Woord_van_de_maand_aesar

Woord van de maand: aesar

Nomen est omen, zo wil een Latijns spreekwoord: “de naam is een voorteken”. In één beroemd geval werd een eigennaam echter het voorwerp van een voorteken. De antieke biograaf Suetonius (69/70 – 140 n.C.) vermeldt in een dergelijke context immers het Etruskische woord voor ‘god’, dat aesar zou zijn.

Goddelijke blikseminslag

Suetonius vermeldt dit in zijn biografie van Augustus (Vita Divi Augusti, 97), wanneer hij het heeft over de voortekenen die de dood van keizer Augustus zouden aangekondigd hebben:

Sub idem tempus ictu fulminis ex inscriptione statuae eius prima nominis littera effluxit; responsum est, centum solos dies posthac victurum, quem numerum C littera notaret, futurumque ut inter deos referretur, quod aesar, id est reliqua pars e Caesaris nomine, Etrusca lingua deus vocaretur.

Rond dezelfde tijd sloeg een blikseminslag de eerste letter van zijn naam weg van een een inscriptie op een standbeeld van hem. Er werd verklaard [sc. door de waarzeggers] dat hij vanaf dan nog slechts honderd dagen te leven had, een aantal dat werd aangeduid met de letter C, en dat hij onder de goden zou worden opgenomen, omdat een god in het Etruskisch “aesar”, dat is het overblijvende deel van de naam Caesar, werd genoemd.

Het opvallendste voorteken was dus dat een blikseminslag tijdens hevig onweer de letter C (100 in Romeinse cijfers) van het woord Caesar wegsloeg. Na zijn dood zou Augustus officieel vergoddelijkt worden, volgens de Etruskische betekenis en interpretatie van het voorteken. Het feit dat waarzeggerij bij de Romeinen Etruskische wortels had en in het Latijn aangeduid wordt als de Etrusca disciplina, de ‘Etruskische kunst’, is hier waarschijnlijk niet vreemd aan.

De Griekse historicus Cassius Dio (ca. 155 – 235 n.C.) vermeldt dezelfde anekdote (Dio Cass. LVI, 29), waarschijnlijk gebruik makend van dezelfde bron als Suetonius:

Καὶ κεραυνὸς ἐς εἰκόνα αὐτοῦ ἐν τῷ Καπιτωλίῳ ἑστῶσαν ἐμπεσὼν τὸ γράμμα τὸ πρῶτον τοῦ ὀνόματος τοῦ Καίσαρος ἠφάνισεν, ὅθεν οἱ μάντεις ἑκατοστῇ μετὰ τοῦτο αὐτὸν ἡμέρᾳ θείας τινὸς μοίρας μεταλήψεσθαι ἔφασαν, τεκμαιρόμενοι ὅτι τό τε στοιχεῖον ἐκεῖνο τὸν τῶν ἑκατὸν ἀριθμὸν παρὰ τοῖς Λατίνοις καὶ τὸ λοιπὸν πᾶν ὄνομα θεὸν παρὰ τοῖς Τυρσηνοῖς νοεῖ.

En de bliksem die was ingeslagen op een standbeeld van hem dat op het Capitool stond opgesteld, sloeg de eerste letter van de naam Caesar weg, waaruit de zieners afleidden dat hij honderd dagen daarna een of andere goddelijke staat zou bereiken, terwijl ze er op wezen dat die letter bij de Romeinen het cijfer honderd aanduidde en de rest bij de Etrusken het volledige woord voor god was.

Etruskische inscriptie uit het Museo Archeologico Nazionale dell'Umbria

Etruskische inscriptie uit het Museo Archeologico Nazionale dell’Umbria

Etruskische etymologie

Of aesar in het Etruskisch effectief ‘god’ betekent, is moeilijk te achterhalen, aangezien het Etruskisch slechts zeer fragmentarisch bekend is (als zogenaamde Trümmersprache). We weten dat keizer Claudius (10 v.C. – 54 n.C) een historiografisch werk en een woordenboek Etruskisch geschreven heeft, maar die werken zijn jammer genoeg niet bewaard.

Voor onze kennis van het Etruskisch moeten we het dus hebben van Etruskische (graf)opschriften en een sporadische getuigenis in de literatuur zoals die van Suetonius, waarvan de betrouwbaarheid niet altijd even groot is. Waarschijnlijk is aesar of aisar zelfs een meervoudsvorm van de overgeleverde enkelvoudsvorm ais, want er zijn ook andere woorden in de meervoudsvorm op -ar overgeleverd. Dit zou eventueel kunnen wijzen op overeenstemming met de formule in numero deorum relatus (vrij vertaald: “opgenomen in de schare der goden”) die gebruikt werd in officiële decreten. Dit is echter niet helemaal hard te maken met de informatie die ons uit de oudheid is overgeleverd. We moeten dus concluderen dat wat Suetonius ons vertelt, waar kan zijn volgens de gegevens waarover we beschikken, maar dat we moeten oppassen met conclusies trekken op basis van zijn informatie.

Geert De Mol studeerde in 2015 af als master in de Taal- en Letterkunde (Grieks-Latijn) aan KU Leuven. Als praktijkassistent ondersteunt hij de vakken Grieks van de bachelor ‘Geschiedenis van de oudheid’ aan KU Leuven. Zijn interesse gaat vooral uit naar de (Griekse) taalkunde in al haar aspecten.

Geef een reactie