Gnaeus Pompeius Magnus.

Lees meer

Aperghis, G., The Seleukid Royal Economy: The Finances and Financial Administration of the Seleukid Empire, 2004.
Boiy, T., Babylon: De echte Stad en de Mythe, 2010.
Capdetrey, L., Le pouvoir séleucide: territoire, administration, finances d’un royaume hellénistique (312-129 avant J.-C.), 2007.
Grayson, A., Assyrian and Babylonian Chronicles, 1975.
Kosmin, P., Time and its Adversaries in the Seleucid Empire, 2018.
Roux, G., Ancient Iraq, 1993 (1964).
Sherwin-White, S., “Aspects of Seleucid Royal Ideology: The Cylinder of Antiochus I from Borsippa”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 111, 1991, pp. 71-86.
Sherwin-White, S. & Kuhrt, A., From Samarkhand to Sardis: A New Approach to the Seleucid Empire, 1993.
Sherwin-White, S., “Seleucid Babylonia: a case-study for the installation and development of Greek rule”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
van der Spek, R., “The Babylonian City”, Hellenism in the East: The interaction of Greek and non-Greek civilizations from Syria to Central Asia after Alexander, eds. A. Kuhrt & S. Sherwin-White, 1987.
Wheatley, P., “Antigonus Monophthalmus in Babylonia, 310-308 B. C.”, Journal of Near Eastern Studies, Vol. 61, 2002, pp. 39-47.
Wiesehöfer, J., La Persia antica, vert. naar Italiaans A. Cristofori, 2003 (1999).

Coverafbeelding: adaptatie van de afbeeldingen ‘Mesopotamia 9 October 2020’ van NASA World View op Wikimedia (PD) & ‘Seleuco I Nicatore’ uit het ‘National Archaeological Museum of Naples (inv. nr. 5590)’ op Wikimedia (CC BY-SA 2.0 IT)

Het bericht Grieken in Irak: de Seleucidische heerschappij over Mesopotamië van Oivier Goossens verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/03/2022/grieken-in-irak-de-seleucidische-heerschappij-over-mesopotamie/feed/ 0 2265