Nick Vaneerdewegh, auteur op OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be Blog van de onderzoeksgroep Oude Geschiedenis (KU Leuven) Mon, 26 Dec 2022 10:20:49 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.oudegeschiedenis.be/wp-content/uploads/2017/09/logo_oudegeschiedenis-e1509732999548.png Nick Vaneerdewegh, auteur op OUDE GESCHIEDENIS https://www.oudegeschiedenis.be 32 32 136391722 Horrorverhalen uit de Oudheid https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/ https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/#comments Sat, 31 Oct 2020 16:05:11 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1739 Theatermaskers Myra

Halloween is het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror en een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo kennen we scènes uit de 'Mostellaria', een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, met geesten en komen (verboden) geestoproepingen ook voor in het Oude Testament en bij Ammianus Marcellinus. In deze blogpost gaan we dieper in op twee horrorverhalen uit de antieke literatuur: de 'Gouden Ezel' van Apuleius en een spookverhaal uit een brief van Plinius de Jongere.

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Theatermaskers Myra

“De meest barmhartige zaak ter wereld”, aldus 20ste-eeuws fictieschrijver H. P. Lovecraft, “is het onvermogen van de menselijke geest om al zijn inhoud met elkaar te verbinden. We leven op een vredig eiland van onwetendheid te midden van de zwarte zeeën van de oneindigheid, en het is nooit zo bedoeld dat we ver zouden reizen.”

Halloween staat voor de deur, het hoogfeest voor alle liefhebbers van horror. Of het nu gaat om een bloedstollende roman van Stephen King, een slasher-film waarin de ingewanden en de ledematen lustig in het rond vliegen, of meer psychologische horrorfilms en -series zoals ‘Paranormal Activity‘ (2007) of ‘The Haunting of Bly Manor’ (2020), velen onder ons genieten toch minstens één avond van een potje lekker griezelen. Een goed spookverhaal is iets wat de antieken schijnbaar ook konden waarderen. Zo bevat de ‘Mostellaria‘, een toneelstuk van de Romeinse komedieschrijver Plautus, een amusante scène waarin de slaaf Tranio probeert zijn meester van diens huis na wanbeheer weg te houden door te beweren dat het huis vervloekt is en een geest nu door het gebouw rondwaart.

Het ouijabord zoals wij het kennen. Dit exemplaar werd omstreeks 1890 gemaakt door de Kennard Novelty Company in Baltimore, de bedenkers van het moderne ouijabord

Bij Plautus gaat het duidelijk om een fictief verhaal, maar hekserij, geesten en necromantie (het opwekken van de doden) werden in de Oudheid wel degelijk au sérieux genomen. Het Oude Testament veroordeelt nadrukkelijk het ondervragen van geesten en het oproepen van doden (Deuteronomium 18:11). De straf voor necromantie is steniging (Leviticus 20:27). De Romeinen voorzagen in de Late Oudheid eveneens de doodstraf voor diegenen die op kerkhoven lijken onteerden of geesten opriepen, zo leren we bij Ammianus Marcellinus (9.12.14). De historicus verhaalt verder (29.1.29-38) hoe een groep samenzweerders keizer Valens (364-378 n.C.) ten val wilde brengen. Om zich te vergewissen van het succes van hun complot, besloten ze beroep te doen op een ouijabord avant la lettre, dat bediend werd met een soort pendel. Net zoals het vandaag gebeurt, diende een vraag gesteld te worden aan het bord. Een hogere macht – bij ons gaat het veelal om geesten of demonen – zou de vraag dan beantwoorden door de pendel te laten bewegen over bepaalde letters. In dit geval werkte het bord echter misleidend: de samenzweerders zagen de letters “Theod” verschijnen en kraaiden victorie, gezien hun kandidaat Theodorus heette. Helaas voor hen zou het Theodosius zijn die Valens opvolgde en moesten ze na het uitlekken van het complot voor de rechtbank gaan uitleggen wat ze precies mispeuterd hadden. Ze werden quasi allen gewurgd.

In de volgende secties zullen we dieper ingaan op twee opvallende horrorverhalen uit de antieke literatuur.

Heksen en zombies in Apuleius

De ‘Gouden Ezel‘ van Apuleius, een roman over de onfortuinlijke Lucius die door magie in een ezel veranderd wordt, bevat heel wat horrormateriaal. Neem nu het verhaal van de handelaar Aristomenes. Op een dag liep Aristomenes een dorpsgenoot en vriend van hem, Sokrates genaamd, in het stadje Hypata in Thessalië tegen het lijf. De arme Sokrates zag er niet uit: bleek, graatmager en slechts bedekt door een schamele mantel zat hij erbij als een bedelaar. Aristomenes informeerde hem dat iedereen thuis in Aigion ervan uitging dat hij overleden was; de begrafenis was al achter de rug en de ouders van zijn vrouw waren reeds op zoek naar een nieuwe partner. De man kon aanvankelijk alleen maar jammeren hoe wreed het lot hem behandeld had en weigerde te bewegen, maar uiteindelijk wist Aristomenes hem mee naar een badhuis te loodsen en vestigde hij zich met hem in een herberg. Daar vertelde Sokrates na een goed glas wijn wat hem overkomen was.
Hij was onderweg nabij Larissa overvallen door struikrovers. Beroofd van zijn hebben en houden, stopte hij bij de herberg van een zekere Meroë, omschreven als “oud, maar zéér aantrekkelijk”. Meroë behandelde hem met de grootste vriendelijkheid, en voor Sokrates het wist, lag hij met de vrouw in bed, niet in staat haar avances te weerstaan. Deze ene schanddaad zou zijn lot echter bezegelen, want hij raakte niet weg van Meroë. Hij gaf haar uiteindelijk zijn kleren, zijn beetje resterende geld, zowat alles tot hij eruit zag als het zielige creatuur dat Aristomenes in Hypata tegen het lijf gelopen was. Verontwaardigd beschuldigde die hem ervan dat hij de avances van “een lederachtige hoer” verkoos boven zijn eigen haard en kinderen, maar bij deze woorden maande Sokrates hem aan tot stilte. Meroë was immers een heks, die zeker wraak zou nemen voor dergelijke beledigingen.

De opsomming van haar misdaden begint relatief onschuldig. Een aantal buren waar ze ruzie mee had, veranderde ze in dieren. Eén gruwelijk detail: een minnaar die overspel pleegde, transformeerde ze in een bever, gezien de bever wanneer hij uit angst probeert weg te vluchten “zich bevrijdt door het afsnijden van zijn eigen genitaliën”. Toen de dorpelingen de heks wilden stenigen, voerde ze “necromantische rituelen uit in een gracht” en sloot ze hen allen op in hun eigen huizen – zelfs door de muren breken lukte niet – tot ze zwoeren haar niet te vervolgen en dat ze haar zouden beschermen tegen eenieder die zou proberen haar kwaad te berokkenen. De leider teleporteerde ze echter naar een andere stad, met huis en al. Aristomenes begon nu wel wat bezorgd te raken. Als de heks bovennatuurlijke gaven bezat, zou ze hen misschien kunnen horen. De mannen besloten dus naar bed te gaan. Aristomenes sloot de deur, vergrendelde die en schoof uit voorzorg ook zijn bed tegen de deur. Lang staarde hij in angst naar de deur, maar uiteindelijk, zo rond middernacht, overmande slaap hem.

Twee gemaskerde vrouwen op bezoek bij een heks op een Romeinse mozaïek uit de Villa del Cicerone in Pompeii

Zodra hij indommelde, werd de deur met een enorm geweld ingebeukt. Het bed waar Aristomenes op lag, begaf het, landde op hem, en terwijl hij daar – zo dacht hij – verstopt lag, zag hij twee oude vrouwtjes de kamer binnentreden, één met een lamp in de hand, de ander met een spons en een getrokken zwaard. Degene met het zwaard bleek Meroë te zijn, die haar zus Panthia vertelde hoe Sokrates haar had proberen ontvluchten. Daarna richtte ze haar ogen op Artistomenes. Ook hij moest eraan geloven: hij zou spijt krijgen van zijn gebrek aan respect tegenover haar en zijn nieuwsgierigheid. Panthia stelde voor hem te verscheuren zoals de Bacchanten hun prooi of op zijn minst zijn genitaliën af te hakken. Meroë besloot hem voorlopig echter te sparen, iemand moest Sokrates immers kunnen begraven. Met die woorden draaide Meroë Sokrates’ hoofd opzij en stak ze het zwaard tot aan het handvat door zijn nek. Het bloed ving ze op in een leren flacon. Daarna reikte ze met haar hand in de gapende wonde en voelde ze rond tot ze het hart van de man te pakken had. Ze rukte het uit zijn lichaam waarna de laatste ademteug van Sokrates uit de afzichtelijke nekwonde opborrelde. Panthia duwde daarna een spons tegen de wonde en sprak een cryptische spreuk uit die de spons oplegde via een rivier terug te keren. De dames keerden zich nu naar Aristomenes. Ze wierpen het bed van hem af, trokken hun rokken op en urineerden op zijn gezicht terwijl hij naakt op de grond lag.

De zussen stapten daarna de deur uit. Als bij wonder vloog die terug in zijn hengsels en zat het slot er opnieuw op, alsof er niets gebeurd was. Aristomenes bleef echter verstijfd op de grond liggen. Wat zou men immers denken, wanneer ze Sokrates daar vonden, de keel overgesneden? De verdenking zou onmiddellijk op hem vallen. De straf voor een dergelijke moord was kruisiging. De handelaar besloot het dus op een lopen te zetten. Hij raapte zijn spullen bijeen, wist na veel moeite de deur te ontgrendelen en benaderde de portier van de herberg om de deur voor hem te openen. Deze weigerde echter gezien het nog nacht was en hij vroeg zich daarnaast af waarom Aristomenes in zo’n haast op dit uur wilde vertrekken. Hij had de keel van zijn reisgezel toch niet overgesneden en zocht nu toch niet snel te vluchten? Bij het horen van die woorden, vluchtte Aristomenes in paniek terug naar zijn kamer. Ten einde raad en zonder uitweg besloot hij de hand aan zichzelf te leggen. Hij maakte een touw los dat in de frame van zijn bed gedraaid zat, hing het vast aan een balk, stak zijn hoofd door de strop en sprong van zijn bed. Het touw, oud en doorrot, brak echter en hij viel neer op de levenloze lichaam van zijn vriend.

Op dat moment stormde de portier binnen. “Waar ben je, jij die zich in het midden van de nacht zo enorm hard haastte, en nu snurkend in je dekens gewikkeld ligt!” Aristomenes lag helemaal niet op Sokrates, maar gewoon in zijn eigen bed! Daarnaast sprong bij het helse lawaai niemand minder op dan Sokrates. “Geen wonder dat gasten dergelijke herbergiers verachten”, zei hij. Blijkbaar was hij rustig aan het slapen, tot de kerel hun kamer binnenbrak, wellicht – zo dacht hij – om hen te bestelen. Opgelucht stond ook Aristomenes op. “Kijk, mijn meest betrouwbare portier, dit is de gezel, mijn vader, mijn broeder, waarvan jij mij gisteren valselijk beticht hebt dat ik hem vermoord zou hebben!” Hij omhelsde Sokrates, maar die deinsde terug door de stank van urine op Aristomenes’ gezicht. Met een kwinkslag maakte de handelaar zich ervan af en hij stelde voor dat ze maar best gauw op pad gingen.

Op de weg keek Aristomenes nog eens goed naar zijn vriend. “Je bent gek”, zei hij tegen zichzelf, “na je in bekers wijn begraven te hebben, had je een zware nachtmerrie. Zie, Sokrates is gezond en wel, ongedeerd. Waar is de wonde, de spons? En waar is uiteindelijk dat litteken, zo diep en zo vers?” Hij keerde zich vervolgens naar zijn vriend en beaamde de medische wijsheid dat buitensporig eten en drinken leidt tot kwade dromen. Hij kon het bloed nog op zijn huid voelen! Sokrates lachte hem uit. Het was uiteindelijk geen bloed maar urine die Aristomenes gevoeld had. Toch had Sokrates zelf ook bizar gedroomd; zijn keel was overgesneden en zijn hart was eruit getrokken, en ja, zelfs nu voelde hij zich nog slap en stond hij onvast op zijn benen. Wat hij nodig had, was een goede maaltijd. Sokrates at z’n eten met een bijzondere gulzigheid op en zijn reisgenoot merkte hoe de man bleker en magerder leek te worden. Na het eten klaagde Sokrates dat hij een ondraaglijke dorst leed. Gelukkig was nabij een riviertje. De mannen begaven zich naar de stroom, Sokrates zette zich klaar om te drinken. Maar nog voor zijn lippen het water raakten, ging de afschuwelijke wonde in zijn nek open en rolde de spons eruit met een beetje bloed, recht de rivier in. Het lijk dreigde mee in het water te tuimelen, maar nog net kon Aristomenes een voet vastgrijpen en zijn vriend wegsleuren. In shock begroef hij hem daarna zo goed als hij kon. De handelaar besluit zijn verhaal met de volgende woorden:

“Ikzelf, in paniek en extreem bevreesd voor mijn leven, ben weggevlucht door afgelegen en verlaten wildernissen, en alsof een moord op mijn geweten drukte, na mijn thuisland en mijn huis in de steek gelaten te hebben, woon ik nu in Aetolië en ben ik hertrouwd”.

Het spookt in Athene

Hoewel het voorgaande verhaal zeer waarschijnlijk gebaseerd is op andere verhalen die circuleerden in de Romeinse samenleving, blijft het literaire fictie. Het volgende verhaal is des te opvallender omdat de auteur, Plinius de Jongere, het voorstelt als een waargebeurd verhaal. Plinius was niet de minste: hij kwam uit een gegoede familie, werd gepromoveerd tot de senatorenstand en zou het schoppen tot gouverneur van Bithynië en Pontus. In een brief aan een collega-senator vertelt hij het volgende:

Er stond in Athene een villa met een slechte reputatie. Al wie erin ging wonen, was immers gedoemd om binnen de kortste keren te sterven. Het gerucht ging dat er ’s nachts vreemde dingen gebeurden. Eerst kon in de verte het geklingel van ijzer gehoord worden. Daarna volgde het rammelen van kettingen. Dichter en dichter kwam het geluid, tot de geest van een oude man verscheen, een afgrijselijke, uitgemergelde gedaante met lang haar en lange baard en met ketens rond zijn armen en benen gewikkeld, waar hij opnieuw en opnieuw mee bleef schudden. Dit beangstigende schouwspel bracht de inwoners vele slapeloze nachten, en ook op andere momenten van de dag konden ze de herinnering aan de geest niet loslaten. Uiteindelijk werden ze ziek door uitputting en vonden ze al snel een ellendige dood. Het huis werd verlaten en de autoriteiten besloten dat het huis niet langer verkocht mocht worden, niet wetende wat voor vloek er op het pand lag.

Op een dag bezocht een zekere Athenodoros, een filosoof, de stad en zag hij dat het huis verhuurd werd aan een erg lage prijs. Verwonderd over de lage huur kreeg hij uiteindelijk het verhaal te horen van wat er in het huis plaatsgevonden had. Dat maakte de man bijzonder nieuwsgierig. Hij besloot dus het huis in te trekken om te zien of de geruchten klopten. Hij liet zijn personeel een kamer voor hem klaarmaken in de voorkant van het huis en droeg hen op zich naar de binnenste kamers terug te trekken. Zelf zette hij zich in de kamer aan tafel met wat schrijftafeltjes, een pen en een olielamp. Hij was immers vastbesloten wakker te blijven en zocht afleiding om de gedachte aan de verschijning niet te veel door zijn hoofd te laten spoken. Aanvankelijk was het stil. Na verloop van tijd klonk in de verte echter het geklingel van ijzer en het gerammel van ketens. De filosoof hield zijn ogen op zijn werk gericht en stopte zijn oren toe. Het geluid werd luider en luider, tot het niet langer van buiten klonk, maar in de kamer zelf. Athenodoros draaide het hoofd en zag daar inderdaad de geest van de oude man staan.

Het huis “Den Noodt Gods”, een voormalig nonnenklooster te Brugge waar de geesten van twee jonge geliefden zouden rondwaren

De geest wenkte hem, maar Athendoros hield zijn hand omhoog alsof hij hem wilde vragen even te wachten, en richtte zich weer op zijn schrijfwerk. Nu begon de geest met zijn ketens vlak boven het hoofd van de filosoof te rammelen. Athenodoros keek op en zag de geest hem opnieuw wenken. Ditmaal nam hij zijn olielamp en volgde hij de oude man. Langzaam stappend, alsof het gewicht van de ketens hem tegenhield, strompelde de geest richting de binnenkoer van de villa. Daar aangekomen, verdween hij, even plots als hij verschenen was. De filosoof markeerde de plaats waar de geest gestopt was en ging slapen. De volgende dag lichtte hij de autoriteiten in en vroeg hij hen de binnenkoer om te spitten. Zij stuurden een ploeg en inderdaad, in de aarde werd een geraamte gevonden met ketens errond gewikkeld. De beenderen werden uitgegraven en kregen een publieke begrafenis. De geest werd niet meer gezien.

Opvallend aan dit verhaal is hoe hard het gelijkt op het soort horrorverhalen dat nog steeds circuleert in onze samenleving. Een vervloekt huis, een geest die geen rust kan vinden, de inwoners die tot waanzin gedreven worden. Laat ons echter hopen dat het inderdaad slechts om hersenspinsels gaat van onze overactieve geesten. En kijkt u deze avond misschien toch maar eerst eens onder bed voor het slapengaan. Gewoon, voor de zekerheid.

Meer lezen:

Felton, D., Haunted Greece and Rome: Ghost Stories from Classical Antiquity, Austin, 1999.
Frangoulidis, S. A., ‘Cui Videbor Veri Similia Dicere Proferens Vera?: Aristomenes and the Witches in Apuleius’ Tale of Aristomenes’, The Classical Journal 94.4 (1999), p. 375-391.
Ogden, D., Greek and Roman Necromancy, Princeton, 2001.

Cover: adaptatie van afbeelding ‘Myra Theater Masks’ op Vici.org door © Livius.org (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Horrorverhalen uit de Oudheid van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/31/10/2020/horrorverhalen-uit-de-oudheid/feed/ 1 1739
Death on the Nile: Antinoüs en Hadrianus https://www.oudegeschiedenis.be/28/06/2019/death-on-the-nile-antinous-en-hadrianus/ https://www.oudegeschiedenis.be/28/06/2019/death-on-the-nile-antinous-en-hadrianus/#comments Fri, 28 Jun 2019 16:53:41 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1340

Naar aanleiding van Pride Month, een maand in het teken van de LGBT-gemeenschap die jaarlijks in juni wordt gevierd, dook onze numismaticus in de antieke geschiedenis op zoek naar het bekendste homoseksuele liefdesverhaal: dat tussen keizer Hadrianus en een aantrekkelijke jongeman van 13 jaar uit Klein-Azië, Antinoüs. Hoewel hun relatie begon als een echte romance naar Griekse traditie, eindigde het als een moordmysterie zoals in de detectiveverhalen van Agatha Christie.

Het bericht Death on the Nile: Antinoüs en Hadrianus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

In Agatha ChristieDeath on the Nile (1937) dient de Belgische detective Hercule Poirot zijn legendarische speurderskunsten aan het werk te zetten om een passionele moord – met nog wat collateral damage – op een stoomboot te ontrafelen. Decor voor het moordmysterie: Egypte, het land van piramides en farao’s. Het zwoele Egyptische klimaat kan de gemoederen blijkbaar nogal eens verhitten, want ook in de Oudheid vond een mysterieus sterfgeval plaats op de rivier met in de hoofdrollen: de Romeinse keizer Hadrianus en zijn homoseksuele geliefde Antinoüs.

Keizer op reis

In 130 n.C. bezocht de Romeinse keizer Hadrianus (117-138 n.C.) het Nijlland samen met zijn entourage. Hadrianus was een reiziger in hart en nieren: hij inspecteerde persoonlijk de provincies van het keizerrijk, zijn villa in Tivoli (op zo’n 30 kilometer van Rome) fleurde hij op met exotische motieven en hij liet munten slaan met de beeltenis van elk gebied dat hij bezocht. Tussen 128 n.C. en 130 n.C. werd hij op die tochten vergezeld door een aantrekkelijke jongeman uit Klein-Azië, Antinoüs genaamd. We weten amper iets over het persoonlijke leven van Antinoüs voor hij Hadrianus ontmoette. Wellicht werd hij geboren in het stadje Claudiopolis in Bithynië, in de lagere middenstand. Tijdens een bezoek van Hadrianus aan Claudiopolis in 123 n.C. moet hij de aandacht van de keizer getrokken hebben, want kort daarna, in 125 n.C., werd hij voor verdere scholing naar Rome gestuurd. Ergens in de volgende jaren begon Hadrianus een relatie met Antinoüs. Hadrianus was rond de veertig, Antinoüs zo’n dertien jaar jong.

Bustes van Hadrianus en Antinoüs uit het British Museum

Op z’n Grieks

Het moet onthouden worden dat Hadrianus – misschien wel het meest van alle Romeinse keizers – doordrongen was van de Griekse cultuur, waarin relaties met minderjarigen (of toch wat wij als minderjarigen beschouwen) niet enkel toegestaan, maar soms zelfs aangemoedigd werden. “The past is a foreign country, they do things differently there“, om het met de woorden van L.P. Harley te zeggen. Homoseksualiteit in het algemeen was daarnaast een wijdverspreid fenomeen in de Grieks-Romeinse cultuurwereld. En hoewel Hadrianus getrouwd was met een vrouw, impliceren de literaire bronnen dat het allerminst een gelukkig huwelijk was: de keizer was nu eenmaal “voor de mannen”.

Man overboord

Deel van het keizerlijke bezoek aan Egypte bestond uit een boottocht op de Nijl. Tevoren hadden de keizer en zijn minnaar nog een leeuwenjacht georganiseerd in de Libische woestijn, waar Hadrianus op het nippertje het leven van de jonge Antinoüs had kunnen redden. Op de rivier sloeg het noodlot echter toe. Ter hoogte van Hermopolis viel Antinoüs overboord en verdronk hij. Hadrianus was ontroostbaar: muliebriter flevit (“hij huilde als een vrouw”) merkt de Historia Augusta op. Dat was niet het enige wat hij deed. Antinoüs werd vergoddelijkt: voortaan was hij een heros, een held die een positie tussen gewone stervelingen en goden bekleedde. Daarnaast stichtte Hadrianus tegenover Hermopolis een nieuwe stad ter ere van zijn overleden minnaar, Antinoöpolis genaamd. Het gemummificeerde lichaam van de jongeman zou uiteindelijk begraven worden in Hadrianus’ villa in Tivoli.

De numismatische erfenis

Vele steden in het oosten van het rijk plaatsten Antinoüs al gauw op hun munten, zeker wanneer de keizer op bezoek kwam. Vaak gaat het om commemoratieve stukken die niet per se bedoeld waren voor grootschalige monetaire circulatie. Een mooi voorbeeld hiervan is de onderstaande munt uit Mantinea in Arcadië (op de Peloponnesos). Mantinea zou de moederstad van het Bithynische Claudiopolis geweest zijn, en had dus een bijzondere band met Antinoüs. Het gelaat is verfijnd met de typerende ‘sensuele lippen’ die ook bij de meesterwerken van de klassiek Griekse muntslag vaak te vinden zijn. Het ontblootte bovenlijf straalt jeugdige kracht uit, en maakte de antieke kijker meteen duidelijk dat het om een heros ging.

Bronzen medaille uit Mantinea, geslagen ca. 131-132 n.C.

Een duister kantje

Daar eindigt het verhaal echter niet. Al in de Oudheid werd immers getwijfeld aan de uitleg van Hadrianus dat Antinoüs’ dood een ongeluk geweest zou zijn, wat ook moderne onderzoekers aan het speculeren gezet heeft. Mogelijke denkpistes zijn dat Antinoüs door een andere minnaar van Hadrianus vermoord zou zijn of – nog merkwaardiger – dat Antinoüs het slachtoffer geweest zou zijn van een gruwelijke ceremonie waarbij hij als mensenoffer het voortleven van de keizer, die kampte met een zwakke gezondheid, moest garanderen. Misschien deed de jongeman het zelfs vrijwillig. Wat er ook van zij, het doet de auteur alleszins denken aan het legendarische nummer van Meat Loaf: “And I would do anything for love, but I won’t do that“.

Lees meer

Lambert, R. ‘Beloved and God. The Story of Hadrian and Antinous’, Londen: Weidenfeld and Nicolson, 1984.

Pudill, R. ‘Göttlicher Antinoos. Ein Idealbild jugendlicher Schönheit‘, Battenberg: Regenstauf, 2017.

Coverafbeelding: adaptatie van de foto ‘Hadrian and Antinous. Cornwall LGBT History Project 2016. Malcolm Lidbury b’ door Pinkpasty op Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Het bericht Death on the Nile: Antinoüs en Hadrianus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/28/06/2019/death-on-the-nile-antinous-en-hadrianus/feed/ 1 1340
Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/ https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/#respond Fri, 12 Apr 2019 15:49:21 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1295 Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de 'Afrikaanse keizer'. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om "fake news", dan wel om een slimme strategie gaat.

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Munt van de maand: Septimius Severus

Ook vandaag nog zijn de ruïnes van het Libische Leptis Magna één van de meest indrukwekkende Romeinse sites in het Middellandse Zeegebied, mede dankzij het heroïsche verzet van de omwonende bevolking tegen terreurgroep IS. Voor de munt van deze maand bekijken we de muntslag van Septimius Severus (193-211 n.C.), een Romeinse keizer die geboren en getogen is in Leptis Magna, en vandaar bekend staat als de ‘Afrikaanse keizer’. Het heersersportret van Septimius Severus, te vinden op zowel standbeelden als munten vertoont enkele opvallende kenmerken waarvan we ons kunnen afvragen of het hier om “fake news”, dan wel om een slimme strategie gaat.

In 193 n.C. was het Romeinse Rijk in een diepe crisis verwikkeld. De Praetoriaanse Garde had de heersende keizer, Pertinax, na enkele maanden regering van kant gemaakt, in reactie op diens pogingen om de discipline van de keizerlijke lijfwacht weer op te krikken. De Praetorianen verkochten de keizertitel per opbod: Didius Julianus, eerder nog de prefect van Gallia Belgica, wist de veiling te winnen met een belofte van 25 000 sestertii (ongeveer 1,6 kilogram goud) per soldaat. De Romeinse legioenen die in de provincies gelegerd waren, lieten zo’n schandelijke verkoop echter niet over hun kant gaan en al snel kwamen drie commandanten openlijk in opstand: Clodius Albinus in Britannia, Septimius Severus aan de Donau en Pescennius Niger in het Oosten. Severus marcheerde terstond naar Rome als ‘wreker van Pertinax’. Didius Julianus trachtte nog enige weerstand te bieden, maar werd uiteindelijk, net als zijn voorganger, door de eigen troepen geëxecuteerd. De Senaat in Rome had weinig andere keuze dan Severus’ keizerschap te ratificeren: de nieuwe Severische dynastie was een feit. Na zijn troonsbestijging vocht de kersverse keizer eerst nog een bittere burgeroorlog uit met Pescennius Niger, daarna met zijn co-keizer Clodius Albinus.

Pertinax, Didius Julianus, Pescennius Niger, Clodius Albinus & Septimius Severus; de 5 keizers uit het vijfkeizerjaar 193

De keizerlijke zelfadoptie

Gezien de precaire basis voor zijn macht – militaire staatsgrepen waren op dat moment nog steeds eerder uitzonderlijk in het Romeinse Keizerrijk – diende Septimius Severus op zoek te gaan naar legitimiteit. Hij koos ervoor zichzelf te associëren met het illustere geslacht van de Antonijnen, in het bijzonder met de keizer-filosoof Marcus Aurelius. Deze associatie ging zeer ver. Via een knap staaltje ‘mentale gymnastiek’ adopteerde Septimius Severus zichzelf in 195 n.C. als zoon van Marcus Aurelius, die vijftien jaar eerder overleden was. De gehate Commodus, bekend als de megalomane keizer uit Gladiator, werd, als natuurlijke zoon van Marcus Aurelius, vergoddelijkt, en Caracalla, de oudste zoon van Septimius Severus, kreeg de nieuwe naam Marcus Aurelius Antoninus. Severus’ tijdsgenoten dachten er het hunne van. Zo feliciteerde de senator Auspex de keizer dat hij eindelijk “een vader gevonden had”, een sarcastische opmerking die zinspeelde op de weinig indrukwekkende afstamming van de keizer.

“Zo vader, zo zoon”

De keizerlijke zelfadoptie vond in het bijzonder haar weerslag in de portretkunst. Zowel de standbeelden als de muntportretten van Septimius Severus waren erop gericht de keizer te associëren met Marcus Aurelius. Opvallend is de ‘filosofische baard’ van Marcus Aurelius die ook verschijnt bij het heersersportret van Septimius Severus. De onderstaande munten, respectievelijk geslagen in Alexandrië en Antiochië, tonen enerzijds Septimius Severus, anderzijds Marcus Aurelius. De gelijkenissen tussen de twee portretten zijn dermate groot, dat het zonder muntlegendes quasi onmogelijk zou zijn hen te onderscheiden.

Tetradrachme van Septimius Severus, geslagen in Alexandrië in 195/6 n.C. (CNG, auction 105, lot 614)

Tetradrachme van Marcus Aurelius, geslagen in Antiochië in 176/7 n.C. (CNG, e-auction 379, lot 317)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een knap staaltje beeldmanipulatie? Fake news? Naar onze normen misschien wel, maar Romeinse (keizerlijke) portretten waren er niet noodzakelijk op gericht “de werkelijkheid” weer te geven. Eerder hadden ze een symbolische functie: zowel de stijl als de attributen drukten bepaalde boodschappen uit, bijvoorbeeld dat de keizer een succesvol militair was, dat de keizer op harmonieuze wijze regeerde, et cetera. In dit geval benadrukte het heersersportret van Septimius Severus de – weliswaar fictieve – band met Marcus Aurelius, en hield het portret ook de belofte in dat de keizer naar het voorbeeld van zijn adoptiefvader zou heersen.

Bibliografie

Baharal, D., ‘Portraits of the Emperor L. Septimius Severus (193-211 A.D.) as an Expression of his Propaganda’, Latomus 48, 1989, p. 566-580.

Birley, A., The African Emperor: Septimius Severus, 1971, London.

King, C., ‘Roman Portraiture: Images of Power’, in G. M. Paul & M. Ierardi (eds.), Roman Coins and Public Life under the Empire: E. Togo Salmon Papers II, 1999, p. 123-136.

McCann, A.M., The Portraits of Septimius Severus (A.D. 193–211), 1968, Rome.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Libya 5458 Leptis Magna Luca Galuzzi 2007.jpg’ genomen door Luca Galuzzi – www.galuzzi.it vanop Wikimedia (CC BY-SA 2.5)

Het bericht Munt van de maand: “Fake news” of slimme strategie? Het heersersportret van Septimius Severus van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/12/04/2019/munt-van-de-maand-fake-news-of-slimme-strategie-het-heersersportret-van-septimius-severus/feed/ 0 1295
Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/ https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/#respond Mon, 22 Oct 2018 14:56:42 +0000 https://www.oudegeschiedenis.be/?p=1072 'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
'Perikles hält die Leichenrede', een schilderij van Philipp Foltz (1852)

In 431 v.C. brak de Peloponnesische Oorlog uit, de grootste oorlog die tot dan toe in Griekenland gewoed had, zo verzekert de Griekse historicus Thucydides ons. Aan de ene kant van de strijdlijn stonden het democratische Athene en zijn bondgenoten en aan de andere kant van de strijdlijn stonden het oligarchische Sparta en zijn bondgenoten. Uit de laatste fase van deze Peloponnesische Oorlog dateert een uiterst zeldzaam exemplaar van Atheense goudmuntslag: een gouden stater.

De Peloponnesische Oorlog

De allianties tijdens de start van de Peloponnesische Oorlog in 431 v.C.

Athene kende na het afslaan van twee grote Perzische invasies (492-490, 480-479 v.C.) een grote culturele en economische bloei, die ten dele gestoeld was op de inkomsten die stad onttrok aan de Delisch-Attische Zeebond. Oorspronkelijk werd de Delisch-Attische Zeebond in 478 v.C. opgericht om te verzekeren dat de Perzen geen verder gevaar meer zouden vormen voor Griekenland. Athene ging de Zeebond echter al snel domineren, en de financiële bijdragen van de andere leden dienden – zeer tot hun ongenoegen – om de Atheense oorlogskas te spekken en de stad te verfraaien. Sparta en zijn bondgenoten zagen deze Atheense expansiezucht echter met lede ogen aan.

Een goede dertig jaar lang vochten Athene en Sparta een bittere oorlog uit. Vooral de Atheners kregen het zwaar te verduren. De strategie van Pericles, die bij de aanvang van de oorlog de voornaamste staatsman van Athene was, bestond erin de bevolking achter de stadsmuren terug te trekken, en ondertussen de Spartanen met de superieure Atheense vloot te bekampen. Het Atheense platteland kreeg echter met herhaaldelijke Spartaanse raids te maken, en tot overmaat van ramp brak in 430 v.C. een vreselijke epidemie uit in de overbevolkte stad, waar uiteindelijk ook Pericles aan zou bezwijken. Toch gaven de Atheners zich niet gewonnen. Een desastreuze expeditie naar Sicilië tussen 415 en 413 v.C. luidde echter het begin van het einde in. De Spartanen voerden de druk danig op, en eens ze erin slaagden Athene af te snijden van de zilvermijnen in Laurion, kwam de stad al gauw in financiële nood.

Goud en brons

In 407-406 v.C. werd de situatie dermate penibel dat Athene niet langer in staat was zilveren munten te produceren. Om de oorlog verder te bekostigen, ging Athene voor de eerste keer in zijn monetaire geschiedenis over tot het slaan van gouden munten. Zeer bijzonder aan deze munten is dat we exact weten waar het goud vandaan komt. Bij het Parthenon stonden immers acht beelden van Nikè, de godin van de overwinning, die met goud bekleed waren. Het goud werd van zeven van de acht beelden afgehaald en omgesmolten. Deze wanhoopsdaad bleek echter niet genoeg, want een korte tijd later begon de stad met het slaan van door zilver omhulde bronzen munten: πονηρὰ χαλκία, “waardeloze bronsmuntjes”, zo omschreef de komedieschrijver Aristophanes ze.

Onderstaande munt is allesbehalve een waardeloos stuk. Het gaat om een uiterst zeldzaam exemplaar van de goudmuntslag van de Atheners tijdens de Peloponnesische Oorlog. Op de voorzijde is Athena te zien, de beschermgodin van de stad en tevens oorlogsgodin. Op de keerzijde staat een uiltje met een olijftak, beide symbolen van Athena. De legende luidt ΑΘΕ, een afkorting voor AΘΕΝΑΙΩΝ, oftewel ‘van de Atheners’.

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Gouden Atheense stater, geslagen ca. 407-404 v.C. (getekende reproductie)

Afloop

De Atheense inspanningen mochten overigens niet baten: in 405 v.C. werd de Atheense vloot finaal verslagen bij Aegospotami, in 404 v.C. gaf de stad zich over. De Spartaanse veldheer Lysander installeerde een oligarchisch regime, de zogenaamde Dertig Tirannen, die hard tekeergingen tegen hun politieke tegenstanders. Democratisch gezinde Atheners wisten hun nieuwe heersers weliswaar al gauw omver te werpen in een revolutie (303 v.C.), maar de Atheense macht zou zich nooit meer volledig herstellen.

Lees meer

Thompson, Wesley E., en Wesley C. Thompson. “The Golden Nikai and the Coinage of Athens”. The Numismatic Chronicle 10 (1970): 1-6.

Kagan, D. The Peloponnesian War. 4 vols. 2003. Herdruk, Londen: Penguin Books, 2004.

Coverafbeelding: adaptatie van het schilderij ‘Perikles hält die Leichenrede’, van Philipp Foltz (1852), vanop Wikimedia (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Dood aan de democratie, de ondergang van Athene van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/22/10/2018/munt-van-de-maand-dood-aan-de-democratie-de-ondergang-van-athene/feed/ 0 1072
Munt van de maand: Happy Days Are Here Again https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/ https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/#respond Tue, 10 Apr 2018 11:33:28 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=825

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand bezoeken we de Late Oudheid, met name het jaar 348 n.C., waar op dat moment twee broers, Constans en Constantius II, samen over het Romeinse Rijk regeerden. Zij lanceerden de bronzen munten die bekend staan als Fel Temp Reparatio en ook de aanzet moesten vormen tot het herstel van gelukkige tijden.

Tussen Rome en Amerika

“Happy Days Are Here Again”, zo klonk in 1932 het campagnelied van Franklin Delano Roosevelt, die in 1933 als 32ste president van de Verenigde Staten ingezworen werd. De hoopgevende boodschap van zijn campagne bleek geen leugen te zijn: als crisismanager bij uitstek loodste Roosevelt zijn land zowel door de Grote Depressie als door de Tweede Wereldoorlog. In de ‘Presidential Historians Survey‘ van 2017 verkozen Amerikaanse historici F. D. Roosevelt zelfs tot derde “beste” president in de Amerikaanse geschiedenis.

Menig Romeins keizer heeft getracht een dergelijke populariteit te winnen, en munten vormden hier een dankbaar instrument voor. Quasi iedere Romein – van de keuterboer in Gallia Belgica tot de rijke senator in Africa Proconsularis – kreeg in zijn of haar leven immers munten in de hand. We weten niet zeker wie er in de Keizertijd bepaalde wat er op de munten kwam te staan: hield de keizer zich hier persoonlijk mee bezig of werd deze taak gedelegeerd aan de (munt)administratie? In het tweede geval kon de administratie zo niet alleen de keizer ophemelen bij de bevolking, maar ook in het aanzien van de keizer zelf stijgen door hem te flatteren met nieuwe muntontwerpen. Wellicht lieten sommige keizers zich meer in met monetaire zaken dan anderen, en ligt de waarheid ergens in het midden.

Romeinse broedertwist

De broers Constans en Constantius II waren zonen van de vermaarde Constantijn de Grote (306-337 n.C.), de eerste christelijke Romeinse keizer. Dat christelijke geloof stond geduchte familieruzies alleszins niet in de weg. In ware Game of Thrones-stijl overleefden Constans en Constantius als enigen een bloedige machtsstrijd waarin systematisch de mannelijke nakomelingen van Constantijn uitgeschakeld werden. Tussen de resterende broers heerste evenmin eendracht: Constantius was een Ariaanse ketter, Constans een orthodoxe gelovige. In de jaren ’40 van de 4de eeuw stonden de twee op het punt slaags te raken met elkaar. Oorlog kon echter nipt vermeden worden, en monetaire noden dwongen de broers hun broederlijke twisten opzij te zetten. In 348 n.C. hervormden ze het bronsgeld, dat een geheel nieuwe iconografie en slogan kreeg.

Romeinse Rijk in 348 n.C. Constans heerste over de westelijke gebieden (rood), Constantius II over het oosten (paars)

Conflict aan het oostfront

Één van de nieuwe muntbeelden – zeer bekend onder numismaten – was de zogenaamde ‘falling horseman‘ Op de onderstaande munt is te zien hoe een Romeinse soldaat een vallende ruiter neersteekt, een quasi unieke scène in de Romeinse beeldtaal. De ruiter heeft op dit exemplaar een merkwaardig hoofddeksel op, dat te herkennen valt als een ‘Phrygische muts’. De Romeinen associeerden zo’n muts automatisch met de klederdracht van de Perzen in het Oosten. Het Perzische Rijk stond in 348 n.C. onder het bewind van de dynastie der Sassaniden (224 – 651 n.C.),  die het verzwakte Parthenrijk omtoverde in een geduchte tegenstander voor de Romeinen, en hen regelmatig het leven zuur maakte. De Sassaniden stonden – net als hun Parthische voorgangers – overigens bekend om hun excellente cavalerie. Constantius, die het oostelijke deel van het Romeinse Rijk bestierde, lag regelmatig in conflict met de Sassaniden, veelal met wisselend succes. Dat hield hem – of zijn administratie – alvast niet tegen de situatie aan het oostelijk front op de munten als een groot Romeins succes voor te stellen. De munt ademt als het ware typische Romeinse zelfverzekerdheid uit. Het muntbeeld moet vooral aan Constantius gelinkt worden: Constans kreeg een aantal eigen muntbeelden die meer op zijn politieke situatie in het westen afgestemd waren.

De kwaliteit van het muntbeeld durfde nogal eens variëren. Op de linkse munt gaat het duidelijk om een paard dat valt met zijn ruiter

op de rechtse munt lijkt het paard eerder op een gemutileerde krokodil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het verbindende element bij uitstek tussen de verschillende muntbeelden van de hervorming van 348 n.C. was de sloganeske keerzijdelegende FEL TEMP REPARATIO. Wellicht moeten we dit lezen als FEL(icium) TEMP(orum) REPARATIO, wat zoveel betekent als “Het herstel van gelukkige tijden”, of zoals één numismaat het vlotter vertaalde, “Happy Days are Here Again”. Constans en Constantius waren uiteraard de architecten van dat herstel. Om het Romeinse Rijk weer “groot” te maken, was de vernietiging of onderwerping van “barbaren” een belangrijke voorwaarde. Voor de meeste Romeinen was de enige goede barbaar immers een dode of tot slaaf gemaakte barbaar. Niet toevallig was vernietiging of onderwerping van barbaren (Perzisch, Gotisch, Frankisch, of iets anders) een geliefd thema voor munttypes. In onze tijd kunnen we maar afwachten of bepaalde potentaten een gelijkaardige oorlogszuchtige koers zullen varen om hun land “groot” te maken.

Lees meer

KENT, J.C.P., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 7 (1976), 83–90.

KRAFT, K., ‘Die Taten des Kaiser Constans und Constantius II’, Jahrbuch für Numismatik und Geldgeschichte, 9 (1958), 141-186.

LEVICK, B., ‘Propaganda and the Imperial Coinage’, Antichthon, 16 (1981), 104-116.

MATTINGLY, H., ‘Fel. Temp. Reparatio’, Numismatic Chronicle, 13 (1933), 182-202.

PORTMANN, W.‚ ‘Die politische Krise zwischen den Kaisern Constantius II. und Constans’, Historia, 48 (1999), 301-329.

Presidential Historians Survey 2017 (https://www.cspan.org/presidentsurvey2017/?page=methodology). Geraadpleegd op 27/03/2018.

VANEERDEWEGH, N., ‘Fel Temp Reparatio: image, audience and meaning in the mid-4th century’, Revue Belge de Numismatique et de Sigillographie, 163 (2017), 143-166.

Coverfoto: adaptatie van foto “Yalta Conference (Churchill, Roosevelt, Stalin)” op Wikimedia (Public Domain) met ‘Falling Horseman’-munt uit Aquileia van de American Numismatic Society (Public Domain)

Het bericht Munt van de maand: Happy Days Are Here Again van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/10/04/2018/munt-van-de-maand-happy-days-are-here-again/feed/ 0 825
Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/ https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/#respond Tue, 20 Feb 2018 13:52:09 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=627

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië en daar vormen munten de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>

Voor de munt van deze maand, een zilveren tetradrachme van koning Antimachos I, verlaten we het vertrouwde Middellandse Zeegebied en trekken we ver naar het oosten, meer bepaald naar Noord-Afghanistan en Zuid-Tadzjikistan. Dit gebied, genesteld tussen adembenemende bergketens, stond in de Oudheid bekend als Baktrië. De Oxus – vandaag bekend als de Amu Darya – bevloeit de regio, en reeds in het 3de millennium v.C. ontstonden agrarische gemeenschappen rond de vruchtbare oases gecreëerd door de rivier.

Het huidige verhaal speelt zich echter af in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers. Alexanders epische veroveringstocht van het Perzische Rijk en India (334-326 v.C.) leidde hem onder andere naar Baktrië, dat uiteindelijk deel ging uitmaken van zijn rijk. Vermoedelijk hadden de Perzen reeds Grieken gesetteld in de regio: gedwongen verhuizingen waren in de Oudheid een populaire strategie om opstandige bevolkingsgroepen te pacificeren. Alexander liet op zijn beurt eveneens Griekse en Macedonische soldaten achter om de orde te handhaven. Na de dood van Alexander in 323 v.C. verdeelden zijn generaals het rijk al snel onder elkaar, en zo kwam Baktrië aan het eind van 4de eeuw v.C. in handen van de Seleuciden, die opnieuw een influx van Grieken en Macedoniërs stimuleerden. Een goede 50 jaar later (ca. 250 v.C.) deed de provinciegouverneur Diodotos een gooi naar de macht, en Baktrië scheurde zich af als onafhankelijk staat, die een eeuw lang geregeerd zou worden door Grieks-Macedonische koningen, alvorens veroverd te worden door steppenomaden (de Dothraki van de Oudheid) in de late 2de eeuw v.C.

Graeco-Baktrische Rijk ca. 180 v.C. Succesvolle veroveringen breidden het rijk enorm uit

De Graeco-Baktrische samenleving was een multiculturele samenleving bij uitstek, waar Baktrische, Perzische, Griekse en Indiase invloeden door elkaar vloeiden op politiek, cultureel en religieus vlak. Omdat Baktrië echter zo ver verwijderd lag van Middellandse Zeegebied, hadden weinig antieke auteurs aandacht voor de geschiedenis van het koninkrijk. Bijgevolg zijn we hier slecht over geïnformeerd, en de recente oorlogen in Afghanistan maken dat het gebied ontoegankelijk is voor archeologen. Voor de meeste Graeco-Baktrische koningen zijn de munten die ze sloegen het enige bewijs dat ze ooit geleefd hebben, en munten vormen dan ook de voornaamste historische bron om de Graeco-Baktrische geschiedenis te onderzoeken.

De onderstaande munt, een zilveren tetradrachme uit mijn persoonlijke collectie, werd geslagen door één zo’n koning: Antimachos I, die in de eerste helft van de 2de eeuw v.C. regeerde. De exacte herkomst van Antimachos is niet bekend. Sommige onderzoekers claimen dat hij een verwant is van de Diodotos die Baktrië van het Seleucidenrijk afscheurde, anderen houden vol dat hij een lid was van de Euthydemiden, de dynastie die de Diodotiden opvolgde. Uitzonderlijk bestaat voor deze koning nog een andere historische bron die zijn bestaan bevestigt, namelijk een belastingkwitantie op leer die de naam van de koning en twee mederegenten vermeldt.

Zilveren tetradrachme van Antimachos I, geslagen in Pushkalavati ca. 174-165 v.C.

Op de voorzijde van de munt staat het portret van de koning, die een ietwat grappige hoed draagt, een zogenaamde kausia. Deze kausia was typisch Macedonisch, en was misschien bedoeld om aan zijn onderdanen te tonen dat hij wel degelijk een Macedoniër was, en dus in de traditie van Alexander de Grote stond. Het portret van de koning is met grote kunde gegraveerd, en hij toont een mysterieuze, quasi Mona Lisa-achtige glimlach. Onder numismaten staat de Graeco-Baktrische muntslag bekend om haar uitstekende portretkunst, die quasi ongeëvenaard is in de numismatische geschiedenis. Op de keerzijde van de munt staat Poseidon, best bekend als zeegod. Dit is enigszins enigmatisch, gezien Baktrië ver van de zee lag. Sommige onderzoekers zagen in Poseidon een symbool voor de Oxus die door Baktrië stroomde, of zelfs voor een scheepsslag op de Oxus. Een andere denkpiste houdt rekening met het feit dat Poseidon ook verantwoordelijk was voor aardbevingen, die veelvuldig voorkomen in de regio. De legende, tot slot, luidt ΒΑΣΙΛΕΩΣ ΘΕΟΥ ΑΝΤΙΜΑΧΟΥ, wat zoveel betekent als ‘Van koning Antimachos, god’. Deze munten zijn de eerste attestatie van een Graeco-Baktrische koning die zichzelf een god noemt, en impliceren de start van een dynastieke cultus. Hoewel we voor de rest zo goed als niets weten over Antimachos, lijkt bescheidenheid alleszins geen belangrijke karaktertrek geweest te zijn.

Bibliografie

Holt, F.L., Thundering Zeus. The Making of Hellenistic Bactria, Berkeley, Los Angeles en Londen, 1999.

Hoover, O.D., Handbook of Coins of Bactria and Ancient India, Lancaster (Pennsylvania) en Londen, 2013.

Narain, A.K., The Indo-Greeks, Oxford, 1957.

Tarn, W.W., The Greeks in Bactria and India, 2de editie, Cambridge, 1951.

Coverfoto: adaptatie van “Silver_tetradrachm,_Greek_Bactrian,_Antimachos_I,_174-165_BC”, door Classical Numismatic Group, Inc., op Wikimedia (CC BY-SA 3.0)

Het bericht Munt van de maand: Baktrië, onbekend, maar niet onbemind van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/20/02/2018/munt-maand-baktrie-onbekend-onbemind/feed/ 0 627
Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/ https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/#respond Tue, 26 Dec 2017 14:51:27 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=543 Jesus Coins

De Bijbel vormt de belangrijkste bron van inspiratie voor de identificatie van de ‘Jesus Coins’. De munt van deze maand is één van de meest bekende én duurste types 'Jesus Coins', namelijk de zilveren shekel van Tyros.

Het bericht Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Jesus Coins

De kerstsfeer hangt weer in de lucht, het moment voor de studenten om tussen de kerstkalkoen en de oudejaarsfondue hun paperdeadlines in te halen of het stof van hun lang vergeten cursussen te blazen. Christenen wereldwijd herdenken de geboorte van Jezus Christus, die meer dan 2000 jaar geleden in Bethlehem het levenslicht aanschouwde, en zijn eerste nacht doorbracht in een “bakske vol met stro”. Objecten die rechtstreeks met Christus in verband gebracht kunnen worden, spreken reeds vele eeuwen tot de verbeelding. Denk maar aan de vele relikwieën in kerken en musea, zoals het kruishout en de doornenkroon, tot de welbekende (en controversiële) ‘Lijkwade van Turijn’. Ook in de numismatische wereld bestaat bij een aantal onderzoekers en -welvarende- verzamelaars een grote fascinatie voor de figuur van Christus, en geen moeite wordt gespaard om munten aan diens leven te koppelen. Handelaars doen hier lustig aan mee, want de prijzen van dergelijke munten reiken soms tot in de hemelse sferen. De Bijbel vormt uiteraard de belangrijkste bron van inspiratie voor de identificatie van de ‘Jesus Coins’. De munt van deze maand is één van de meest bekende én duurste types ‘Jesus Coins’, namelijk de zilveren shekel van Tyros.

Jesus Coins

Tyros was een antieke havenstad, gelegen in het huidige Libanon. In 126 v.C. werd de stad onafhankelijk van het Seleucidische Rijk, en de inwoners begonnen met het slaan van grote zilvermunten, zogenaamde shekels, met op de voorzijde het hoofd van de plaatselijke godheid Melqart (die ook in Carthago vereerd werd) en op de keerzijde een adelaar en een knuppel. De stad dateerde haar munten ook, waarbij de jaartelling startte met de onafhankelijkheid van de stad. Tyros bleef de munten een goede 200 jaar slaan, ook nadat de stad in de 1ste eeuw v.C. deel werd van het Romeinse Rijk. De shekels waren een geliefd betaalmiddel en circuleerden in het hele Heilige Land, ook in Jeruzalem tijdens Jezus’ leven. Maar liefst twee Bijbelpassages kunnen met de shekels in verband gebracht worden.

Bijbelverhalen

Het eerste verhaal (Mattheüs 21:12–17, Marcus 11:15–19, Lukas 19:45–48, Johannes 2:13–16) speelt zich af in de Tempel van Jeruzalem. Jezus ging de Tempel in en trof daar een bont allegaartje verkopers en geldwisselaars aan, die zonder schroom hun beroep op de heilige plaats uitoefenden. Jezus ontstak in woede: hij gooide iedereen buiten, veegde het geld van de wisseltafels en kieperde de tafels om. Onder deze munten, zo beweren sommige onderzoekers, moeten ongetwijfeld ook shekels van Tyros gezeten hebben, gezien munten met de beeltenis van een levend persoon niet gebruikt mochten worden in de Tempel.

Zilveren shekel van Tyros, geslagen in 33-34 n.C., oftewel het jaar van de Kruisiging

Het kan echter nog indrukwekkender. Het tweede verhaal speelt zich af aan het einde van Jezus’ leven, meer bepaald in de nacht volgend op het ‘Laatste Avondmaal’ (Mattheüs 26:36-56, Marcus 14:32-65, Lukas 22:39-53, Johannes 18:1-11). Jezus voorspelde dat één van zijn leerlingen hem zou verraden, en inderdaad, toen Jezus zich in Gethsemane aan de voet van de Olijfberg bevond, kwam Judas met bewapende mannen aangelopen, gaf Jezus de Judaskus, en bezegelde zo diens lot. Als betaling voor zijn verraad kreeg Judas 30 zilverstukken van de Joodse autoriteiten. De identiteit van deze zilverstukken, u raadt het, zou eveneens terug te vinden zijn in de shekels van Tyros. Meer nog, doordat deze munten gedateerd zijn, kunnen we vandaag de dag exact zien welke shekels in het jaar van de Kruisiging geslagen zijn. Zo’n significant stukje geschiedenis, dat misschien wel in de handen van Judas zelf gelegen heeft, wie wil dat nu niet onder de kerstboom?

Lees meer

Friedberg, Coins of the Bible, Atlanta, 2004.

Hendin, Guide to Biblical Coins, 5de editie, New York, 2010.

Coverfoto: adaptatie van …

Het bericht Munt van de maand: Jesus Coins, een verraderlijke munt van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/26/12/2017/munt-maand-jesus-coins-verraderlijke-munt/feed/ 0 543
Munt van de maand: IJzeren harten, zilveren munten https://www.oudegeschiedenis.be/29/11/2017/munt-maand-ijzeren-harten-zilveren-munten/ https://www.oudegeschiedenis.be/29/11/2017/munt-maand-ijzeren-harten-zilveren-munten/#respond Wed, 29 Nov 2017 14:17:18 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=404 Munt van de maand II

Na onze eerste munt van de maand is onze huisnumismaticus terug met een volgende interessant antiek geldstuk. De zilveren tetradrachme van Kleomenes III is een van de weinige munten die Sparta ooit liet slaan.

Het bericht Munt van de maand: IJzeren harten, zilveren munten van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Munt van de maand II

Toen een Athener aan een Spartaan zei dat de Spartanen het minst geleerd waren onder de Grieken, antwoordde deze: “Van jullie slechtheid hebben wij als enige volk alleszins niets geleerd!”. Sparta, bij het brede publiek zeker bekend door de film300‘ (2006), waarin driehonderd krachtpatsers op bloedige wijze hele hordes Perzen afslachten, spreekt al sinds de Oudheid tot de verbeelding. In deze “modelstaat”, uitgetekend door de befaamde wetgever Lycurgus (8ste eeuw v.C.), werden jongens én meisjes door de staat opgevoed, kregen vrouwen die stierven in het kraambed een militair eerbetoon en sloeg men geen munten. Toch kennen we enkele uitzonderingen hierop, bijvoorbeeld de zilveren tetradrachme van Kleomenes III.

Sparta in crisis

In 3de eeuw v.C. ging het echter niet goed met Sparta. Lang na haar hoogtepunt in de late 5de eeuw v.C. (toen ze haar aartsrivaal Athene versloeg), hadden militaire conflicten en sociale ontwikkelingen de Spartaanse staat danig uitgeput. De basis van het systeem bestond uit een kleine groep burgers die volle politieke rechten bezaten en militaire dienst leverden. Om lid te mogen zijn van het clubje Homoioi (letterlijk ‘Gelijkaardigen’) moest een Spartaan de strenge Spartaanse opvoeding doorlopen hebben (de zogenaamde agogè) en voldoende middelen kunnen bijdragen aan de gemeenschappelijke maaltijden. Veel Spartanen waren hier echter niet meer toe in staat en herhaaldelijke oorlogsvoering maakte dat verloren Homoioi door de strikte voorwaarden maar moeilijk vervangen konden worden.

Een aantal “progressieve” vorsten probeerde de Spartaanse samenleving grondig te hervormen, hoofdzakelijk door terug te grijpen naar de geïdealiseerde instellingen van Lycurgus. Herverdelingen van de grond, militaire hervormingen en het op peil brengen van het burgerkorps door nieuwe toelatingen dienden de Spartaanse zaak nieuw leven in te blazen. Voor het eerst in hun geschiedenis gingen de Spartanen ook over tot muntslag. Dit was revolutionair: een orakel had immers voorspeld dat geldlust Sparta ten val zou brengen. De accumulatie van goud en zilver werden gezien als verdacht en slecht voor het karakter. Om de eigen tekorten op te vangen, schakelden de Spartanen in de strijd echter regelmatig huurlingen in, en die wilden natuurlijk in klinkende munt betaald worden.

Zilveren tetradrachme van Kleomenes III (235-222 v.C.), geslagen ca. 227-222 v.C. (Triton VIII, lot 337)

Zilveren tetradrachme Kleomenes III

Één zo’n munt is de bovenstaande tetradrachme, geslagen door Kleomenes III (235-222 v.C.), de laatste telg van de Agiaden, het koninklijke huis waar ook Leonidas I – die van de film én de pralines – toe behoorde. Kleomenes was een rasechte ‘roi réformateur‘ en richtte zich onder andere voor zijn muntslag naar het model van de andere Hellenistische koningen van dat moment. Op de voorzijde prijkt het hoofd van de koning met diadeem, op de keerzijde staat Artemis Orthia met een hert en de legende ‘ΛΑ’, een afkorting voor ‘ΛΑΚΕΔΑΙΜΟNΙΩΝ’, oftewel ‘Van de Spartanen’. Artemis Orthia kende een bijzondere verering in Sparta. Een eigenaardig ritueel was de diamastigosis, waarbij jongens moesten proberen kaas te stelen van haar altaar, dat bewaakt werd door mannen met zwepen. In de Romeinse periode werd dit een populaire toeristenattractie, waar het bloed rijkelijk bij vloeide.

Bronnen en literatuur:

Cicero, Tusculanae Disputationes.

Grunauer-von Hoerschelmann, S., Die Münzprägung der Lakedaimonier, Berlijn, 1978.

Lonis, R., La cité dans le monde grec, Parijs, 1994.

Plutarchus, Apophthegmata Laconica.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Spartan Silver Tetradrachm’ door Mark Cartwright van Ancient History Encyclopedia (CC BY-NC-SA 3.0)

Het bericht Munt van de maand: IJzeren harten, zilveren munten van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/29/11/2017/munt-maand-ijzeren-harten-zilveren-munten/feed/ 0 404
Munt van de maand: goddelijke genealogie https://www.oudegeschiedenis.be/10/10/2017/munt-van-de-maand-goddelijke-genealogie/ https://www.oudegeschiedenis.be/10/10/2017/munt-van-de-maand-goddelijke-genealogie/#comments Tue, 10 Oct 2017 07:43:40 +0000 http://www.oudegeschiedenis.be/?p=243 Munt van de maand

Elke maand bespreekt onze numismaticus een munt uit de Antieke Oudheid: deze keer een zilveren denarius van Julius Caesar. Op één van zijn muntreeksen (circa 48-47 v.C.) liet hij op de voorzijde de godin Venus afbeelden, terwijl op de keerzijde Aeneas staat met zijn vader Anchises op de schouder en het palladium in zijn rechterhand.

Het bericht Munt van de maand: goddelijke genealogie van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
Munt van de maand

Arma virumque cano, Troiae qui primus ab oris
Italiam, fato profugus, Laviniaque venit
litora, multum ille et terris iactatus et alto
vi superum
[…]

Ik bezing de wapenfeiten van een man, die als eerste van de kusten van Troje,
door het lot gedreven, naar Italië en de kusten van Lavinium kwam,
Veel heeft hij ondergaan, ter land en ter zee,
door de macht van de goden […]

De lotgevallen van Aeneas

Velen zullen zich de eerste verzen uit het epische gedicht Aeneis van de poëet Vergilius nog levendig herinneren uit hun lessen Latijn (met alle scandeer-troebelen van dien). Dit gedicht bezingt de lotgevallen van de Trojaan Aeneas die met zijn kompanen vluchtte uit het brandende Troje naar Italië, waar zij de voorvaderen van het Romeinse volk werden. Aeneas had een zoontje, Ascanius, dat volgens Vergilius ook Julus werd genoemd. Het is geen toeval dat Julus doet denken aan Julius Caesar (100 v.C. – 44 v.C.), want het geslacht Julia, de adellijke familie waar Caesar toe behoorde, claimde af te stammen van deze Julus, en dus ook van Aeneas zelf. Meer nog, Aeneas’ moeder was niemand minder dan Venus, de godin van de liefde, en zo lag de oorsprong van het Julische geslacht in het godenrijk.

Julius Caesar en zijn zilveren denariusmuntreeks

Zilveren denarius van Julius Caesar, geslagen in Asia Minor ca. 48-47 v.Chr.

Julius Caesar was zich goed bewust van deze legende. Op één van zijn muntreeksen (circa 48-47 v.C.) liet hij op de voorzijde de godin Venus afbeelden, terwijl op de keerzijde Aeneas staat met zijn vader Anchises op de schouder en het palladium in zijn rechterhand. Dit palladium was een beeldje van de godin Minerva en zou samen met het vuur van de haardgodin Vesta en de ancilia (twaalf heilige schilden van de oorlogsgod Mars) het voortbestaan van de stad Rome verzekeren. De muntlegende ‘CAESAR’ op de keerzijde laat geen twijfel bestaan op wiens autoriteit de munten geslagen werden. Door de familiegeschiedenis van de Julii in herinnering te brengen, vergrootte Caesar zijn eigen prestige en wist hij zichzelf als het ware in de hemelse sferen te plaatsen. Niet zonder succes zo blijkt, want kort na zijn dood (op de iden van maart) werd de veroveraar van Gallië door de Romeinse Senaat vergoddelijkt.

Coverfoto: adaptatie van de foto ‘Llanvaches Roman coins’ door Helen Hall op Wikimedia (CC BY-SA 2.0)

Het bericht Munt van de maand: goddelijke genealogie van Nick Vaneerdewegh verscheen eerst op OUDE GESCHIEDENIS.

]]>
https://www.oudegeschiedenis.be/10/10/2017/munt-van-de-maand-goddelijke-genealogie/feed/ 1 243